KAAPSE KRONIEK - 65 (19092008)

Vrijdag, 1 augustus 2008. Genoeg gezien van Swellendam, terug naar de grote weg. Links de voormalige pastorie van de Nederduits Gereformeerde Kerk, een Victoriaans bouwsel waarin heel profaan een guesthouse is gevestigd. Het staat te koop. Aan de rechterkant de voormalige loge van de vrijmetselaren, waarin heden ten dage restaurant “La Belle Alliance” de waarde broeders ontvangt. Onder het vrijmetselaarssymbool – de passer en de winkelhaak – staat het motto “AUDI .VIDE .TACE”. Delen van het Latijnse gezegde “audi, vide tace, si vis vivere in pace” oftewel “luister, kijk en zwijg indien je in vrede wilt leven”. Een gedwee en onderdanig volkje die metselaars.

Door een andere collega werd Heidelberg van harte voor een tussenstop aanbevolen. Wat mij betreft kan het hoog worden genoteerd in de top tien van de saaiste dorpen ter wereld. In dit Heidelberg zal ik mijn hart beslist niet verliezen. Het landschap begint dezelfde saaiheidsverschijnselen te tonen. Een bergrug links, een bergrug rechts. Heuvel op, heuvel af. Prachtige vergezichten, dat wel, kleurige bermbloemen. Zoiets honderden kilometers achter elkaar, is gewoonweg te veel van het goede. Overdaad schaadt nietwaar? Het enige dat deze monotonie wat onderbreekt zijn de aloëfabrieken bij Albertina. Extracten van die plant dienen zowel medische- als cosmetische doeleinden, althans volgens de folder met “breedvoerige produkte inligting” van de firma Alcare. Droge huid, brandwonden, spijsverteringsklachten, psoriasis, verbetering van het immuniteitstelsel tot en met verlichting van prostaatklachten. De folder geeft nuttige tips over hoe je zelf de diagnose van BHP – prostaatvergbroting - kan stellen: 1. abnormale verhoogde urinering snags, 2. swak urinestroom en probleme om die blaas te leeg, 3. kroniese behoefte om te urineer, 4. ’n brandsensasie. De aloë fungeert tevens als een soort waakhond die dieren weghoudt omdat de sappen erg bitter zijn en dankzij de bladeren met dorens. Ik vind het gewoon een plant met een mooie rode bloem.

Bij Mosselbaai moet ik kiezen tussen via de grote weg doorijden naar George, zoals het route advies van mijn werkgever adviseert, of binnendoor rijden via de Robinson Pas. Dat zou een gevaarlijke weg zijn, maar zo op de kaart te zien ook een stuk korter en waarschijnlijk stukken minder eentonig en met minder verkeer. Net voorbij Mosselbaai begint de weg te klimmen en te slingeren. Het landschap ziet er Ardennenachtig uit: heuvels en naaldbomen aan beide zijden van de weg. In een scherpe bocht een monument. Vlakbij is 10 jaar geleden een bus met Nederlandse toeristen op een bus met politiemannen gebotst, waarbij 2 toeristen en 13 politiemannen het leven lieten. De 26 Nederlanders die het konden navertellen, hebben een kleine gedenksteen laten plaatsen met een wat rare tekst “tevens danken wij de plaatselijke bevolking en de instanties voor de geboden hulp en het positieve medeleven met ons”. Bestaat er dan ook zoiets als “negatief medeleven”? Onbewust rijd ik de rest van de weg, met het einddoel voor vandaag bijna in zicht, een stuk rustiger. De weg eist dat bovendien. Smal, bochtig, klimmend, geen vangrail. Na de 860 meter hoge Robinson Pas, volgt een snelle afdaling naar de vlakte waarop Oudthoorn moet liggen, want ik zie struisvogels. Eerst min of meer in het wild en even later, gezien de gele plaatjes die ze om de nek hebben, voor de fok. Dezelfde die in Nederland in de oren van koeien en varkens worden geklonken. Grote loopvogels met een strenge blik die hoog op hun poten staan. Foster’s Manor is gemakkelijk te vinden. Onbewust ben ik de stad via de Voortrekkersweg binnen gereden, daar ligt het statige huis op nummer 52 tussen lelijke nieuwbouw. De ontvangst is allerhartelijkst, veelbelovend beter dan vorige week in het gemankeerde “lifestyle venue” in Citrusdal.

Mijn “superior room” is heel erg superieur, met ongeveer 80 m² zelfs groter dan mijn appartement in Kaapstad! De receptioniste geeft een rondleiding door het huis “Rus-in-Urbe” – platteland in de stad -dat ruim honderd jaar geleden werd gebouwd en bewoond door de advocaat J.A. Foster. Zowel zijn echtgenote als zijn maîtresse zouden gelijktijdig in verschillende delen hebben gewoond. In wiens vleugel zou ik vanaovond slapen? Het huis is mooi opgekanpt. Veel foto’s van vroeger aan de wanden, van familieportretten tot vakantiekiekjes én een korte geschiedenis van het huis. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was het gedaan met de struisvogelverenrijkdom. Foster ging failliet en verdween in het niets. Hij zou zelfs zijn eigen begrafenis hebben gefingeerd om aan de schuldeisers te ontkomen. De man die van het goede leven hield, had op iets te grote voet geleefd. Het huis werd verkocht en als kweekschool voor onderwijzers in gebruik genomen, vervolgens als pension voor meisjes en daarna tot 1972 als kantoor. Tijdens de leegstand die volgde, raakte het snel in verval. In 1973 werd het tijdelijk beschermd verklaard en in 1991 tot nationaal monument, waarna een aanvang kon worden gemaakt met de restauratie. Naast het huis is een hotelschool, de leerlingen doen praktijk ervaring op in Foster’s Manor. Een nerveuze eerstejaars durft de wijn niet te ontkurken. Ze is bang dat de kurk in de fles terecht zal komen. Een ouderejaars doet het haar geduldig voor. In mijn kamer is een tafel gedekt omdat er in de eetzaal een diner is. Erg in de stijl van het huis, vind ik. Keurig op perkamentpapier gedrukt menu, geruisloze persoonlijke bediening die de maaltijd opdient en de wijn inschenkt. Decadent terug in de tijd. Fantastisch.

wordt vervolgd