|
KAAPSE KRONIEK - 60 (24082008) Dinsdag, 1 juli 2008. De lange Kaapse winteravonden worden tot mijn genoegen plots gevuld met de ene goede Afrikaanse film na de andere. Het zijn geen actiefilms, geen love stories, geen grote internationale sterren, geen glamour, geen ingewikkelde plots, geen speciale effecten, geen grote budgetten, geen kaskrakers, geen potentiële Oscarwinnaars. Meestal is de verhaallijn eenvoudig en gaat het over een sociaal probleem, zoals gisteren over het besnijden van jonge meisjes en vanavond over de uitbuiting van talibés, leerlingen van een Koranschool in Dakar. “Almadou” opnieuw een Senegalese film! Prachtig verhaal, een soort sprookje dat de misstanden in een Koranschool aan de kaak stelt. Een “kostschool” waar ouders – vaak door armoede gedreven - hun kinderen toevertrouwen aan een leraar om hen in het geloof te onderwijzen. Hoofdpersoon is de marabout, de eigenaar van de school. Een regelrechte charlatan, een enorme geilaard bovendien, die zijn studenten - die met bedelen in hun eigen en vooral in zijn onderhoud moeten voorzien – enorm uitbuit. De andere hoofdpersoon is Modou, een dwarse student die het maar niets vindt dat hij en zijn medeleerlingen de marabout een comfortabel leventje verschaffen – inclusief een mooie maîtresse - terwiijl zij weinig te eten en veel slaag krijgen. De in de film getoonde lotgevallen nemen een keer ten goede als Modou tegen het einde een deel van het gebedelde geld “steelt” en daarmee een gokje waagt op de paardenrennen. Hij wint zowaar de hoofdrijs en keert als een jongeman in bonus terug naar zijn ouders die hem - niet geheel onverwacht – met open armen ontvangen. Voor de tweede achtereenvolgende dag “eind goed, al goed”. Zoals dat hoort bij een sprookje. Donderdag, 3 juli 2008. Vanavond worden in de film “Silmande” corrupte Libanese zakenlieden in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, aangeklaagd. Mijn feest der herkenning begint al gelijk in de eerste de beste scène. Libanezen en lokale zakenlui lopen de deur plat van een minister die een groot overheidscontract heeft te vergeven. Wie het contract binnenhaalt, krijgt het monopolie op de import en verkoop van rijst in handen. Iets dat erg veel geld zal opleveren. De Libanezen zijn daarnaast met enige regelmaat bezig hun “zuurverdiende” geld het land uit te smokkelen en bieden soms de helpende hand aan corrupte overheidsdienaren om hetzelfde te doen. Zelf maakte ik voor het eerst kennis met de Libanezen in de diaspora in de Gabones hoofdstad Libreville. Ze dreven daar winkels waar op krediet kon worden gekocht en waar vaak dingen te krijgen waren, die nergens anders werden verkocht. Die werden waarschijnlijk binnengesmokkeld met de hulp van hun lokale zakenpartners met goede connecties. Sommige van die winkels hadden tevens een gezellige bar, waar het na gedane arbeid goed toeven was. Een literfles ijskoud REGAB bier werd al snel mijn favoriet. REGAB, de afkorting voor REgie GAbonaise des Boissons, werd in de volksmond REgardez les GAbonais Boire genoemd. Omdat ik een van de weinige blanke klanten was, kreeg ik een ongevraagde voorkeursbehandeling met een vette knipoog van Ahmed, de barkeeper. Die riep met luide stem naar de zwarte bediende – zodat iedereen het goed kon horen - dat het glas waaruit ik zou gaan drinken met mineraalwater uit een fles moest worden afgewassen en niet met kraanwater. Ik kon daar wel om lachen, maar sommige Gabonese klanten absoluut niet. Naderhand kwam ik in Nigeria zakelijk regelmatig in aanraking met Libanezen. Zij woonden vrijwel zonder uitzondering in gehuurde huizen, financierden hun transacties bij voorkeur met geleend geld en sluisden het verdiende geld zo snel mogelijk door naar een vertrouwd buitenland. Voor het geval er stront aan de knikker zou komen, stond er altijd een koffertje met alle documenten en waardepapieren klaar. Bij een eventueel overhaast vertrek zouden zij niet al te veel verliezen. De film bevestigt op alle punten het stereotiepe gedrag van de in West-Afrika wonende Libanezen dat ik me herinner als de dag van gisteren. Zondag, 6 juli 2008. “Cabo das Tormentas – Kaap der Stormen” doopten de Portugese ontdekkingsreizigers Kaap de Goede Hoop voordat het stukken positiever “Cabo da Boa Esperança” werd. Dit weekeinde wordt die oude naam alle eer aangedaan door de harde wind en de winterse buien buiten, en binnen, dankzij mijn kabelaar, door de film “In my country” die is gebaseerd op het boek “De kleur van je hart” van Antjie Krog. De film opent met luchtopnamen van het Kaapse Schiereiland en ruige Zuid-Afrikaanse landschappen, die worden afgewisseld met beelden uit de apartsheidsjaren tot en met een fragment uit een toespraak van de net vrijgelaten Nelson Mandela ”Dit prachtige land zal nooit, nooit, nooit nog eens meemaken dat de ene mens de andere zal onderdrukken”. Ik heb stapels boeken van Zuid-Afrikaanse schrijvers meegenomen om in Kaapstad te lezen, en dit net niet! Zuid-Afrika kort na de afschaffing van de apartheid. Radioreporter Anna Malan verslaat de werkzaamheden van de in 1995 opgerichte Waarheids- en Verzoeningscommissie, die tot doel heeft om de schending van de menserechten tijdens de apartheid te onderzoeken. Een politiek compromis dat, achteraf gezien, wonderwel heeft gewerkt. Allen die vrijwillig de volle waarheid vertellen over hun betrokkenheid bij de gepleegde misdaden komen in aanmerking voor amnestie. Slachtoffers en familieleden van slachtoffers vertellen hun verhaal, daders vertellen het hunnel. Gruwelijke verhalen zijn het over de – vanzelfsprekend - “in opdracht van meerderen” gepleegde misdaden. Gelijktijdig ontrolt zich een romance tussen de tot dan toe keurig getrouwde Anna en een zwarte Amerikaanse verslaggever. Hoe autobiografisch zouden de film en het boek zijn? Want Antjie Krog deed destijds daadwerkelijk verslag over de Waarheids- en Verzoeningscommissie voor de Zuid-Afrikaanse radio. Herhaaldelijk wordt het droevig stemmende lied “Senzenina” gezongen “O God, wat hebben wij gedaan om dit te verdienen?” vertaalt een collega de beginregels van de tekst voor me. Ja, dat vraag ik mij ook af. En hoe is het mogelijk dat ondanks wat er is gebeurd, blank en zwart toch relatief vreedzaam samen kunnen leven in deze Regenboognatie? wordt vervolgd |