|
KAAPSE KRONIEK - 56 (02082008) Zaterdag, 21 juni 2008. Bijna ten einde raad heb ik contact opgenomen met de Cape Mazaar Society om de karamat, de schrijn, van Tuan Masud te vinden. Die zou in de Breedekloof langs de weg tussen Rawsonville en Worcester moeten liggen, maar daar zijn er drie of vier van. Ik ben al een paar keer op zoek geweest, doch zonder het heiligdom te hebben ontdekt. Navraag in de buurt heeft niets anders opgeleverd dan schouders ophalen. Zoiets van “Moslims, wat is dat?” De Cape Mazaar Society – mazaar en karamat schijnen synoniemen te zijn - stelt zich tot doel om de karamats in de omgeving van Kaapstad in kaart te brengen en te onderhouden. De omschrijving van de lokatie op hun website is behoorlijk vaag “de karamat is te herkennen aan een grote boom die tussen twee heuvels staat. Aan beide kanten van de weg zijn andere karamats te vinden. Zes in totaal”. Voor mijn gevoel houden ze de preciese ligging liever geheim. “Vrede en zegen voor u en uw familie” begint de email die ik van Hamied Dhansay van de Society ontvang waarna een korte routebeschrijving volgt. “Komend vanaf Kaapstad, neem de afslag naar Rawsonville en volg de weg naar Worcester. Vlak voor “Nekkies” is aan de linkerkant van de weg een hooggelegen uitkijkpunt. Kijk, met de neus van de auto nog steeds richting Worcester, naar rechts over het veld, daar zie je een boom. Als je de boom hebt ontdekt, rijdt naar beneden, sla rechtsaf en volg de weg tot bij de boom. Daar zul je de Tuan vinden.” Het wordt er niet echt beter op. Een streng gelovige moslim collega is het met me eens dat de ongelovige nu eenmaal wat meer moeite moet doen dan een “broeder of zuster”. De eerste dag van de winter ziet er veelbelovend droog en zonnig uit. Een uitgelezen dag om wijn te gaan kopen in de Breedekloofvallei en daarna de karamat van Tuan Masad te bezoeken. Helaas begint het ter hoogte van Paarl te regenen, op de Du Toitskloofpas hangt dichte mist en vallen er stortbuien. Aan de andere kant van de berg klaart het gelukkig weer op. De bobbejanen zijn aan het fourageren, het ruikt er verrukkelijk fris. Overal stort water langs de bergen naar beneden, het vult de rivieren aan de voet ervan met snelstromend water. Vol goede moed neem ik de afslag naar Rawsonville en rijd richting Worcester. Door de nu dorre wijngaarden, langs de wijnkelders. De weg loopt door de vlakke vallei waar ik tevergeefs naar “Nekkies” zoek en een verhoging met het uitkijkpunt aan de linkerkant van de weg. De enige verhoging die ik tegenkom is het viaduct over de spoorlijn, verder niets. Opnieuw begint het te regenen, ik ga terug naar Rawsonville, naar de VVV aan de buitenkant van het dorp. De traliedeur wordt met een druk op de knop vanaf de de balie geopend, van afstand ben ik bij de categorie “ongevaarlijk” ingedeeld! De middelbare dame die me hartelijk welkom heet, heeft nog nooit van een moslimheiligdom in de buurt gehoord, maar wel van “Nekkies”. Dat is een camping aan één van de andere wegen naar Worcester. Na wat doorkletsen en op de kaart kijken komen we tot dezelfde conclusie: de karamat moet tussen de Brandvlei gevangenis en Nekkies liggen. Langs een weg die ik meerdere malen heb gereden, zonder dat het heiligdom me ooit is opgevallen. Maar eerst naar Slanghoek om wijn te proeven ën kopen, voordat de wijnkelders de deuren sluiten. De streek ligt aan de rechterkant van de N7, de grote weg naar de andere kant van het land. Het bord bij Paarl waarop staat aangegeven dat de afstand naar Bloemfontein bijna duizend kilometer is, levert het bewijs dat die andere kant best ver weg is. Voor Nederlandse begrippen althans, want Bloemfontein is pas halverwege. Bij de Slanghoek Wynkelder is de hele familie in de weer met de klanten. Iedereen spreekt Afrikaans. Ik doe mijn stinkende best om het te volgen, doch raak af en toe de weg bijster. De sauvignon blanc smaakt goed, de witte dessertwijn is uitverkocht. Er is wel een rode Muscadel op voorraad. Nooit van gehoord en nooit eerder geproefd, nu wel. Zodoende kom ik er achter dat die absoluut niet door mijn smaakpapillen wordt gewaardeerd. Veel te zoet. Een paar honderd meter naar rechts is de Opstal bodega, waar de assistent-wijnmaker Kobus me een stukken betere sauvignon blanc laat proeven én een 2005 Hanepoot dessertwijn. Die van Hanepootdruiven gemaakte lekkernij heeft verschillende prijzen gewonnen, waaronder “Jongwyn kampioen dessertwijn”. Kobus is een beginner in het vak. Hij is vorig jaar afgestudeerd aan de wijnmakersschool in Stellenbosch, dit wordt zijn eerste oogst. Hij legt mij uit dat de dessertwijn van zichzelf zo zoet is, omdat de hanepoot een hoog suikergehalte heeft én dat de wijn niet wordt gefermenteerd. Daar begrijp ik niets van, fermentatie zet suiker immers om in alcohol? Dus waar komt het alcoholpercentage van 16,5% dan vandaan? “De alcohol wordt toegevoegd”, glimlacht hij. Alsof dat heel vanzelfsprekend is. Het Oostenrijkse wijnschandaal, waar wijn werd aangelengd met anti-vries, schiet me te binnen. Toch koop ik twee flesjes. In de wijngaard naast het familiehuis aan de overkant ontdek ik een kleine begraafplaats tussen de kale wijnranken. Op de zerken de gebruikelijk Franse familienamen. In de Breedekloof barst het van deze mooie intieme begraafplaatsjes aan huis. De Slanghoekvallei behoorde enige generaties geleden aan één enkele boer toe. J.C. Rossouw – Rousseau of z’n Afrikaans? – verkreeg het gebied in 1847. Na zijn overlijden werd de vallei verdeeld onder zijn negen kinderen en volgens de websites van de diverse bodega’s boeren zijn nazaten hier nog steeds. Op Slanghoek dus en Opstal, op Jason’s Hill en Welverdiend. Naast de zerken staat een kleine gedenksteen: “1849 Ter ere aan Jan – Langjan – Rossouw. Eerste eienaar van Slanghoek. Geskenk deur J.W. Everson”. wordt vervolgd |