KAAPSE KRONIEK - 45 (03062008)

Zaterdag, 17 mei 2008. De wijnvoorraad moet alweer worden aangevuld. De makkelijkste manier is naar de supermarkt of de wijnwinkel in de buurt te gaan, maar dat doe ik alleen in geval van zeer hoge nood. Kaapstad ligt immers midden in een gigantische wijnstreek en het is toch veel leuker om in de auto te stappen, naar een wijngebied te rijden om daar te gaan proeven en kopen? De wijnhuizen dicht bij de stad zijn me wat te commercieel. Een half uurtje verderop, in welke richting dan ook, ligt het heerlijk ontspannen platteland met tientallen wijnkelders. Ook in Zuid-Afrika geldt: “wat je ver haalt is lekker”. Mijn reisdoel vandaag is de Conradie Wijnkelder in de Nuyvallei. De weg daar naar toe gaat via de Breedekloof - met het Swartland mijn favoriete wijnstreek - zodat ik twee vliegen in een klap kan slaan. Na de DuToitskloofpas ligt aan de weg naar Rawsonville, even voorbij de wijngaarden van Gert Mouton - die zijn boerderij “de Goudmyn” heeft gedoopt - de kelder van de familie DuPreez. “Wat soek meneer?” vraagt de oude kleurling bij de ingang. Meneer zoekt het proeflokaal. Een kleine ruimte met kleine bar met een grote vent erachter, de voertaal is Afrikaans. Zoals het hoort, wordt er van goedkoop naar duur geproefd. Sauvignon blanc. Eerst de goedkope huiswijn van 16 Rand per fles, daarna de wat betere Rockfield van 22 Rand en tenslotte de “dure” en een stuk beter op de tong liggende DuPreez Estate van 25 Rand, ongeveer twee Euro. Als allerlaatste – de dag is nog lang - proef ik van de mooie amberkleurige Hanepoot Jeripigo dessertwijn. Heerlijk doch helaas uitverkocht, zodat het bij een doosje DuPreez Estate blijft.

“Groot Eiland” is op zaterdag gesloten. Dan maar naar de andere kant van Rawsonville. Het is druk in het dorpscentrum, allemaal gekleurde medemensen, geen bleekgezicht te zien. Er was een feestje, zo bericht het televisiejournaal later, ruim driehonderd “plaaswerkers – landarbeiders” zijn vandaag mede-aandeelhouder geworden van de bedrijven waar zij werken. “Avondrust” is eveneens gesloten, daar kan op zaterdag uitsluitend na afspraak worden geproefd. “Daschbosch” is wel open, maar verkoopt opeens geen Daschbosch wijnen meer. Het wijngoed is gefuseerd met Groot Eiland en de onderneming heet thans Uniwines. Welke inventieve geest heeft dat – na ongetwijfeld lang nadenken en veel overleg – nu weer bedacht? Sauvignon blanc 2008 of 2006? Het wordt de nieuwe oogst, erg jong, heerlijk fris. En men verkoopt een prima dessertwijn. “Blijft na het openen nog weken goed”, wordt me verzekerd. Gelukkig maar, want het weggooien van wijn moet toch wel als één van de meer serieuze vormen van alcoholmisbruik worden beschouwd. Binnendoor naar Worcester rijdend passeer ik toevallig “Merwida”, het landgoed van de familie van der Merwe. De witte wijn is niet fantastisch. De jongedame met mooie bruine ogen achter de bar houdt me aan de praat én aan de drank. Terwijl ik de Ruby Cabernet proef, vertelt zij over het toch wel wat saaie leven op het platteland en de zondagse gang naar de kerk. Aldus word ik zowaar verleid tot een doosje rood.

Op naar de Nuyvallei. Na al die slokjes wijn wordt het tijd om de maag met iets stevigers te vullen. Verder het binnenland in, bergruggen aan alle horizonten, wijngaarden die er in de herfstzon goudbruin uitzien en dan is er opnieuw zo’n mooie rustige vallei waar het goed toeven moet zijn. Net zoals in het huis van de familie Conradie, een statige oude “plaas” die tot hotel is verbouwd. De temperatuur is hoog genoeg om buiten op het terras te gaan zitten en daar het menu uitgebreid te bestuderen. Niet zozeer vanwege de gerechten of de drankjes die “vanaf ons kroeg” – aan de bar - worden geserveerd, doch meer vanwege de faits divers over de familie, het huis en een heel erg lullig verhaal over de wijn die sinds kort onder de naam “Journey of the Penguin” aan de man wordt gebracht. En dat voor een huis dat er prat op gaat met zijn voortreffelijke wijnen de ene prijs na de andere in de wacht te slepen. “Nuut (nieuw) uit ons kelder!” zo begint het relaas van de pinguïnwijn. Na een scheepsramp in de Tafelbaai in juni 2000 kwam veel stookolie vrij die de pinguïnkolonies op Robbeneiland en Dasseneiland bedreigde. Veel vogels konden werden gered en naar Port Elizabeth – honderden kilomerters naar jet oosten - gebracht, waar ze weer te water werden gelaten. Men nam aan dat tegen de tijd dat de pinguïns hun “thuis” weer zouden bereiken, de olievlek opgeruimd zou zijn. Er was echter één maar: wetenschappers wisten niet zeker of ze hun thuis wel terug zouden kunnen vinden. Drie pinguïns kregen een zendertjer ingeplant waarmee de thuisreis kon worden gevolgd. En jawel hoor, ze vonden hun kolonie perfect terug. Een nieuw wijnmerk was geboren! De sauvignon blanc/chenin blanc is “fris en fruitig en ietsje droog op de tong” die bestel ik om het “kontreibord” te begeleiden voor het geval die de weg naar mijn maag niet zou kunnen vinden. De schotel van “plaaskos” bestaat uit kleine porties van de traditionele Afrikaander gerechten hoenderpastei, bobotie en/of beesstert oftewel kippenpastei, stoofpotje en/of koeienstaart. Smakelijk, maar verre van haute cuisine. En die lullige pinguinwijn hoef ik nooi meer, in plaats daarvan koop ik een doosje van de sauvignon blanc die in 2007 de “Terroirprijs” heeft gewonnen. Ietsje duurder, stukken beter.

Langs een alternatieve route terug naar Kaapstad. Langs de voet van de Hottentothollandbergen via de dorpen Op den Doorns, Villiersdorp, Grabouw en de 450 meter hoge Sir Lowry’s Pas. Daar meldt de wegwijzer dat de afstand naar Kaapstad nog 65 kilometer bedraagt. Doch vanaf de parkeerplaats is in de verte de Tafelberg al haarscherp te zien. Een vergezicht van heb ik jou daar!

wordt vervolgd