|
KAAPSE KRONIEK - 36 (15042008) Woensdag, 19 maart 2008. Nederland in het wereldnieuws. Geert Wilders die een aanklacht tegen de islam heeft gefimd en de aankondiging dat de homofiele medemens vanaf deze week kennelijk zonder enige terughouding in het Amsterdamse Vondelpark in het openbaar mag wippen. Zo wordt dat althans door CNN verkondigd. Geen van beide berichten laten mij gloeien van trots op het land waar ik ben geboren. Verder dan mijn schouders ophalen kom ik niet. Vroeger of later gaan andere landen ook overstag en kan er waar ook ter wereld in het wild worden gewipt. Met het uit de strafwet halen van het gebruik van softdrugs, het toestaan van euthanasie en het homohuwelijk gebeurde immers hetzelfde? Zaterdag, 22 maart 2008. Ondertussen berichten Kaapse kranten over de nazaten van “Boeren” die na afloop van de Tweede Boerenoorlog naar Argentinië verkasten en over een begrafenisceremonie van een Khoisanskelet in Papiesfontein, niet al te ver van Port Elizabeth. Die berichten interesseren me wel. De jammerklacht dat die weggetrokken Afrikaanders na enige generaties aan de overkant van de oceaan geen zuiver Afrikaans meer spreken, doet me weinig. De herbegrafenis in Papiesfontein des te meer. Een in 2005 ontdekt Khoisanskelet was door de politie meegenomen naar het plaatselijke lijkenhuis in de veronderstelling dat het de stoffelijke resten van een drenkeling zouden zijn. Helemaal fout. Het lag in een graf dat kort daarvoor door archeologen was blootgelegd en 600 jaar oud was! Na jaren geduw en getrek zijn de stoffelijke resten met enig ceremonieel opnieuw te rusten gelegd. Het herinnert me aan twee boeken die ik las. Niet zo lang geleden ”Ël Negro en ik” van Frank Westerman. Een paar jaar geleden de geschiedenis van Saartjie Baartman – de Hottentot Venus. Beide gingen min of meer over hetzelfde thema. “EL Negro” verhaalt over het als een dier opgezette lichaam van een San in een klein privémuseum in Catalonië. Dat werd in de aanloop naar de Olympische Spelen van Barcelona plots een politiek incorrect museumstuk. In 1997, na veel lokaal verzet, werd het gerepatriëerd naar Botswana, het land waar hij vermoedelijk vandaan kwam, om te worden begraven. De schrijver ontdekt jaren later dat het graf er verwaarloosd bij ligt en niemand zich meer om “El Negro” bekommerde. In Kaapstad trokken het stevige achterwerk en de flink ontwikkelde schaamlippen van Saartjie Baartman rond 1810 de aandacht van de scheepsarts William Dunlop. Na schone beloften over rijkdom en faam, stemde zij toe om mee te gaan naar Londen voor medisch en antropologisch onderzoek. Al spoedig zou ze als een rariteit worden tentoongesteld en werd als een wild dier in gevangenschap geparadeerd. Aangelijnd en al. Ze moest hurken om haar schaamlippen te tonen, die worden beschreven als de flap onder de bek van een kalkoen. Een aantal jaren later zou ze zijn doorverkocht naar Parijs voor meer van hetzelfde. In 1815 overleed Saartjie, haar lijk werd in beslag genomen door de lijfarts van Napoleon. Die maakte een afgietsel van het lichaam en zette de genitaliën en hersenen op sterk water. Dat alles werd samen met haar skelet tentoongesteld in het Musée de l’Homme - in het rariteitenkabinet? - totdat het in 1974 in het museumdepot terecht kwam. Het was Nelson Mandela die na zijn aantreden in 1994 de teruggave van haar stoffelijke resten zou verzoeken, hetgeen uiteindelijk in 2002 zou geschieden. De begrafenis van Saartjie Baartman’s vond uiteindelijk plaats op Wereldvrouwendag van datzelfde jaar. Eind goed al goed. Zondag, 23 maart 2008. Al bijna een half jaar zie ik de Seinheuvel – Signal Hill – als ik vanachter mijn bureau naar buiten kijk of als ik vanaf mijn terras naar rechts kijk. Net als iedere andere inwoner van Kaapstad hoor ik iedere dag om 12 uur ’s middags het op deze heuvel opgestelde kanon – the Noon Gun – afvuren. Een traditie die dateert uit 1806. Nog niet eerder ben ik op het hoogste punt (350 meter) gaan kijken. De Buitengracht en de Kloofnek oprijden tot aan de afslag naar de kabelbaan van de Tafelberg. Rechtsaf, langs de voet van de Leeuwenkopberg, een kilometer of zo doorrijden tot het einde van de weg en dan sta je zomaar op de top van de Seinheuvel. Het uitzicht over het oude stadscentrum en de omgeving van Kaapstad is verassend anders. In Greenpoint, tussen de voet van de heuvel en het water, het stadion in aanbouw voor het wereldkampioenschap voetballen 2010. Dat is nog lang niet klaar. Iets uit de kust Robbeneiland, zo dichtbij dat het lijkt alsof je er zo naar toe zou kunnen zwemmen. Verderweg, aan de overkant van de Tafelbaai, suburbia langs de westkust van de Atlantische Oceaan. Aan de achterkant een fraai gezicht op de Tafelberg en de Duivelspiek. De Leeuwenkop en de eerste van de Twaalf Apostellen. Dichterbij aan de zijkant de Bo-Kaap en het gebouw midden in de oude stad waar ik woon. Vanaf dit hoger gelegen punt is goed te zien hoe de nieuwe appartementen op het dak van een blok oudere gebouwen zijn gepoot. In de verte de Hottentothollandbergen. Op het parkeerterrein stapt parmantig een handvol Cape Francolins – kleine fazanten - rond, ze storen zich nauwelijks aan de om hen heen de lopende mensen. Een heerlijke zonnige zondagmorgen en tijd genoeg om nog ergens anders naar toe te gaan. Al genietend van het uitzicht, heb ik opeens zin om naar Darling te gaan. Dat dorp ligt ergens ten noorden van Kaapstad en is vooral bekend door haar wereldberoemde inwoonster Evita Bezuidenhout, het alterego van de cabaretier Pieter-Dirk Uys. Om de andere week schrijft hij/zij een column voor “Bij”, het zaterdagmagazine van het dagblad Die Burger. Soms weken achtereen als Evita en dan weer eens als Pieter-Dirk. Tannie Evita – Tante Evita - serveert er haar beroemde “koeksisters” die ik wel een zou willen proeven. wordt vervolgd |