KAAPSE KRONIEK - 6 (27112007)

Zondag, 11 november 2007. Grijs beton, een ietwat plompe toren die wordt bekroond door een taps toelopend dak met een piekje erop. Het lijkt verdacht veel op de uitvergrootte deksel van een porseleinen voorraadpot uit mijn grootmoeders keuken. Sinds mijn aankomst in Kaapstad zag ik het gebouw eerst vrijwel iedere dag vanuit de lift van mijn hotel en vervolgens vanaf het terras van mijn appartement. Het valt niet zozeer op door architectonische schoonheid, eerder door het bunkerachtige uiterlijk. “Appartementen”, vermoedt een collega bij wie ik navraag doe. Het is het voormalige kantoor van de Ou Mutual - het Suid Afrikaanse Onderlinge Lewensversekeringsgenootskap. Die naam staat tenminste met flinke reliëfletters in de gevel naast de hoofdingang. Terwijl ik foto’s sta te maken, begint een slonzig geklede man met een Schots accent tegen me te praten. Ongevraagd krijg ik uitleg over de afbeeldingen op de fries die als een lint om het gebouw is gewikkeld. “Het is de geschiedenis van Zuid-Afrika”. Die begint, uiteraard, pas in 1652 met onze eigen Jan van Riebeeck en de VOC. Als ware het maar om de oude stelling te bevestigen dat de vroege Europese zeevaarders de Kaap als “onbewoond gebied” aangetroffen. De fries is een van Afrikaans nationalisme doortrokken kunststukje van de beeldhouwer Ivan Mitford-Barberton. Om de hoek de bouw van het fort, de Voortrekkers, de stichting van de stad Durban, de vondst van goud en diamanten. “Livingstone staat aan de andere kant” eindigt mijn gids zijn uitleg. Dat verbaast me enigszins omdat ik sterk betwijfel of die hier ooit op bezoek is geweest. Door ervaring wijs geworden, weet ik dat als je aan zijn verhaal twijfelt, de verteller verder zijn mond houdt. Tegenspraak wordt afgestraft met stilzwijgen. En jawel hoor, zo ontdek ik naderhand, aan de achterkant van het gebouw staat Livingstone met de bijbel in de hand afgebeeld. Hij kwam in 1841 naar zuidelijk Afrika als zendeling. Maar goed dat ik mijn mond heb gehouden. Livingstone is veel beter bekend vanwege zijn ontdekkingsreizen en de fameuze zoektocht naar Stanley - “Mr. Stanley, I presume?” Terecht, want als missionaris stelde hij niet zoveel voor. In een korte biografie staat dat hij tijdens zijn “carrière” als zendeling, slechts een enkele bekering heeft weten te bewerkstelligen.

Het Ou Mutual gebouw staat op de monumentenlijst. Het heeft eigenlijk wel wat weg van het Kavanaghgebouw in Buenos Aires en dateert eveneens uit de jaren dertig van de vorige eeuw toen gewapend beton voor het eerst op grotere schaal werd toegepast. “Late art deco” volgens de kenners. Foto’s van het interieur leveren het bewijs. Uiteraard wil de Schot weten waar ik vandaan kom. Vandaag is dat uit Buenos Aires. Ah, in Glasgow had hij ooit een Poolse vriend die daar had gewoond. Dat was een kosjere slager die worstelde om wat bij te verdienen. Totdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog de aanplakbiljetten met “Join the British Army” in Buenos Aires had zien hangen - “daar hing Buenos Aires toen vol mee” - en zich had aangemeld. Met de boot naar Engeland, waar hem bij aankomst werd verteld dat hij als Pool dienst moest nemen in het Poolse leger en tegen zijn zin werd doorgestuurd naar Glasgow. Daar trouwde hij na de oorlog met een Schots meisje. Dat ze veel ouder was dan zij hem had verteld, ontdekte hij vele jaren later toen hij haar geboortebewijs had gevonden. Hoewel hij vond dat ze hem had belazerd, was ie toch maar bij haar gebleven. Een mooi verhaal zo vroeg op de zondagmorgen.

Er gaat licht geschut af, hetgeen me herinnert aan de aankondiging dat vandaag “armistice day - wapenstilstandsdag” wordt herdacht. De wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog wel te verstaan. Het is een wat zielige vertoning bij het oorlogsmonument aan de Adderleystraat. Aan de ene kant zitten de genodigden onder aanvoering van Helen Zille, de burgemeester van Kaapstad, in een soort partytent. Aan de overkant staan leden van de Zuid-Afrikaanse land-, zee- en luchtmacht opgesteld. Ze hebben het moeilijk. Hoewel het niet eens al te warm is, valt de een na de ander flauw. Er loopt een groepje hogeren in rang en een clubje hospikken met flessen water achter de gelederen heen en weer om te speuren naar iemand die op het punt staat neer te gaan. Die wordt dan vlug uit de gelederen gehaald en gedrenkt. Stel je voor dat die gasten het vaderland zouden moeten verdedigen! De kransen worden gelegd op hetzelfde moment als in Londen bij de Cenotaph. Een regiment doedelzakblazers in Schotse rokjes, oude blanke mannen - veteranen - in blazers. Zwarte militairen waren destijds wellicht staatsgevaarlijk en minder gewenst. Rare koloniale tradities die ondanks alles in stand worden gehouden.

Gisteren ben ik naar mijn Kaapstadse onderkomen verhuisd. In de City Bowl, de stadskom, het oude centrum. Veel gebouwen uit de Victoriaanse tijd, hippe restaurants, galerieën met een keur aan hedendaagse kunst. Dat wil zeggen op werkdagen. In het weekeinde zit vrijwel alles stevig op slot en is het er uitgestorven. Het gebouw waar ik woon, is net opgeleverd. Een vernieuwbouwproject van een aantal gebouwen. Op straatniveau zie je daar niets van, alleen de hogere verdieping hebben een woonbestemming gekregen. Tussen beide in een parkeergarage en kantoren. Hoewel splinternieuw is er geen internet, geen telefoon, geen televisie. De mobiele USB internetmodems zijn zo populair dat ze zijn uitverkocht voordat ze de winkel bereiken. Bovendien schijnt er maar één enkele winkel te zijn waar die dingen voor een paar maanden kunnen worden gehuurd. Volgende week wellicht. Als het begint te schemeren, gaat het licht opeens uit. Elektriciteit moet vooruit worden "gekocht", het krediet is op. De winkels waar “licht” wordt verkocht, zijn vandaag helaas gesloten. Tot overmaat van ramp heeft de enige buurtsuper die open is geen vergunning om op zondag alcoholische versnaperingen te verkopen, zodat ik zelfs mijn verdriet niet kan verdrinken. Had ik maar een inburgeringcursus gevolgd!

wordt vervolgd