OSCAR IN PARIJS (18092007)

“Vous-êtes communiste?” vraagt de aardige Fransman die ons net op de foto heeft gezet. “Pas du tout!”, dat is wel het laatste dat mij kan worden verweten. Plaats van handeling is de ondergrondse ontvangstruimte van het hoofdkwartier van de Franse communistische partij in Parijs. Gelegen op de grens van het 10e en het 19e arrondissement bij de Place du Colonel Fabien. Fabien was helemaal geen kolonel was doch een verzetsheld van communistische huize. Wij logeren vlakbij, op de Avenue Simon Bolivar. “Bevrijder van Zuid-Amerika” staat er op het straatnaambordje onder zijn naam. Al doende wordt Generaal San Martin, de Argentijnse Vader des Vaderlands, met de Franse slag gedegradeerd tot een voetnoot in het afwerpen van het Spaanse koloniale juk in Latijns-Amerika. We zijn absoluut geen communisten, maar wie is dat tegenwoordig nog wel? We bezoeken het communistische hoofdkwartier uit pure nieuwsgierigheid, zoals ik ook wel eens een kerk bezoek zonder me in de verste verte aangetrokken te voelen tot het christendom. In het souterrain van het gebouw, dat normaal is gesloten voor bezoekers, worden schilderijen van Pierre Amiel geëxposeerd, vandaar dat we een kijkje kunnen nemen in de catacomben van het door de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer ontworpen gebouw. De werken van Amiel zijn slechts het excuus daarvoor.

De buitenkant van het complex ziet er niet overmatig revolutionair uit. Jawel, de gevel heeft de zo karakteristieke “Niemeyer golf” en voor het gebouw ligt een omgekeerd schaalvormige constructie die op de bovenkant van een helm lijkt. Het gebouw detoneert 100% met de omgeving, een saai quartier. Het voorplein, dat zo mooi groen had kunnen zijn, is vrijwel volledig gebetonneerd. In de beste Marxistische traditie, zo vermoed ik. Niemeyer is communist in hart en nieren en ontwierp het gebouw toen hij tijdens de Braziliaanse militaire dictatuur van de jaren 60 van de vorige eeuw in ballingschap in Frankrijk woonde. Op een muur van de expositieruimte hangt een compilatie van een paar schetsjes die de basis voor het ontwerp vormen, met in de marge korte handgeschreven aanwijzingen. Ik zie Niemeyer weer voor me op de dag dat ik hem ontmoette in zijn studio in Copacabana. Viltstift in de hand om zijn woorden te verbeelden met eenvoudige, doch alleszeggende lijnen. Hij is voor mijn gevoel veel meer een ideeënman, een artiest, dan een architect. Drie snelle schetsjes. Van het voorterrein met daarop een – uiteraard golvende - sculptuur, de overkapping voor de entree en dus dat op een helm lijkende uitsteeksel. Van het het souterrain en de inrichting ervan en een overzicht van de buitenkant zoals de voorbijganger het gebouw vandaag de dag ziet. Ik heb het vermoeden dat toen Oscar klaar was met zijn schetsjes, de techneuten verder maar moesten uitzoeken hoe van die krabbels een partijhoofdkwartier kon worden gemaakt.

Gedempt licht, zachtgroene vloerbedekking. Mooi, rustig. Mysterieus, zo’n beetje als vroeger het communisme. De wanden en de vloeren golven zoals de buitenkant van het gebouw, niets is kaarsrecht. Tegenover de entree kan je voor de betonnen receptiebalie een bal neerleggen die dan vervolgens uit zichzelf moeiteloos naar beneden rolt. Naar waar de ingang naar de grote vergaderzaal is, die in “de helm” blijkt te zijn gebouwd. De grens tussen bovengronds en ondergronds wordt gevormd door een rand plexiglas dat licht doorlaat. Hierdoor ontstaat een soort halo effect rond dit heilige huisje waar de communistische elite beslissingen nam en neemt. Een fraai effect en een mooie constructie die “binnen en buiten” ritsloos met elkaar verbindt. De zaal is van top tot teen behangen met kleine zilverkleurige metalen plaatjes die de ruimte het uiterlijk van een hippe discotheek geven. De beslissingen die er tegenwoordig worden genomen stellen niet zoveel meer voor, net zomin als het communisme in Frankrijk. Maar de gestaalde kaders geven niet zomaar op. Soms zou ik wel eens minder vreemde talen willen spreken. Ga ik op mijn gemak naar het toilet, was mijn handen en wordt aangesproken door een verontwaardigde partijganger. Het voorstel van Brice Hortefeux, de Franse minister van Immigratie, Integratie, Samenwerking en Nationale Identiteit, om een DNA test af te nemen van immigranten die naar Frankrijk komen voor gezinshereniging is zojuist in het parlement aangenomen. “Puur nazisme” fulmineert de man. Mijn argument dat Sarkoszy met een grote meerderheid is gekozen en dat deze plannen bekend waren, worden afgedaan met een verwijzing naar het “stomme stemvee’ dat niet nadenkt. Ik ben tijdens mijn leven ontelbare malen door allerlei regeringen aan keuringen onderworpen om vast te stellen of ik wel in hun land zou mogen werken. Ziektes waar ik nog nooit van had gehoord moesten worden uitgesloten alvorens de grens mocht worden gepasseerd. Nooit heb ik geprotesteerd om de praktische reden dat als ik echt graag in dat land zou willen werken en wonen - en dat wilde ik - ik me zou moeten onderwerpen aan hun voorwaarden. Een soort sullige gedweeheid die niet meer van deze tijd is, naar het schijnt.

Tot en met het meubilair in de ontvangstruimte is van de hand van de architect. Hier en daar ietwat versleten – het gaat financieel niet zo best met het Franse communisme - maar daarom niet minder Niemeyer. We gaan aan een grote ronde vergadertafel zitten om de ontwerpschetsen op ons gemak te bestuderen. Vooral de handgeschreven aantekeningen boeien me. “Het terrein niet te overdadig bebouwen. Respectvol omgaan met de omvang en het groen, de stad een beetje laten ademen, de vrije en creatieve architectuur z’n gang laten gaan, zoals het beton verlangt. O.N.” Zoals ik al zei, instructies aan de techneuten om er iets aardigs van te maken. En dat is hen zowaar gelukt.