OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM - 4 - ZWAERDECROONSTRAAT (08092007)

De meest ludieke straat van Rotterdam is de Zwaerdecroonstraat beslist niet. Op de vraag welke straat dat dan wel zou zijn, heb ik niet zo één, twee drie een antwoord. Maar dat komt nog wel. De tussen de ’s-Gravendijkwal en Claes de Vrieselaan gelegen straat werkt ondertussen hard aan zijn imago. Dat wil zeggen het deel met de even huisnummers, de kant die op de nominatie staat om te worden gerenoveerd. De overkant doet niet mee, die huizen zijn jaren geleden al opgeknapt. Die bewoners kijken hooguit belangstellend, en misschien af en toe met enige verwondering, toe wat de overburen, waaronder flink wat krakers, uitspoken. Halverwege hangt een spandoek uit het raam met de tekst “Kraken geen probleem, maar oplossing”. Op de voordeur van nummer 62a, bijna het laatste huis van de straat, hangt een bordje waarop “De cursus omgaan met teleurstellingen gaat vandaag helaas niet door” staat. Dat is jammer, want zo’n cursus zou een flink aantal bewoners tenminste enigszins kunnen voorbereiden op wat hun te wachten staat. Ze moeten binnen afzienbare tijd hun huis uit en velen kunnen zich waarschijnlijk niet permiteren om het daarna opnieuw te huren of te kopen. Er wordt al jaren geprotesteerd, maar zoals dat in een volwassen democratie hoort, trekken de eenmaal op het pluche zittende volksvertegenwoordigers zich daar weinig van aan.

De Zwaerdecroonstraat is een typische Rotterdamse straat. Zo’n straat als die werd gebouwd eind 19e begin 20ste eeuw. Panden van vier hoog met een souterrain, twee voordeuren. Niet al te breed, wel lekker diep. Glas in lood bovenlichten – voor zover niet gesloopt of vervangen -, deuren – voor zover nog origineel - met kleine, maar mooi vormgegeven hekjes en voor de bewoners van de benedenwoningen een heerlijk diepe tuin. Die tuin grenst aan de tuin van de achterburen van de Snellinckstraat, een straat die hetzelfde lot is beschoren: renovatie. De bewoners hebben de erfafscheidingen tussen de tuinen weggehaald en een “verborgen stadstuin” van hun binnenterrein gemaakt. Ik bof iemand tegen te komen die me de tuin wel wil laten zien. Alle mogelijke moeite doet hij om de sleutel van de tuindeur te vinden, helaas het lukt niet. Dan maar vanaf het balkon bekijken. Slingerende paadjes, veel kleine kunstwerken, een hangmat, een boomhuis, vlonders waarmee een terras is gecreëerd, tuinstoelen en tafels, afgedankte kolenkitten, potten en pannen, centrifuges en andere huishoudelijke apparaten die een decoratieve functie hebben gekregen of onderdeel van kunstwerk zijn geworden. Er wonen veel beeldende kunstenaars in een al dan niet door hun gekraakte woning en de tuin is een prachtige openlucht galerie voor hun werk. Ik kom ogen tekort. Op de balkonmuur hangt een kleine installatie, waarvan de hoofdbestanddelen een blonde, op Marilyn Monroe lijkende, Barbiepop zijn, een afgedankte doch keurig gladgeschuurde wok, de kiesschijf en de hoorn van een oude telefoon. Een heuse “barbiefoon”. Uit de hoogte zie ik een geïmproviseerde toonbank waarop keramieken gezichten liggen te zonnebaden, torso’s, kleine mystieke sculpturen die bosgeesten zouden kunnen zijn, gejatte verkeersborden, vijvers, bruggetjes, een zuil met een afgekeurde ouderwetse brandblusser (?) bekroond met een gebleekte koeienschedel. Kortom een klein paradijsje, zij het een tijdelijk paradijsje.

Veel achterstallig onderhoud, ontelbare huizen zijn zichtbaar verzakt. Sloop, nieuwbouw of renoveren? Voor iedere oplossing is een argument te bedenken. De kant met de even huisnummers van de Snellinckstraat is helemaal gesloopt, maar de oneven kant vormt samen met de even nummers van de Zwaerdecroonstraat een toch wel karakteristiek geheel dat de moeite waard is om te behouden. Zo ontstond het renovatieproject “Snelle Croon”. De krakers en actievoerders uit de buurt gebruikten de de rest van de straatnamen om een hun actiegroep “Lincke Zwaerd” te noemen. “EEN BLOK STAD” staat er groot op het dekzeil voor een gevel in de Snellinckstraat. Woningen, met tot voor kort een betaalbare huur, moeten worden verbouwd tot stadshuizen voor hoogopgeleiden met een stevig inkomen, de nieuwe doelgroep van de Gemeente Rotterdam. Gelikte reclamefilmpjes op het internet warmen hen op om de beurs te trekken. Tot mijn genoegen zie ik dat het bordje op de gevel van nummer 49 er nog hangt. “In dit huis woonde van 1909 – 1911 de schrijver Willem Elsschot 1882 – 1960. Hier schreef hij de roman Villa des Roses”. Zijn eerste boek, dat - in 1913 - zou worden gepubliceerd. Een paar straten verderop, in de Saftlevenstraat hangt een plaquette die beweert dat de roman “Bint” er zich afspeelt. Een literaire buurt zowaar.

Meer tastbare kunstwerken zijn de voordeuren in beide straten of hangen in de ramen van sommige huizen. In één raam hangt een schilderij dat deels bestaat uit “singles” - 45 toeren plaatjes. Tevergeefs probeer ik de titels van de liedjes te ontdekken. Een omgekeerde VVD verkiezingsaffiche is tot kunstwerk verheven, portretten, beelden en dan de huisdeuren. In een opwelling zou zijn besloten om die te gaan beschilderen, met als resultaat dat saaie voordeuren kleurrijke panelen zijn geworden. Een grote zwartbonte koe, een mooie rode bloem, een lelijke eend, een primitief meisjespopje, deuren met hand- en voetafdrukken, een surfer, een gedicht dat de gehorige Rotterdamse huizen prachtig karakteriseert: Stil, nachtstil, stadstil, centrumstil, straatstil, huisstil. Boven mij plassen, naast mij traplopen, achter mij......een muis. Nog steeds een literaire buurt die ik heb herontdekt, doch die over een paar maanden nooit meer zo te beleven zal zijn. Waardoor dit een Rotterdamse ontdekkingsreis was, die over een poosje nooit meer gemaakt kan worden. Haast u!