|
DAGBOEK TERSCHELLING - 4 (27082007) Zondag, 19 augustus 2007. We - mijn neef en ik - zijn al een paar dagen aan het proberen om een televisiesignaal uit een zelfbouwpakket satellietschotel te toveren. Via zo’n ding zouden honderden zenders zijn te ontvangen. Bij het pakket zit een nietszeggend stukje moderne technologie dat “satellite finder” heet. Hoe harder het piept, des te scherper zijn de beelden die men gaat ontvangen. Behalve in ons geval dus. Na een groot deel van mijn leven in diverse verre buitenlanden te zijn geconfronteerd met de meest fantastiche voorstellen en apparaten die nooit werkten, weet ik vrijwel zeker dat er ook zo een is. Vooral nadat ik in de gebruiksaanwijzing lees dat het apparaatje overgevoelig is en een minder dan miniscule afwijking de ontvangst van de zo gewenste televisiebeelden kan verhinderen. In het geval dat het niet werkt, het altijd geldige excuus dat het beslist niet aan de leverancier ligt. Het optimistische karakter van mijn neef helpt. We gaan door nadat vele anderen het allang zouden hebben opgegeven. We gaan kijken hoe de schotel bij de buren is bevestigd, vragen schoonmama toestemming om gaten in de zijmuur te boren, gebruiken de babyfoon om elkaar tientallen malen te melden dat er nog steeds geen beeld is. Een beetje omhoog, een beetje omlaag, een beetje naar links of naar rechts. We doen er alles aan om vooral te vermijden dat de gevels van de buurhuizen en andere obstakels de ontvangst negatief kunnen beïnvloeden. Ik dreig mijn neef dat ik blijf logeren totdat we een signaal hebben en prompt lukt het. We hebben beeld!! Gelukkig mag ik daarna toch een paar dagen langer blijven. Het 107 jaar oude Terscheliinger huisje krijgt zowaar een mediterrane uitstraling met die schotel aan de buitenmuur. Veel mooier toch dan het als een Turks of Marokkaans uiterlijk te beschrijven? We gaan krabben vangen. Een tak van sport die ik nog nooit eerder heb beoefend, maar die erg leuk blijkt. Stok, touwtje met haak met een stukje spek eraan en de krabben kunnen naar boven worden gehaald. Dat is de theorie en min of meer de praktijk. We hangen wat op de Waddenzeedijk, in mijn herinnering komt “Biels & Co” boven drijven. Een hoorspel van een halfuur uit eind jaren zestig, begin jaren zeventig met de acteur Ko van Dijk in de hoofdrol als de aannemer Biels. Eén keer in de twee weken werden veel te vroeg op zondagmorgen in het theater Pepijn in Den Haag twee afleveringen opgenomen. Mijn toenmalige geliefde en ik waren grote fans van de hoorspelserie en gingen vrijwel altijd naar de opnames toe. Helaas zijn mijn toen moderne en nu zeer gedateerde bandopnamen van de uitzendingen tegelijkertijd met die liefde verloren gegaan. Ik weet niet meer wat ik erger vond. Wat in mijn geheugen staat gegrift, is de uitzending waarin Biels “wat ging lopen” en bijna verdronk. Hij was dan ook uigenodigd om te gaan wadlopen, iets heel anders. Terwijl mijn neef en zijn zoon de ene krab na de andere ophalen, droom ik in de zon weg naar de zorgeloze jaren van weleer. Als we naar huis gaan, is vanaf de kruin van de dijk goed te zien dat de alle afzonderlijk dorpen op de kaart eigenlijk niet meer zijn dan een langgerekt lintdorp van veertien kilometer. Maandag, 20 augustus 2007. Alvorens weer op huis aan te gaan, wil ik per se het eiland in een ruk rondfietsen. Voor zover de fietspaden dat tenminste toelaten. Vandaag moet het gebeuren, daarna is er geen tijd meer. Bij Kinnum, naast Midsland, doorsteken naar het fietspad aan de voet van de Waddendijk en vervolgens richting West. Wind in de rug, zodat ik op de terugweg vanaf de andere kant van het eiland de wind opnieuw mee zal hebben. Even voor West staan de “Beelden aan Zee” op een stukje dijkverhoging dat als een wisvinger vinger het Wad insteekt. Allemaal beelden gehakt uit Noors Labrador graniet dat in 1903 in de buurt van Terschelling met het Zweedse stoomschip “Otto” naar de zeebodem verdween en niet zolang geleden door Terschellingers werd opgedoken. Mooi grijze beelden, die daar zo’n beetje in het niemandsland tussen het eiland en de vaste wal staan. Ze hebben bij de omgeving passende namen als “Bolder”, “Zeilen”, “Vergaan” en “Wrak”. Het beeld “Terschelling”, een in het steen gehakte kaart van het eiland, vind ik helemaal niets. Echt geen reet aan, maar waarschijnlijk iets om het Gemeentebestuur en de sponsors te vriend te houden. Het allerminst uitbundige en abstracte “Eilanders” is daarentegen zeer de moeite waard. Niets geen toeters en bellen, de eenvoudige lijnen drukken die eilanders prachtig uit. In mijn ogen althans. Langs de haven, richting Groene Strand. Het is een stuk rustiger dan vorige week, het schooljaar is begonnen en veel toeristen zijn het afgelopen weekeinde terug naar huis gegaan. Doodemanskisten, bossen en struiken. In mijn onschuld denk ik cranberries te ontdekken. Struiken vol met rode bessen, geen cranberries, maar vogelbessen zo wordt me achteraf onderwezen. Een grondwatermeter in het bos – nooit eerder gezien - West aan Zee, een gehucht met een hotel en een paar huizen dichtbij het Noordzeestrand. De duinen in, de bossen door tot aan de Boschplaat. Lekker enigszins beschut rijden, zodat ik weinig last van de tegenwind heb. Bij Oosterend, daar waar de hoofdweg ongeveer eindigt, draai ik het stuur in de richting van “west” en zie in de verte, zo’n beetje boven het zeegat tussen Terschelling en Vlieland, de regen uit de donkere hemel vallen. “Even flink doorfietsen” moedigt de in korte broek en T-shirt geklede fietser zichzelf aan. Helaas is bovendien de wind gedraaid! De ene bui na de andere komt naar beneden, mijn beenspieren vechten met de elementen. Bij de dijkovergangen liggen naamplaten in het wegdek van de dorpen die erachter liggen. Kletsnat, maar opgelucht bereik ik het bordje “Midsland”. Spierpijn in de bovenbenen en zadelpijn in mijn billen herinneren me dagen later nog aan dit rondje Terschelling. wordt vervolgd |