|
TERUG VAN WEGGEWEEST - 10 (05082007) Terug van heel lang weggeweest, word ik ‘s ochtends rond een uur of acht gewekt door ritmische klappen die ik niet zo één, twee, drie kan thuis brengen. Het deel van mijn geheugen waar de Rotterdamse stadsgeluiden zijn opgeslagen, neemt alle tijd alvorens de boodschap door te geven dat dit het geluid is van een heiblok dat een heipaal de grond in ramt. Zoiets hoor je niet in Buenos Aires. Voordat mijn ouders naar Rotterdam verhuisden, had ik nog nooit van “heien” gehoord. Dat was niet nodig in het oosten van het land waar wij voordien woonden, daar had je stevige zandgrond en niet van dat slappe veen. Het is een geluid dat is verbonden met mijn tienerjaren, veel langer geleden dan ik bereid ben toe te geven. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was Rotterdam volop in wederopbouw, er heerste woningnood in Nederland, de stad dijde in rap tempo uit. Zuidwijk en Pendrecht werden aan de zuidkant gebouwd, wijken die ondertussen flink verpauperden en alweer zijn of worden gerenoveerd. Er werd wat afgeheid. Het klappen van het heiblok op de palen, het sissen van de stoom ontbrak nooit. In een kort artikel in de Cultureel Supplement van de NRC met de titel “De beat van de heipalen” zegt Gyz la Rivière: “Vanaf de wederopbouw horen we het geluid van de heipalen, en op een gegeven moment zijn we erop gaan dansen. Zo is waarschijnlijk de gabbermuziek begonnen”. Later op de dag kom ik in het centrum van de stad een foto tegen die mijn jeugdherinnering perfect verbeeldt, een groepje Rotterdamse kwajongens dat stoer poseert op een stapel heipalen. Terug van heel lang weggeweest, gebeuren er zoals altijd, dingen die ik ben ontwend of nooit eerder heb gezien. Als ik in het benzinestation uit de auto stap van degene die me een lift geeft, staat hij nota bene zelf benzine te tanken! Er is geen pompbediende! In Argentinië is zelftanken door de overheid verboden, een werkgelegenheidskwestie volgens mijn collega’s. Een andere verassing is dat zjn auto is uitgerust met een “TomTom”, nooit van mijn leven zo’n ding gezien. Niet dat de chauffeur zo’n “wegwijzer” nodig heeft – hij zegt de route te kunnen dromen – maar competitief als hij is, doet hij een wedstrijd met het apparaat. Ruim een kwartier eerder dan “TomTom” bij het vertrek had berekend, arriveren we op onze plaats van bestemming. Eerder op de dag had ik op het postkantoor een brief laten wegen, maar die ene postzegel die ik nodig had was niet te koop. “U moet er tien tegelijk kopen meneer. We verkopen al meer dan een jaar geen losse postzegels meer”. En dan maar zien wanneer de andere negen nodig zullen zijn. Gelukkig zijn karnemelk, chocoladevla, piccailly, roggebrood, pekelvlees, varkenslever en Friese kruidkoek nog wel per stuk, per ons of per pak te koop. Ik mis het nooit, droom er nooit van, maar op de dag dat ik in het vaderland aankom, wordt het gelijk gekocht én gegeten of gedronken. Naar rabarber zoek ik tevergeefs. Nergens te koop. Ik loop twee keer langs de kramen van de verallochtoonde stadsmarkt, het assortiment is duidelijk aangepast aan de sterk gewijzigde bevolkingssamenstelling. Tropische produkten te over, rabarber ho maar. Tot mijn opluchting ontdek ik uiteindelijk een paar voorverpakte stelen bij BAS, een met redelijke prijzen pronkende supermarkt. Het lijkt wel of rabarber, toch niets anders dan een soort snel groeiend onkruid?, tot een exclusieve delicatesse is gepromoveerd. Twee Euro voor veel minder dan een kilo! Het smaakt – daardoor? - deze keer een stuk lekkerder dan mijn smaakpapillen het zich herinneren. Eén van de vele gratis dagblaadjes – tijdens mijn vorige bezoek twee, thans minstens vier - meldt dat een Rotterdamse politieke partij een internetloket heeft geopend waar bezorgde burgers “nutteloze ambtenaren” kunnen melden. “Stuur een ambtenaar naar huis!” luidt de strijdkreet. De bedoeling is om overheidsdienaren die niets uitvoeren, spookafdelingen en andere onnodige bureaucratie de nek om te draaien. Bijna spontaan wil ik ambtenaren aangeven die zich bezig houden met het verzinnen van zinloze of onbegrijpelijke gebods- en verbodsborden. Wat te denken van de “verboden voor voetgangers” borden langs het trottoir en het wandelpad van de Westersingel. Is dat deel van de straat juist niet voor wandelaars bedoeld? In Rotterdam kennelijk niet. De enige die zonder de kans te lopen te worden bekeurd zijn gang kan gaan is “l’Homme qui Marche” van Rodin. Elders zie ik een verbodsbord met een poepende hond erop. Zouden de regelneven hebben ontdekt dat honden zo’n bord kunnen lezen en begrijpen? Of het bord aan de kop van de Rijnhaven met de cryptische tekst “BILGEBOTEN ZIJN ER OOK VOOR KGA; LAAT HET BILGEBOT EN S-FORMULIER INVULLEN” voor meer informatie kan SAB worden gebeld”. Gooi maar in mijn pet. Of de “Welkom in deze Wijk” borden die overal in de stad staan. De bewoner of bezoeker van de wijk is van harte welkom om er te wonen, te werken, te wandelen en te winkelen. Het is echter ten strengste verboden in het openbaar alcohol of drugs te gebruiken, messen of andere steekwapens bij je te hebben – over vuurwapens wordt niets gezegd dus dat mag weer wel - en er geldt een samenscholingsverbod voor meer dan vier personen voor hen die zich bezig houden met de handel en het gebruik van “middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de opiumwet”. Een verblijf in een Rotterdamse wijk is net een luchtreis, daar mag je tegenwoordig met niet meer dan één medepassagier in het gangpad staan te praten of te drinken want anders wordt aangenomen dat het om een terroristische samenscholing gaat! Dan is het “gebodsbord” bij een populaire discotheek die een een voormalige graansilo is gevestigd heel wat klantvriendelijker: “Alle verboden artikelen – zoals vermeld in de opiumwet of de wet wapens en munitie – kunt u voor detectie vrijwillig afstaan aan het beveiligingspersoneel zonder juridische consequenties”. Terug van heel lang weggeweest en erg druk met opnieuw in te burgeren. |