DAGBOEK GUATEMALA - deel 11 (27062007)

Dinsdag, 29 mei 2007.Volgens de waarschuwingen die met de regelmaat van de klok door allerlei buitenlandse overheidsinstellingen worden gepubliceerd, zou je haast gaan geloven dat Guatemala uitsluitend bedoeld is voor reizigers zonder vrees. Zo zou het naar een kind kijken of het over de bol aaien al aanleiding kunnen zijn tot een stevige vechtpartij, omdat zoiets soms als de inleiding van een kinderroof wordt beschouwd. Komend uit een land waar een jaar of tien geleden het een kind bij de hand nemen om te helpen bij het oversteken van een drukke straat of het even onschuldig op schoot nemen als potentieel pedofiel gedrag werd beschouwd, kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Doch leuk is anders. Ik zou dus min of meer opgelucht aan de thuisreis naar Buenos Aires moeten beginnen, maar die is volgens weer andere overheidsinstellingen niet minder gevaarlijk. Zo publiceerde een Guatemalteekse krant een paar dagen geleden tips over hoe reizigers, uitzwaaiers en afhalers de kans op beroving op het vliegveld kunnen verkleinen, iets dat schering en inslag schijnt te zijn. Aan het einde van de vlucht is er in Argentinië sprake van sterk verhoogde onveiligheid in het luchtruim in de buurt van Buenos Aires. Het luchtradar is tijdelijk buiten gebruik, waardoor de luchtverkeersleiders werken op basis van wat zij kunnen zien. Mijn werkgever ontraadt om te vliegen, tenzij het onvermijdelijk is. Diverse collega’s hebben geweigerd om op zakenreis te gaan nadat pers en televisie uitgebreid hadden bericht over een aantal bijna botsingen in de lucht. Omdat ik me heb voorgenomen om tenminste honderd jaar oud te worden, trek ik mij van dat alles niets aan. Overal waar je bang voor bent overkomt je immers?

Vulkanen aan de horizon, de file wachtende schepen voor de ingang van het Panamakanaal, de tropische oerwouden met hun als slangen door het groen meanderende rivieren, de woestijnen, de Andes, de overdadige stadsverlichting van Buenos Aires, de stad die er alles aan doet om haar bijnaam “het Parijs van het Zuiden” hoog te houden. Geen zeikerige paspoortcontrole of douane, de bestelde taxi staat – zoals het hoort – keurig te wachten. Ondanks de negatieve adviezen van hen die het allemaal zo goed denken te weten, kom ik gewoon op de geplande tijd heelhuids thuis.

Vrijdag, 1juni 2007. “Secrets and Lies” heet de film die in het kader van de cyclus “60 jaar Festival van Cannes” in “Lugones” wordt vertoond. Die bioscoop is gevestigd op de tiende verdieping van het Teatro General San Martín. Zowel letterlijk als figuurlijk films op hoog niveau. De synopsis sprak me onmiddelijk aan. Hortense, een hoog opgeleide zwarte vrouw, ontdekt bij toeval na de dood van haar – eveneens zwarte - adoptiemoeder wie haar biologische moeder is. Ze krijgt een onbedwingbare drang om haar echte moeder te leren kennen. Dat blijkt een blanke vrouw te zijn, een fabrieksarbeidster die in een typisch Engelse “Coronation Street” buurt woont. Ze is geschokt als de vergeten dochter haar opbelt met de bedoeling een afspraak te maken om haar te ontmoeten, ze wil absoluut niet aan het verleden worden herinnerd. Een thema waar ik wel wat mee heb na een paar weken in het “adoptiehotel” van Guatemala, alwaar ik dag in, dag uit adoptieouders zag die af en toe zelfs meer dan 100% verschilden van het kind of de kinderen die ze net hadden geadopteerd. Wat te denken van de aan overgewicht lijdende blanke lesbische stellen van middelbare leeftijd die onwennig met een donkere baby rondzeulen? Ik kan me levendig voorstellen dat een zwart meisje dat door zwarte ouders werd geadopteerd de omgekeerde schok kan krijgen. Na veel heen en weer gepraat lukt het Hortense om haar “echte” moeder – een absoluut zeikwijf - te ontmoeten, waarna het drama zich ontrolt. Confrontatie met een jeugdzonde, de familie die er niets van wist, een opstandige – eveneens buitenechtelijke - blanke dochter, beroep straatveger, die de kont tegen de krib gooit, enzovoort. Sociaal drama van de bovenste plank. Marianne Jean-Baptiste, die Hortense speelt, lijkt sprekend op ‘Labake, een mooie Yorubavrouw uit Lagos met wie ik het ooit tevergeefs probeerde aan te leggen. Tot en met de licht hese stem is dezelfde. Hoe is het mogelijk.

Epiloog. In de geschreven pers staat opeens veel adoptienieuws. Een serie artikelen in Trouw “Adoptieouders: halve engelen of egoïsten?”en “Adoptie is heel lucratief”. De New York Times “Surge in adoptions raises concern in Ethiopia” waar adoptie Guatemalteekse trekjes begint te vertonen. De Volkskrant “Internationale adoptie is eigenlijk kinderhandel” en “Guatemala worstelt met kinderroof”. Toeval of valt het op omdat ik er recent zo nadrukkelijk mee werd geconfronteerd?

Op 13 juni wordt Guatemala door een stevige aardbeving, 6.8 op de schaal van Richter, getroffen. Een collega bij wie ik navraag doe over eventuele schade, meldt opgewekt dat hij met de schrik is vrij gekomen. Hij woont met vrouw en dochter op de 16e verdieping van een flatgebouw. “Als het licht uitvalt en het gebouw begint licht te slingeren, schrik je wel even”. Droog commentaar van iemand die wel wat is gewend. Mijn reisgenote, die was doorgereisd naar de Maya ruïnes van Copán in Honduras, heeft niets gemerkt. De woorden van de gids na het ongeval bij de piramide in Tik’al schieten me weer te binnen “Soms eisen de geesten van onze voorouders een offer”. Twee keer dicht bij geweest, twee keer ontsnapt. Op “drie maal is scheepsrecht” zal ik het maar niet aan laten komen. Dit was voorlopig mijn laatste bezoek aan het land van de Maya’s.

slot