DAGBOEK GUATEMALA - deel 10 (25062007)

Zondag, 27 mei 2007. Zoals er mensen zijn die twee keer naar een goede tentoonstelling gaan of naar een te gekke film, zo ga ik voor het tweede achtereenvolgende weekeinde naar Tik’al. Zelfde routine. Vroeg uit de veren, hotel shuttle naar het vliegveld waar het dezelfde ongeorganiseerde bende is, soepele korte vlucht. Op het vliegveld van Flores is ondertussen een nieuwe controle uitgevonden, of wellicht had de verantwoordelijke functionaris vorige week zaterdag gewoon een snipperdag. “Het is verboden om vers fruit in te voeren in de Provincie Petén” staat er op een in elkaar geflanst bord. Op de tafel die ernaast staat wordt de handbagage van de arriverende passagiers “doorzocht”. Precies een week geleden was ik er getuige van dat er op straat openlijk drugs werden verhandeld, vers fruit is kennelijk veel gevaarlijker. Ik heb twee appels in mijn rugzak, die ik snel onder een schoon T-shirt wegmoffel waarna de controle zonder probleem wordt doorstaan. Ik heb appels gesmokkeld! In Tik'al andere route maar dezelfde luie gids en dezelfde flauwe grappen. Vorige week vond ik het een stuk spannender omdat we toen de Gran Plaza met de twee imposante tempels pas aan het eind bezochten, dat was een prachtige apotheose. Nu bezoeken we die plek halverwege de wandeling, daarna valt de rest eigenlijk wat tegen.

Het hoogtepunt van vandaag is een ongeluk. Als we richting Mundo Perdido lopen, rent een opgewonden gids ons tegemoet “één van mijn toeristen is van de piramide gevallen!” Wij nemen het bericht voor kennisgeving aan totdat we de man aan de voet van de piramide zien liggen. Het loopt tegen het middaguur, de zon staat hoog aan de hemel, de luchtvochtigheidsgraad is hoog. Het is snikheet. Medetoeristen zorgen voor wat schaduw met grote boombladeren. Hij ligt bewegingloos op zijn buik. Wat erom hem heen gebeurt doet surrealistisch aan. Groepjes toeristen komen en gaan, informeren in het voorbijgaan beleefd wat er is gebeurd, schudden hun hoofd over zoveel pech, beklimmen de piramide, informeren nogmaals, schudden hun hoofd nog eens omdat het zolang duurt voordat er hulp opdaagt en wandelen vervolgen opgewekt koutend verder. De man was bijna boven toen hij van de 30 meter hoge stenen trap viel. Toegegeven, de trap heeft hoge ongelijke ruw gehakte stenen treden en is daardoor geen makkie. Door af en toe de handen te gebruiken is de klim echter goed te doen, ik weet het want heb dat twee keer gedaan. Gewoon domme pech. Een jonge man rent een paar keer naar de top van de piramide en probeert met zijn mobiele telefoon contact met de buitenwereld te maken. Tevergeefs, de plek is te ver van de bewoonde wereld verwijderd, er is geen signaal. Het Nationale Park heeft geen hulpdienst, de ambulance moet vanuit Flores komen, een uur verderop. De man bloedt, hij heeft duidelijk zichtbare beenbreuken. De filosofisch ingestelde gids van een andere groep heeft een eenvoudige en, wat hem betreft, zeer afdoende verklaring voor de val. “De geesten van onze voorouders eisen af en toe en offer en dan kan zoiets als dit gebeuren” zo doceert hij. De val was dus eigenlijk onvermijdelijk maak ik daaruit op. Aldus verandert de piramide van de Mundo Perdido zo’n beetje in de Temple of Doom van Indiana Jones.

Zowel voor de vliegreis heen als de terugvlucht verstoren veiligheidscontroles het goede humeur van mijn reisgenote. In Guatemala Stad verloor zij vanmorgen haar nagelschaartje, maar ze mocht haar etuitje met make up en de flacons zonnebrandcrème en muggenolie meenemen. Van de vorige week weet ik dat die flacons vervolgens door de controleurs van het vliegveld Nuevo Mundo Maya van Flores in beslag zullen worden genomen. Dat vertel ik haar in de vertrekhal, waarop zij besluit haar rugzakje in te checken en het etuitje in de mijne te doen. Voor het geval dat de hare onderweg verdwijnt. Bij de controle piept mijn rugzak, er zit een pincet in het etuitje, in de ogen van de serieuze controleurs een potentieel moordwapen. Het argument dat de pincet vanmorgen zonder probleem door de controle in Guatemala Stad is gekomen, maakt geen enkele indruk. De controleurs vinden dat zij hun werk stukken beter doen dan die klunzen in de hoofdstad. De pincet dreigt in beslag te worden genomen, maar dat zal haar niet gebeuren, ze probeert “het wapen” alsnog in het al ingecheckte rugzakte te stoppen. Het gewillige baliepersoneel zal ervoor zorgen, maar heeft daar het bagagebewijs voor nodig om haar rugzakje te kunnen identificeren. Het bewijsje zal in het vliegtuig worden afgeleverd. Ze wacht ongeduldig, alle passagiers zijn aan boord, waar blijft het bagagebewijs? De schemavertrektijd gaat voorbij, de vlucht wordt vertraagd door een lullige pincet. “Ik koop een nieuwe voor je” bied ik aan, het mag niet baten. Twintig minuten later wordt tot onze verbazing de pincet afgeleverd. Achteraf dus niet zo dodelijk als het leek, de bemanning moest er trouwens heel erg om lachen. Maar waar is het bagegebewijs? De stemming verbetert nauwelijks, ook de terugvlucht duurt gelukkig niet langer dan een half uur.

De chaos bij aankomst op het vliegveld “La Aurora” is wel amusant. Binnenlandse en buitenlandse vluchten arriveren in dezelfde terminal, waardoor binnenlandse passagiers plots bij de paspoortcontrole terecht komen. De vorige week heb ik geleerd de uiterste rechterbaan te nemen, de lange rijen wachtenden te negeren, bij de balie stoer “Flores” te zeggen en gewoon door te lopen. Douane idem ditto. Het zou perfect werken voor hen die Guatemala illegaal binnen zouden willen komen, doch dat wil haast niemand. De rugzak arriveert zonder problemen. Eind goed, bijna alles goed, want over het nagelschaartje en de pincet wordt nog lang nagetreurd.

wordt vervolgd