|
DAGBOEK GUATEMALA - deel 3 (29052007) Zaterdag, 19 mei 2007. Opnieuw een eindeloos pad door het subtropische bos. Verhalen over Star Wars, het soort faits divers die me echt geen reet interesseren. Ik wil achtergrondverhalen horen over de Maya cultuur, hun geschiedenis, hun militaire en politieke organisatie, hun architectuur. Niets van dat alles. Want bij de volgende tempel die zal worden bezocht zijn namelijk delen van de tweede Star Wars film opgenomen. De gids heeft de betreffende scène zelfs op zijn mobieltje staan om het wettig en overtuigend bewijs te leveren. Dat is “Templo #4” in de codetaal van het Nationale Park Tik´al. Dankzij Star Wars staat de tempel in de steigers. De filmploeg had een metalen ladder in een muur bovenop de tempel gemonteerd, daar waar het voor bezoekers “verboden toegang” was, en achteloos vergeten dat ding weg te halen toen de opnamen klaar waren. Die trap lokte en werd massaal gebruikt, hetgeen de structuur van de tempelmuur aantastte. Star Wars maakte veel mensen rijk, maar verziekte dit unieke Maya monument. Spaans belastinggeld helpt de schade te herstellen, middels een financiële bijdrage van de Spaanse Ontwikkelingssamenwerking. Maar goed, die Spanjaarden hebben zoveel rijkdommen uit Latijns-Amerika geroofd dat ze wel eens wat terug mogen doen. Terwijl ik dit schrijf, eist de Spaanse regering een scheepslading mogelijkerwijs door hen gejat goud en zilver op, die door schatgravers uit Florida is opgedoken. Eens een dief, altijd een dief. Via een door de lokale autoriteiten aan de zijkant gebouwde houten trap, kan de half uitgegraven tempel worden beklommen. Met 70 meter, is dit het hoogste bouwwerk van Tik´al. Veel vals plat en ongelijke, glad gesleten treden. De truc van zo´n beklimming is om het tempo gelijkmatig te houden. Helaas verstoren veel uithijgende langzame klimmers het ritme en verbruiken onnodig de energie van hen die volgen. Eenmaal boven wordt de teleurstelling van de afgelopen uren enigszins vergeten. Niet zozeer vanwege bewondering voor het alleszins unieke bouwwerk realiseer ik me, eerder vanwege het feeërieke uitzicht over een jungle waar hier en daar boven de groene bladermassa de toppen van andere tempels uitsteken. Het is zoiets als enorm genieten van het uitzicht bovenop de Euromast of de Eiffeltoren zonder de esthetische waarde (of niet) van de constructie waar je bovenop staat te waarderen. Het is en blijft verbazingwekkend hoe de Maya’s in de achtste eeuw na Christus met beperkte technische middelen zo´n gigantische tempel hebben gebouwd. En honderden jaren eerder veel van die andere vlakbij. Na de afdaling worden we opnieuw het bos ingestuurd, richting “Mundo Perdido” de Verloren Wereld, wat ongetwijfeld de meest toepasselijke naam is voor een wijk van deze spookstad in de jungle. De bouw van Tik’al begon naar schatting in het jaar 700 voor Christus. “Mundo Perdido”, dat uit 38 structuren bestaat, werd ongeveer 300 jaar voor het begin van onze jaartelling aangelegd en zou een observatorium zijn geweest. “Over de astrologie van de Maya's is praktisch niets bekend, maar duidelijk is wel dat het ontwerp van de belangrijkste gebouwen op een of andere wijze was gebaseerd op "astrologie", zo schrijft een onderzoeker. Dat is afgeleid uit de manier waarop de zon bijvoorbeeld aan het begin van de seizoenen kon worden waargenomen. Ook de stedenplanning zou zijn beïnvloed door astronomische oriëntatie. Met name openingen (ramen, deuren?) in tempels en overheidsgebouwen zouden op een dusdanige manier zijn ontworpen dat de opkomst, groei, afname en ondergang van bepaalde planeten kon worden geobserveerd. Tik´al werd rond het jaar 800 door haar bewoners verlaten, waarna de natuur geleidelijk aan opnieuw bezit nam van het eerder afgestane gebied. Hoe, wat, waarom? Het is allemaal giswerk. Het uitgebreide gebied waar de Maya’s woonden - de hedendaagse Mexicaanse deelstaten Yucutän en Chíapas, Belize, Guatemala en het noorden van Honduras en El Salvador - vormde geen homogene staat. Net als voorheen in Europa en Afrika, waren er een groot aantal stadsstaten waarvan de inwoners dezelfde etnische achtergrond hadden en die qua cultuur, godsdienst en politieke organisatie veel met elkaar gemeen hadden. Onderling contact wordt aangetoond door de opsmuk van de kleding van op estela´s afgebeelde hoogwaardigheidsbekleders die bijvoorbeeld bestaat uit een riem bezet met schelpen, terwijl de zee honderden kilometers verderop lag, of de staartveren van een quetzal, een vogel die zijn habitat in veel hoger gelegen gebieden heeft. Een “estela” is een grote steen - model grafzerk doch langer – waarop vaak historische feiten werden vastgelegd in beeld en hiërogliefen. Volgens de gids deden ze ook dienst als een soort reclamezuilen om belangrijke evenementen aan te kondigen. Die boodschappen werden er echter op geschilderd en naderhand weer gewist. De architectuur is imposant door de omvang van de gebouwen, maar buitengewoon sober, decoraties ontbreken vrijwel geheel. In Copán, een paar honder kilometer naar het zuiden - net over de grens met Honduras - zijn de gebouwen naar het schijnt mooi gedecoreerd. “Het verschil tussen Tik’al en Copán is zoiets als het verschil tussen Las Vegas en Versailles” legt de gids desgevraagd uit. Het verschil tussen smakeloos Amerikaans en verfijnd Europees is mijn interpretatie. Het beklimmen van de dertig meter hoge observatiepost wordt bemoeilijkt door de hoge en ongelijke treden van de piramide. Opnieuw is de klim meer dan de moeite waard. Recht vooruit “Templo #4”, aan de rechterkant “Templo #3”, terwijl achterom kijkend twee gebouwen zijn te zien die hoog boven de boomtoppen uitsteken. Dat zijn Templo #1 en #2 in het hart van de verlaten stad. wordt vervolgd |