|
DAGBOEK GUATEMALA - deel 1 (20052007) Maandag, 14 mei 2007.Enorme rechthoekige landerijen schuiven onder het vliegtuig door, precies de herverkavelde percelen in het vaderland die je bij het landen op Schiphol in de Haarlemmermeer ziet. Aan de horizon de vage contouren van het Andesgebergte. Het zou nog net het uiterste noorden van Argentinië kunnen zijn of vliegen we al boven Bolivia? Het uitzicht onderweg van Buenos Aires naar Guatemala. Op het beeldscherm van het vliegtuig een film over Giacomo Casanova. Als een mooie jonge vrouw in de biechtstoel bekent haar “onschuld” en haar reputatie aan deze onverbeterlijke versierder te zijn kwijtgeraakt, belooft de groot-inquisiteur om haar in ruil voor een getuigenis tegen Casanova haar heur maagdelijkheid terug te zullen geven. “Kan dat dan?” vraagt ze ongelovig. “De katholieke kerk kan alles!” antwoordt de beroepsgelovige om haar te overreden Casanova achter de tralies te krijgen. Bij het horen van die onzin, barst ik als enige spontaan in lachen uit in de voor de rest gezapige cabine. Mijn meereizende Argentijnse collega kijk niet begrijpend mijn kant op. Hij is dan ook een goedgelovige aanhanger van de kerk van Rome. Een kwartier later of zo ruige vulkanische rotsformaties die het voorgebergte van de Andes vormen, Bolivia tussen de steden Sucre en Cochabamba. Niets, heel lang helemaal niets anders dan een ruig en verlaten berglandschap met hier en daar een al dan niet droge rivierbedding of een niet geasfalteerde weg wellicht. Bij gebrek aan auto’s of boten die het kunnen bevestigen, is dat moeilijk vast te stellen vanaf ruim 10 kilometer hoog. De gestolde uitwaaierende lavastromen zien er uit als omgekeerde puntzakken die leeglopen. Af en toe iets dat op een dorp lijkt in de verder dorre en verlaten hoogvlakte. Hoe mensen daar kunnen leven en overleven is me een compleet raadsel, toch lukt het ze al duizenden jaren. De tweede film is inmiddels begonnen, een romantische komedie met Jennifer Aniston, Shirley McLaine en Kevin Kostner in de hoofdrollen. Kevin, die een zeer geslaagde zakenman speelt, houdt een slap betoog over waarom het gedachtegoed van Che Guevara zo optimistisch van aard is. Van Argentinië los komen, is lang niet zo gemakkelijk als het lijkt. Woensdag, 16 mei 2007.Zoals te doen gebruikelijk, zit de ruime lobby van het Marriott hotel in Guatemala City vroeg in de avond vol met stevig in het vlees zittende blonde Amerikanen. Velen met kleine donkere kinderen met zwart haar onwennig op schoot of tegen de borst geklemd. Het hotel staat bekend als het “adoptiehotel”, heeft 27 speciaal voor adoptieouders ingerichte kamers en biedt die adoptietoeristen een speciaal tarief aan. Ondanks dat het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken eerder dit jaar dreigde om niet langer visums voor geadopteerde baby¨s te zullen verstrekken, heerst in de lobby dezelfde drukte als altijd. In 2006 werden er 4.135 Guatemalteekse baby¨s door Amerikanen geadopteerd, een daggemiddelde van ruim 10. Het is een bloeiende handel en velen eten mee uit de welgevulde ruif. Een adoptie kan tot dertigduizend dollar kosten! Die Amerikanen zitten dus niet alleen goed in het vlees, maar kennelijk ook goed in de slappe was. Naast het hotel, toucheren bemiddelaars, reisagenten, advocaten en corrupte ambtenaren en rechters het hunne. Er doen verhalen de ronde dat jonge meisjes met veel geld worden overgehaald om kinderen te baren voor adoptie, lees “verkoop”. Een jaar geleden zag ik iets waarvan ik bijna over mijn nek ging. Het was om 5 uur ’s ochtends, het uur dat de bus van het hotel naar het vliegveld vertrekt. De internationale vluchten vertrekken helaas op een onheilig vroeg uur. Een bus die vol zat met halfslapende reizigers die moeite hadden om hun ogen open te houden. Op het allerlaatste moment stapte een ietwat slonzige en in alle opzichten grote vrouw met onverzorgd lang blond haar in. Kleine donkere baby op de arm. Na wat gedoe bij de deur kwam een zwaar gehandicapte man zonder benen, op zijn handen steunend de trap van de bus opgewipt. De echtgenoot en nieuwe vader. Ik was meteen klaar wakker en werd overvallen door een gevoel van grote triestheid, omdat mij het vermoeden bekroop dat die baby van de regen in de drup terecht was gekomen. Het gezegde dat je je ouders niet voor het uitkiezen hebt, werd op tragische wijze verbeeld. Vrijdag, 18 mei 2007. De Guatemalteekse rampendienst waarschuwt dat een enorme stofwolk met een omvang van 1.200 kilometer lang en 800 kilometer breed de richting van Centraal Amerika opkomt. Een wolk gevuld met zand, zoals de Harmattan die in Nigeria de zon vaak verduisterde en als een dichte mist boven de stad hing. Dat baart me enige zorgen voor de vliegreis van morgen naar de noordelijke provincie El Petén. Dat is provincie die op de kaart makkelijk is te herkennen, het is een soort opgestoken duim die is ingeklemd tussen Mexico en Belize. Daar op zaterdag arriveren om de Mayastad Tik’al te kunnen bezoeken, is belangrijker dan na het bezoek daar gestrand te zijn en niet naar Guatemala City terug te kunnen vliegen nietwaar? Tik’al is een honderden jaren voor onze jaartelling door de Mayas midden in een sub-tropisch bos gebouwde stad. De grote bloeiperiode van de stad lag tussen 200 jaar voor Christus en 850 na Christus. Toen was het een politiek, economisch en militair machtscentrum was. Tik’al werd om nog steeds niet opgehelderde reden door de Mayas verlaten en in het midden van de 19e eeuw opnieuw ontdekt. Sindsdien wordt er archeologisch veldwerk gedaan. Wat inmiddels zichtbaar is, ga ik morgen bekijken. wordt vervolgd |