CLUB VAN DE VOORUITGANG (22042007)

“Zou het zijn tweede of zijn derde vrouw zijn?” vragen wij ons baldadig hardop af. Dat kan geen kwaad, alleen aan onze tafel wordt Nederlands gesproken en begrepen. Het getuigt echter niet van al te veel respect voor de President van de Club del Progreso – Club van de Vooruitgang - en zijn geliefde. Wij vermoeden althans dat de keurig in het pak gestoken man, die met haviksblik vanaf zijn strategisch gekozen plek de boel in de gaten houdt, de President van de club is. Hij gedraagt zich in ieder geval wel zo. De van enige afstand jeugdig ogende geblondeerde vrouw aan zijn zijde zou nader beschouwd best alsnog zijn eerste grote liefde kunnen zijn. Als we haar even later goed “en profil” kunnen bestuderen, verraden de rimpels in hals en nek, alsmede de verslappende spieren aan de onderkant van de bovenarmen, het liften, dan wel het implanteren van siliconen en/of het injecteren van botox dat “en face” niet onmiddellijk opviel. We zitten net iets te ver weg om haar handen, de meestal onbetwistbare leeftijdverraders, goed te kunnen zien. “Misschien toch wel zijn eerste” concluderen we teleurgesteld.

Vrijdagavond in Buenos Aires. In het restaurant dat onze voorkeur had, was pas tegen middernacht plaats. Heel gewoon voor de buitenshuis etende porteños, maar wat laat voor onze eetclub. Na wat heen en weer gepraat was de keuze op Club del Progreso gevallen, daar was wel plaats, we werden er om negen uur verwacht. Het “clubhuis” is een statig, maar verder onopvallend gebouw in de even onopvallende Calle Sarmiento. Het interieur ziet er daarentegen kostbaar uit: marmer, veel kostbaar natuursteen, dure houtsoorten. Een monumentale trap naar de eerste verdieping, een kroonluchter in het trapgat die in een paleisje niet zou misstaan. Langs de trap hangen foto´s van oud leden, waaronder veel voormalige Argentijnse Presidenten. Voor iedereen gemakkelijk te herkennen namen, want veel straten, pleinen en de belangrijkste spoorlijnen in de hoofdstad zijn naar hen vernoemd: Sarmiento, Roca, Yrigoyen, Figueroa Alcorta, Alvear, Mitre, Pellegrini, Saenz Peña, enzovoort. De in 1852 door vooraanstaande inwoners van Buenos Aires opgerichte Club had, en heeft waarschijnlijk nog steeds, het hoogdravende doel om “de gemeenschapszin te bevorderen door middel van een dagelijkse samenzijn van de meest respectabele heren, zowel Argentijnen als buitenlanders, om, voor zover dat mogelijk is, politieke standpunten tot elkaar te brengen middels het voeren van een open discussie, alsmede het samenbundelen van alle krachten om zowel de morele als materiële vooruitgang van het land te bevorderen”. Een ouderwetse sociëteit voor heren uit betere kringen is mijn conclusie. Later werd daar “het met elkaar in contact brengen van mensen en ideeën, het uitbannen van het egoïsme en de hoogst mogelijke bescherming bieden aan de arbeid” aan toegevoegd. Niet echt een club voor Jan Modaal, meer een kakkersclub, maar wel een leuke. Niet bekend met de mores zijn sommigen van ons, waaronder ikzelf, gekleed in spijkerbroek en hebben gympen aan terwijl de leden bijna allemaal een keurig kostuum aan hebben of een net broekpak of een geklede rok met een saaie blouse. Geen gympen, maar gekleed schoeisel of elegante hooggehakte schoentjes. Verbeeld ik het me of kijkt de President echt af en toe misprijzend onze kant uit, met zo’n blik van “wat doen die vreemde eenden in mijn bijt?” Die vreemde eenden hebben het gewoon goed naar hun zin en vermaken zich om hem en zijn dame en om wat er verder om hen heen gebeurt. Het is ook een ietwat bedaagde club. Op de internetpagina staat iedere week een ander gedicht, er wordt wekelijks gedebatteerd over een politiek onderwerp, leden publiceren lange verhandelingen over onderwerpen waar de andere leden ongetwijfeld veel belangstelling voor hebben, maar daarbuiten vrijwel niemand. Een beetje incestueus eigenlijk.

Het restaurant is helemaal geen restaurant, maar de comedor – de eetzaal - van de club. Een salon waarvan de muren met donker hout zijn bekleed, waarop stijlvolle klassieke wandlampen en een paar vierkante meter gobelin hangen. Een robuuste marmeren schouw met een grote spiegel erboven, een mooie antieke kroonluchter aan het plafond, een fraaie parketvloer. In de ruimte staan een zestal ronde tafels. We treffen het met de enige kleine tafel voor acht personen want, zo blijkt, iedereen schuift verder gezellig aan bij zijn of haar bekenden. Ons kent ons en ons niet. Er hoeft geen moeilijke keuze uit een gevarieerd menu of uitgebreide wijnkaart te worden gemaakt. Er kan slechts worden gekozen tussen een driegangenmenu, met twee opties voor iedere gang, of iets dat op een uitgebreide snack lijkt. Wijn is bij de prijs inbegrepen. Net als de gesprekken, meandert de maaltijd voort. Na het hoofdgerecht verandert de sfeer. Er wordt even niet opgediend, er wordt gemusiceerd. Het optreden van de stevig geheupte zangeres Andrea Mendivil die, begeleid door een gitarist, fado’s zingt en tango’s is aardig, doch niets bijzonders. Het bijzondere gebeurt pas als zij is uitgezongen, dan is het de beurt aan de leden om hun muzikale talenten te demonstreren. De President neemt het voortouw met onder andere “Por una cabeza” de klassieker van Carlos Gardel. Anderen volgen. Een paar heren hebben hun gitaar meegebracht, andere leden hun stem. Opvallend is dat geen van de dames optreedt. Het herinnert me sterk aan een verjaardagsetentje van een paar jaar geleden alwaar de schoonfamilie van de jarige tussen de hoofdschotel en het nagerecht spontaan tango´s begon te zingen. Mooie stemmen, we genoten totdat we – drie landgenoten - min of meer werden gedwongen om een Nederlandse bijdrage te leveren. Verder dan “Tulpen uit Amsterdam” kwamen we niet. Wat voelde ik me toen lullig en onbekwaam! Gelukkig komt het vanavond niet zover. Wie niet wil, hoeft niet. Nog wat laatste tango’s, toetje en koffie. Het is bijna middernacht, het sluitingsuur van de comedor. De uitvoering van ons voornemen om tijdens de winter in de vele clubs die Buenos Aires rijk is te gaan eten, is gestart. We hebben de smaak gelijk te pakken, het smaakt naar meer!