|
NAAR DANTE'S HEL IN BUENOS AIRES (13112006) Soms moet men zijn klassieken kennen om van de architectuur in Buenos Aires te kunnen genieten. “Lasciate ogne speranza, voi ch’intrate – Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt!” zou er volgens Dante Aligihieri (1265 – 1321) in donkere letters boven de entree van de hel staan. Dat meldt hij althans in het eerste deel van de driedelige meesterwerk “La Divina Commedia - de Goddelijke Komedie”, waarin de hel wordt beschreven. In de “commedia” doet Dante verslag van zijn imaginaire reis door de hel, het vagevuur en het paradijs. Behalve voor gelovigen zonder twijfels, een reis door het evenzeer imaginaire hiernamaals. Dante maakte die reis in gezelschap van de al voor onze jaartelling overleden dichter Vergilius. Via de hel en het vagevuur arriveerden ze aan de hemelpoort, waar Vergilius moest afhaken. Als ongelovige had hij geen recht op toegang tot het hemels paradijs. Christelijke naastenliefde had ook in de middeleeuwen al duidelijke grenzen. Dante reisde daarom door het paradijs met Beatrice, de personificatie van zijn stille jeugdliefde uit Florence. Met haar zou hij Maria zien en Jezus. Uiteindelijk zou hij zelfs oog in oog met God komen te staan, die aan hem verscheen in de vorm van drie ringen, die de heilige Drie-eenheid symboliseerden. Tevergeefs zoek ik in de gevel boven de ingang van het Palacio Barolo naar de woorden die volgens Dante boven de hellepoort zouden staan. De eerste negen verdiepingen van het gebouw zijn de architectonische verbeelding van de “Hel van Dante”, vandaar. Het “Palacio” is geen echt paleis, maar een in 1923 in gebruik genomen kantoorgebouw met de allure van een paleis. Het rijst hoog boven de Avenida de Mayo in het hart van de stad. Mario Palanti, de architect van deze vroege wolkenkrabber, was een groot aanhanger van Dante en had zijn ontwerp op “la Divina Commedia” gebaseerd. Hij wist het idee aan de industrieel Luis Barolo te slijten, een Italiaanse immigrant die stevig had verdiend in de textielindustrie en wel wat geld in een kantoorpand wilde beleggen. Om het ontwerp uit te kunnen voeren moest het bestemmingsplan worden aangepast omdat langs de klassieke Avenida, die het Congresgebouw met het Casa Rosada verbindt, geen gebouwen van hoger dan een meter of 25 mochten worden gebouwd. Het hoogste punt van het Palacio Bariolo ligt 100 meter boven het straatniveau. Zonder enige aarzeling loop ik de statige hal van het kantoorgebouw in, net zoals de werknemers en bezoekers van de bedrijven die er zijn gevestigd. Het valt best mee in de hel, het is er zelfs een beetje saai en lang niet zo druk als de verhalen zouden doen vermoeden. Op regelmatige afstanden in de vloer liggen grote, op bloemen lijkende, ramen van melkglas. Die moeten wat licht doorlaten naar de onderwereld – het souterrain in wereldse termen – doch zijn door de architect bedoeld om het hellevuur te suggereren. Hoog aan de muur hangen draken en duivels. In de vloer van de hal was een ruimte uitgespaard om de stoffelijke resten van Dante opnieuw te begraven. Een mooi plan waaraan de Italiaanse regering niet wenste mee te werken, volgens mijn rondleider tenminste. Dante´s resten lagen tot zijn 600ste geboortedag in een tombe in Ravenna en zijn toen aan de wandel gegaan. Een bewonderaar jatte een handvol stof uit die tombe, waarna, om erger te voorkomen, wat over was in zes zakken werd verdeeld die vervolgens zoek raakten. Eén werd in 1987 in een plafond van het Senaatsgebouw in Rome gevonden, een andere in 1999 in een Florentijnse bibliotheek. De overige vier zijn nog altijd zoek. Wel wat verdacht dat de architect de resten Dante naar de hel wenste. Vanaf de galerij op de vierde vierdieping kijk ik neer op de beoogde laatste rustplaats. Zou dit de vierde kring van hel zijn die Dante beschrijft? De kring waar de hebzuchtigen en de verkwisters zinloos zware lasten verplaatsen? Die zouden zich hier achter de kantoordeuren moeten verschuilen. Het enige wat opvalt zijn twee verbodsbordjes. Eén waarop wordt verzocht geen vuil uit de ramen te gooien, een tweede met het verbod om op de grond te spugen (Gemeentelijke Verordening van 2 april 1902). De rondleider wijst op wat vrijmetselaars symbolen, waarna we de met bordeauxrode panelen en koper beklede lift naar de 14e verdieping nemen. Daar is het denkbeeldige vagevuur, waar de bezoeker gelukkig maar kort verblijft. Vlug door naar het paradijs dat vijf trappen hoger, op de 19e verdieping, begint. Het klopt aardig. Aan de voet van de steeds smaller wordende toren is een rommelruimte. Nee, geen ruimte om te rommelen, maar een ruimte waar rommel staat. Resten van de opknapbeurt van vorig jaar. Als de deuren opengaan, verschijnt het uitzicht over Buenos Aires. Aan de oostkant de Avenida de Mayo, het Casa Rosada, de Río de la Plata, aan de westzijde Congreso, het parlementsgebouw. Aan beide andere kanten tot aan de einder de lelijkheid van de metropool. Nog meer trappen omhoog. Op naar de top van het gebouw waar een vuurtorenlicht is geďnstalleerd en het uitzicht nog fraaier of nog lelijker is. ‘t Is maar net welke kant je opkijkt. Dit is dus het architectonische equivalent van het paradijs, de plek waar Dante God aanschouwd zou hebben. Ik kijk voor de verandering nu eens neer op de torentjes van de gebouwen in de omgeving die ik al jaren op de foto zet, in plaats van er tegenop te kijken. Beneden kruipt het verkeer door de stad. Op de dakterassen hangt de was te drogen. Buitengewoon alledaags en toch uniek. Net zoals Dante God maar kort mocht aanschouwen, mag de bezoeker maar heel even in de glazen koepel op het hoogste punt van het Palacio Barolo blijven. De ervaring moet tenslotte speciaal zijn en zo was het dan ook. |