|
TERUG VAN WEGGEWEEST - 7 (07112006) “Normaal gesproken geef ik nooit geld aan bedelaars” zo verontschuldigt zich de chauffeur die me van het vliegveld van Buenos Aires naar huis brengt. “Maar deze is anders”. Dat klopt. De man die, als het verkeerslicht op rood staat, wat geld van de wachtende automobilisten probeert los te peuteren, is zichtbaar lichamelijk gehandicapt. Zelf geef ik nooit aan bedelaars. Mijn voormalige geliefde wel, soms liepen haar pogingen ietwat uit de hand. Toen wij op een zaterdagmiddag na een prima maaltijd met lekkere wijn uit een restaurant in de Calle Lavalle stapten, liepen daar een paar kinderen rond die beweerden “hambre – honger” te hebben. De in haar kerk beleden naastenliefde moest in de praktijk worden gebracht. “Kom maar mee”, zei ze tegen die kinderen “dan gaan we wat te eten kopen”. Dat was de bedoeling echter niet. Ze wilden niet mee, ze wilden geld zien geen voedsel. Pech gehad, want zover ging de naastenliefde nu ook weer niet. “Ze kunnen toch in het karton gaan in plaats van hun hand op te houden”, gaat de chauffeur verder. “Cartonero”, iemand die oud papier en karton ophaalt en/of ’s nachts de vuilniszakken leegklauwt of daar wat van zijn gading inzit, is zowaar een beroep geworden. Haast een eerbaar beroep, want die mensen doen tenminste moeite om geld te verdienen. Hoewel. Je hand ophouden is eigenlijk toch ook een vorm van “moeite doen”? Begin november staan de jacaranda’s in bloei in Buenos Aires en is de stad lila gekleurd. Dat is voor mij de mooiste tijd van het jaar. Wat ook mooi is, is dat er begin oktober een wet is ingevoerd die het roken in openbare gelegenheden verbiedt. Porteños zijn fervente rokers. “100% ROOKVRIJ. WET NR. 1.700” staat er groot op de vloer van het chique winkelcentrum Galerías Pacífico. In de meeste confiterias die ik frequenteer zijn de verbodsbordjes een stuk kleiner. Verbeeld ik het me, of zijn er echt veel minder klanten als ik ’s ochtends mijn cortado drink en de ochtendkrant lees. Op het pleintje voor de bank waar Máxima Z. ooit werkte, verzamelt een actiegroep van bewuste rokers, handtekeningen om de strenge maatregelen wat te verzachten. Zelfs in Argentinië is regeren af en toe vooruit zien, de volgende maatregel hangt al in de lucht. Na de rokers zijn de dikzakken aan de beurt. De overheid wil eetgelegenheden verplichten een “gezonde schotel” op het menu te zetten. Er wordt gelaten op gereageerd. Op dezelfde dag staat een groot artikel in de krant over de gratis “gastric bypass” operatie voor mensen met excessief overgewicht. Na de verpeste longen is de rest van het verziekte lichaam aan een opknapbeurt toe. Diego Maradonna is het grote voorbeeld voor allen die de omvang van een Michelinmannetje/vrouwtje hebben of erger. Sinds zijn operatie ziet hij er weer enigszins uit als de jonge god die hij vroeger was. De onsterfelijke Argentijnse helden zijn niet uit het straatbeeld van Buenos Aires weg te branden. Hier en daar hangen nog wat posters waarmee de leden van het vakverbond CGT werden opgeroepen om op 17 oktober in San Vicente eer te gaan bewijzen aan Generaal Juan Domingo Perón. De man die, volgens de tekst die naast zijn portret is afgedrukt, voor “sociale gerechtigheid en herstel van de waardigheid van het Argentijnse volk” heeft gezorgd. Op die 17e oktober werd het stoffelijk overschot van de oud president van de megabegraafplaats Chacarita naar een mausoleum in het dorp San Vicento verhuisd. Dat werd een dag waarop die waardigheid ver te zoeken was. Beelden van de veldslag tussen groepen rivalisrende peronisten - geloofsgenoten toch? – gingen de hele wereld over. Vervolgens wordt de generaal op andere posters om vergeving gevraagd voor wat er is gebeurd “Perdon mi general! Ze weten niet wat ze doen”. Ik wandel graag over Chacarita, maar zal voortaan het familiegraf van de Peróns overslaan. Gelukkig blijft de klaagmuur voor Evita, die in Recoleta is begraven, gewoon staan. Net zoals de grafmonumenten van tangogrootheden zoals Osvaldo Pugliese, Carlos Gardel en Anibal Troilo. Behalve door posters, wordt de herinnering aan de generaal ook met graffiti hoog gehouden. Op veel gevels in het centrum is een afbeelding gespoten van Perón met beide handen geheven. Triomfantelijk? Een groet aan zijn volgelingen? “Ni izquierda, ni derecha” staat eronder. Een verwijzing naar zijn uitspraak dat het peronisme noch links, noch rechts, doch de juiste weg was. De weg van het “justicialismo” de weg van de gerechtigheid. Desondanks had het vroege peronisme verdacht veel extreem rechtse trekjes. Een beeldvorming werd versterkt door het gastvrije onthaal van Nazi’s die na de Tweede Wereldoorlog Duitsland ontvluchten. Jonge Argentijnse communisten hebben een graffitiportret van Fidel Castro gemaakt “AGUANTA FIDEL!! – HOUDT VOL FIDEL!!” ter ondersteuning van de zieke revolutionair. Tegenstanders hebben de lippen van Fidel wit gepleisterd, gemuilkorfd als het ware. Er bestaat een slepend conflict tussen Cuba en Argentinië over de Cubaanse neurochirurge Hilda Molina die al jaren probeert voor zichzelf en haar terminaal zieke moeder een visum voor Argentinië te bemachtigen. Daar wonen haar gevluchte zoon en kleinkinderen. Van het regime van Fidel mag ze het land niet uit. Fidel bezocht in juli, net voor hij ziek werd, het dorp Alta Gracia waar Che Guevara heeft gewoond. Een bedevaart. Ik maak in Buenos Aires een soort bedevaart naar een expositie waar het leven van El Che door middel van foto’s in beeld wordt gebracht. Van zijn eerste stappen tot aan zijn dood en halverwege vaak met Fidel. De expositie werd ingericht ter gelegenheid van de publicatie van een boek, waarin diezelfde foto’s staan. Uitgekookte kapitalistische marketing, het tegendeel van waar Che zich voor inzette. Ik blijf er maar kort. Op de terugweg naar huis loop ik langs een parkeergarage met de mooie naam “Estationemiento Santo Domingo”. Daar ga ik over een paar dagen weer naar toe. |