AAN DE WANDEL IN SAN JUAN (17082006)

“BENEDICTUS QUI VENIT IN NOMINE DOMINI - GEZEGEND IS HIJ DIE IN NAAM VAN GOD KOMT” is in de steen boven de deuren van de poort van het koloniale stadsdeel van San Juan, de hoofdstad van Puerto Rico, gehakt. Ondanks dat ik niet voor een dergelijke zegeging in aanmerking kom, wandel ik regelmatig door de ommuurde stad en soms er omheen. De poort en de stadsmuren werden gebouwd om Nederlanders, Engelsen en Fransen, die Puerto Rico wilden overnemen van de Spanjaarden, letterlijk buiten de deur te houden. Dat lukte tot 1898. Toen werd het eiland door de Spanjaarden, aan het einde van de Spaans-Amerikaanse oorlog, aan de Verenigde Staten afgestaan. De aanvallers kwamen via de zee, net zoals de meeste hedendaagse toeristen die vrijwel iedere dag met duizenden tegelijk door bezoekende cruiseschepen voor 24 uur of minder aan de rand van de oude stad worden gedumpt. Zelf arriveer ik altijd per vliegtuig en neem dan een taxi naar mijn hotel aan de rand van Viejo San Juan.

De grote weg van het vliegveld loopt langs de “caserios” de volkswijken met oerlelijke gestapelde sociale woningbouw. Daar komen de populairste “reggeatoneros” de reggeatonartiesten vandaan. Zangers zoals Daddy Yankee, Don Omar en Héctor “el Bambino “allemaal miljonairs” en de muzikanten, zangeressen en danseressen “allemaal hoeren.” Taxichauffeurs zijn ware bronnen van feitelijke informatie. De meeste meiden in de reggeaton muziekvideo’s zien er prachtig uit. Minstens zo strak als de beat van de muziek waarop ze dansen. Lekker vulgair bestaat ook. Als ik op woendag in San Juan ben – dat is twee of drie keer per maand – dan blijf ik in mijn hotelkamer om naar “Solo Under” te kijken. Een programma dat is gewijd aan de wereld van de reggeaton waarvan San Juan de onbetwiste hoofdstad is. Gastvrouw Jackie ziet er meestal nogal vulgair uit, gastheer Richie in the House kijkt net zo onbenullig uit zijn ogen als de vragen die hij stelt. Of zouden dit de enige soort vragen zijn die het IQ van een reggeatonero aankan? De gasten zijn super “bling, bling” behangen met lange kettingen, zijn getatoeëerd en gaan gekleed in oversized spijkerbroeken en gympen. De danseressen en assistentes zijn veel te zwaar opgemaakte schaars geklede mollige meisjes die er week in, week uit buitengewoon hoerig bijlopen. De voeten van de mannelijke gasten worden door die meisjes opgemeten. Een uitgelezen gelegenheid voor een beeldvullende close-up van hun nauwelijks bedekte billen of de uit hun topje puilende borsten. Hoewel het volgens haar overbodig is, legt Jackie snel nog even uit waarom de voeten worden gemeten. “Ieder meisje weet immers dat de grootte van de voet, de maat van het “paquete” oftewel de piemel verraadt? Weer eens wat anders dan Lingo. Een concurrerend muziekkanaal zendt gelijktijdig “Reggeatón Kombat” uit. Een wedstrijd om de beste reggeaton videoclip met sms-ende kijkers als jury. Tijdens de uitzending verschijnen voortdurend wisselende cijferreeksen in beeld die, op voor mij raadselachtige wijze, de winnaar aanwijzen. De clips zijn zonder meer fantastisch. Nee, op woensdagavond ben ik niet uit mijn hotelkamer weg te branden. Zelfs niet voor mijn dagelijkse stadswandeling.

Op alle andere dagen wandel ik wel door Viejo San Juan. De in 1521 gestichte stad ligt op de punt van een eiland dat met bruggen met de rest van Puerto Rico is verbonden. Het strakke Spaanse koloniale wafelijzer stratenpatroon is minder streng toegepast dan elders in Latijns-Amerika, maar de het ziet er zeer Spaans uit. De vestingwerken, de kleurige huizen, de kerken, de kloosters, de taal. In tegenstelling tot vele andere plekken in de Verenigde Staten, protesteert in Puerto Rico niemand tegen het gebruik van de Spaanse taal. Het wordt juist gewaardeerd wanneer je als gringo liever Spaans spreekt. Puerto Rico heeft ook iets te maken met beelden uit mijn jonge jaren, toen ik geen flauw idee had waar het eiland lag. Dat komt door de film “West Side Story” met Nathalie Wood als de mooie Puertoricaanse Maria en Rita Moreno als Puertoricaanse rauwdouw en songs als “I want to be in America.” De Spaanse titel van de film is “Amor sin barreras – Liefde zonder grenzen” een heel ander onderwerp waarover ik uit ervaring kan meepraten. Hoe vaak heb ik die film niet gezien? Goed, het verhaal speelt in New York en niet in San Juan, maar hoe vaker ik Puerto Rico ben, hoe minder ik me kan voorstellen waarom Puertoricanen zo’n drang hebben om naar New York te verhuizen.

De oude koloniale stad is niet al te groot, vijf vierkante kilometer, en wordt omringd door wallen met twee strategisch aan de kust van de Atlantische Oceaan gelegen forten: El Morro en San Cristóbal. Als je een beetje doorstapt, wandel je er in minder dan een uur omheen. Deels binnen, deels buiten de wallen. Vlakbij de cruiseterminal begint de brede Paseo de la Princesa met aan het einde, aan de rand van de baai, een monument van niets dat “Raices – Wortels” is gedoopt. Het tracht de culture erfenis van Puerto Rico in beeld te brengen door middel van beelden van naakte mensen op een paard of omringd door dolfijnen midden in een klaterende fontein. Zelfs na de verklarende tekst zowel in het Engels als in het Spaans te hebben gelezen, blijft het een onbrgrijpelijke allegorische voorstelling. Het staat terecht buiten de stadsmuren. Om de hoek staan tussen de bomen een verzameling grote (pijl?) punten van roestend metaal die in het strijklicht van de ondergaande zon op z’n mooist zijn. Weggemoffeld in een miniparkje naast de stadspoort staat een buste van Isabella la Católica, de Spaanse koningin aan wie dit eigenlijk is te danken. Als zij en haar echtgenoot Ferdinand de reizen van Columbus niet hadden gefinancierd, zouden mijn 21ste eeuwse ontdekkingsreis door de Caraïben en stadswandelingen door Viejo San Juan waarschijnlijk veel minder de moeite waard zijn.