|
SLAAPKAMERKUNST (30062006) Opgewekt stap ik op de Plaza Italia uit de Subte, de ondergrondse van Buenos Aires. Net een juridisch akkefietje achter de rug - je bent toch pas echt ingeburgerd als je in een buitenland met de rechter wordt gedreigd? - en een bezoek aan een huis voor plezier voor de boeg. Op het perron van het station kan je over Argentijnse kunst lopen, over een klassiek tegeltableau van niemand minder dan Benito Quinquela Martín. Quinquela heeft daar niets op tegen, dat weet ik vrijwel zeker omdat hij dat zelf ook met enige regelmaat moet hebben gedaan. Voor de hoofdingang van het gebouw in La Boca waarin hij op de bovenste verdieping zijn huis en atelier had, ligt ook zo’n tableau. Daar moet hij jarenlang vrijwel dagelijks over heen zijn gelopen, net zoals de duizenden kinderen die in de loop der tijd naar de eveneens in het gebouw gevestigde school gingen en nog steeds gaan. Boven aan de roltrap van het station speelt een bandoneonist een vlotte tango in een hal waarvan de wanden met typisch Spaanse tegeltableaus zijn gedecoreerd. Om de hoek stap ik in de Calle Thames de eerste de beste kapsalon binnen. Daar staat de televisie aan en wordt over niets anders gekletst dan over het wereldkampioenschap voetballen. De kansen van het Argentijnse elftal, dat morgen in de kwartfinale tegen Mexico aan de bak moet, worden gewogen. Dat wordt een fluitje van een cent. Gistermiddag ben ik ook al op zoek geweest naar het huis voor plezier. Op het in de krant genoemde adres, Calle Paraguay 2151, trof ik echter de hoofdingang van de Medische Faculteit, waar twee tegen een misstand protesterende studentes niets van een huis voor plezier afwisten. Daar stond ik mooi voor Juan met de korte achternaam. Voor de zekerheid liep ik de straat nog een kilometer of zo verder af, tevergeefs. Vandaag zit ik wel goed. “Ingang op nummer 2151” verwijst een bordje. De nummering klopt echter niet, na nummer 2155 volgt nummer 2149. Na wat heen en weer geloop, klop ik maar eens op een voordeur. Een in keurig uniform gestoken bewaker doet open en bevestigt dat ik goed zit. Na de entree volgt een enorme overkapte ruimte, type fabriekshal. Ietwat weggestopt links om de hoek de deur die toegang geeft tot het huis voor plezier. Er hangt een waarschuwingsbord naast dat de bezoeker laat weten dat wat er binnen is te zien “puede afectar las sensibilidades” oftewel zou storend kunnen zijn voor sommige bezoekers. Ik trek me daar niets van aan en ga onvervaard voor het eerst van mijn leven op bezoek in een “albergue transitorio.” Een albergue transitorio, of “telo” (hotel achterstevoren) zoals het in de codetaal van Buenos Aires wordt genoemd, is inderdaad een huis voor plezier. Een, ik zou bijna zeggen ter zake kundige, collega bij wie ik navraag doe naar de functie van een telo, ten onrechte veronderstelde ik dat het een bordeel zou zijn, geeft me zonder na te denken een heel nauwkeurige omschrijving. “Een albergue transitorio” zo antwoordt ze “is een plaats waar een stel (over het algemeen man – vrouw, maar ook man – man of vrouw – vrouw) naar toe gaat om de liefde te bedrijven. De prijs van de kamer is afhankelijk van de soort kamer die je wilt en voor hoe lang. Er zijn kamers met bubbelbad, waterbed of speciale effecten. Een stel hoeft niet per se stiekume ontmoeting te hebben, het kunnen ook best paren zijn die gewoon naar een telo gaan om de allerdaagse sleur te doorbreken.” De telo waar ik op bezoek ben staat op het punt te worden gesloopt om plaats te maken voor torenflats met luxe appartementen. Beeldend kunstenaars hebben de “kamers voor een uur” omgetoverd in vluchtige kunstwerken “net zo vluchtig als de kontakten die hier vele jaren lang hebben plaats gevonden” die uiteraard zijn geïnspireerd door de functie die de telo had. Die functie verklaart eveneens de enorme hal na de entree, dat was de discrete parkeerplaats voor de auto’s van de bezoekers. Het eerste dat opvalt is het zeer roze gekleurde interieur en de hoog naast iedere deur gemonteerde rood verlichte kamernummers. Links staat de deur van de kassa open, twee in zwarte en rode tule gehulde wijdgespreide vrouwenbenen zijn lekker dubbelzinnig – klaar om te ontvangen - om het loket gedrapeerd. Aan het plafond hangen condoomvormige plastic flacons. In veel van de kamers penissen. In kamer 27 een multipenisfonteintje op een bed. Op de spiegel staan de woorden “bron van witte vloeistoffen die snel verdampen.” In kamer 2 een paspophoofd met een slappe penis op het voorhoofd geplakt. Uitgevlamd, net zoals de gedoofde kaarsjes er omheen. In kamer 25 is het bed bedekt met keramieken bloemen met een penis als stamper. In kamer 9 zijn de wanden van de douche beplakt met homoporno. Niet echt mijn smaak, maar ieder zijn meug. In kamer 17 levensgrote foto’s van kerels samen onder de douche en aan de slag op het bed. Boven hen hangt een speciale crusifix, een fotomontage van een koket gelaarsde blote jongen die goedkeurend op zijn geloofsgenoten neerkijkt. Dat kamer 4 door hondenliefhebbers wordt gefrequenteerd, blijkt uit de hele inrichting tot en met een hoofdkussen in de vorm van een bot. De junkies uit kamer 21 hebben er een gigantische zooi van gemaakt. Gebruikte naalden en lepeltjes waar een vlam onder is gehouden op de nachtkastjes. De vloer is bezaaid met smerig ondergoed en gebruikt maandverband. Bah! Kamer 20 is mijn favoriete kamer. Het bed, het bad, de douche, het toilet, overal staan, liggen en zitten grote beelden van Vilma Villaverde die zijn gemaakt van keramiek en sanitair. Een heel apart voorbeeld van wat in vakkringen “gemengde techniek” heet. Wastafels, toiletpotten, wastafelzuilen, bidets. Verassend leuk om te zien hoe de pot van een wc als corset kan dienen, wastafels als rokjes of hoe twee pisbakken zowaar een bikini kunnen suggereren. De meeste kamers zijn compleet te koop, maar waar laat je zo’n kunstwerk in een doorsnee woning? Zelf ben ik er allerminst rouwig om dat in mijn appartement de ruimte voor een extra slaapkamer ontbreekt. |