|
MOSTERD (27062006) Vroeg op een winterse zondagmorgen, ’t is nog maar net tien uur, zie ik vanuit bus 62 hoe een argeloze toerist door een paar “behulpzame” voorbijgangers wordt bestolen. De mosterdtruc wordt perfect uitgevoerd. Dat gaat zo: met een knijpfles wordt mosterd op de rug van een argeloze passant gespoten. Die wordt vervolgens gewaarschuwd dat er vogelpoep of zo op zijn kleding zit. Gelijktijdig wordt er spontaan papier tevoorschijn getoverd om te helpen bij het schoonmaken. De vroege wandelaar doet geheel vrijwillig zijn jack uit. De vrouw van het dievenduo helpt hem daarbij terwijl haar partner zogenaamd de pantalon ter hoogte van de billen schoonveegt. Aldoende wordt met een geroutineerd gebaar een portefeuille uit de kontzak gehaald. Een paar jaar geleden is dat bij mij ook eens geprobeerd. Ik was op de hoogte van de truc, die in vrijwel iedere “informatie voor de reiziger” staat beschreven, voelde de nattigheid op mijn rug en wandelde stug door. Onderweg om kunst te gaan kijken, heb ik alvast een kunststukje gezien dat er zijn mag. In de winter moet je er op zondag vroeg bij zijn in het Culturele Centrum van Recoleta, vooral als het slecht weer is. Na een uur of half twaalf is het op zo’n dag meestal te druk om de kunst ongestoord te bekijken. Als het gedaan is met de mis in de kerk ernaast, lopen veel kerkgangers bij de buren binnen voor de epiloog. Zeker als er een “als belangrijk” aangekondigde tentoonstelling is te zien. Dat is vandaag “Territorios de diálogo“ waar werken van bekende beeldende kunstenaars uit Spanje, Mexico en Argentinië worden getoond. Zelf bekijk ik eerst wat in de in de kleinere zalen hangt en bewaar “de groten” als een lekker toetje tot het laatst. Lilí Essés protesteert met haar werk tegen de millieuvervuiling en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Haar werk deel ik gemakshalve in bij de afvalkunst, een veel beoefend genre in Argentinië. Binnen deze stroming worden onder andere sloopmateriaal, straatvuil, oud ijzer hergebruikt om nieuwe kunstwerken te creëren of wordt in combinatie met andere materialen –zoals olieverf - rotzooi tot kunst verheven. Zo maakt Lilí transparante perspexlandkaarten van hele continenten of van haar vaderland die ze al dan niet opvult met zwerfvuil. Die zien er soms aantrekkelijk kleuring uit. Het gebruik van perspex staat me ietwat tegen. Is dat niet een product dat wordt vervaardigd uit ruwe olie, één van die hulpbronnen die met uitputting wordt bedreigd? Op de achtergrond klinkt het rustgevende geruis van water. Smeltend ijs? Bij een paar werken hangt een uitnodiging om ze als een rad van avontuur in de rondte te spinnen, ik ben de enige die dat aandurft. Het ding draait, verder gebeurt er niets en het doet me ook niets. Een geheel zinloze draai derhalve? Het retrospectief van Ricardo Roux laat veel werk zien dat door bekende kunstwerken is geïnspireerd. Of zou zoiets doodgewoon jatwerk moeten noemen? Zijn overwegend oranje zelfportret wakkert, op de dag dat Nedeland tegen Portugal zal spelen voor het wereldkampioenschap voetballen, slechts het oranjegevoel aan. Ernaast hangt een moderne versie van een zeegezicht van Van Gogh, verderop “el Grito – de Schreeuw.” Lauw kans dat die, zoals in Oslo, gestolen zal worden. Collages van affiches, scheurkunst à la Jacques Villeglé of à la mijn vriend Lex Wirtz, die vandaag in Parijs zijn 70ste verjaardag viert. Verder enorme sombere doeken, groter dan het laken van een king size bed, die nergens op lijken. Armoe troef bij Roux. Veel pretenties bij Kalil Llamizares in de volgende zaal. “Deze heb ik gisteravond gemaakt” schrijft hij in zijn blog. “Voor het volgende nummer van lamujerdemivida – de vrouwvanmijnleven. Wordt in twee kleuren gedrukt, dat heeft iets weg van grafiek van de avant-garde uit het begin van de vorige eeuw. De kunst van vandaag de dag is toch meer Duchamp dan Picasso of Matisse of Modigliani? Dat is jammer. We zouden een nieuwe beweging moeten beginnen, een manifest moeten schrijven en de kunst van die bevlogen kunstenaars nieuw leven in moeten blazen. Iedere keer als ik de woorden “conceptuele kunst” hoor, krijg ik last van mijn lever.” Kalil is druk doende om het werk van de door hem bewonderde grootheden nieuw leven in te blazen, vooral hun naakten. “Un montón de mujeres desnudas – een heleboel naakte vrouwen” is de titel van zijn expositie, een vlag die de lading volledig dekt. Daarom hangen zijn aquarellen, schilderijen en tekeningen wellicht in de zaal die is gereserveerd voor karikaturele kunst. Hoogste tijd om te gaan genieten van wat volgens een krant “la muestra del año – de tentoonstelling van het jaar” is. Volgens een andere is het een tot leven gewekt proefschrift van een kunsthistoricus. In die dissertatie worden onder meer de parallellen onderzocht van ontwikkelingen in de beeldende kunst in Spanje, Argentinië en Mexico in de periode 1930 - 1945. Die zouden het gevolg zijn van het min of meer gelijktijdig aan de macht komen van totalitaire regimes in die landen. Kunstenaars gingen in ballingschap en verzetten zich tegen het opkomende totalitarisme. Bovendien leidde de toegenomen reislust tot meer contacten tussen kunstenaars en uitwisseling van ideeën. De theorie wordt gestaafd met gelijksoortige portretten en een serie landschappen met half of geheel ontklede op de Venus van Milo lijkende beelden bijvoorbeeld. Ik ben niet onder de indruk. Het zaaltje met grafiek is wel bezienswaardig. Twee, voor mijn gevoel, spiegelbeeldig afgedrukte etsen van Picasso met de datum 8 januari 1937 en de titels “Sueño” en “Mentira a Franco” werden gemaakt om fondsen te werven voor de strijd tegen het fascisme. “Aidez Espagne” een beroemde affiche van Joan Miró, werd eveneens in 1937 gemaakt voor het goede doel. De mooie litho “Rebelión” van de Argentijn Victor Rebuffo uit 1936 spreekt voor zichzelf. In de fotohoek is het donker, die moet nog worden ingericht. Teleurstellend. Aldus eindigt mijn zondagmorgen, zoals die begon: met mosterd. Want wat als een heerlijk toetje was voorgespiegeld, is jammer genoeg niet meer dan mosterd na de maaltijd. |