|
DOMINICAANS DAGBOEK - 4 (20052006) Zaterdag, 29 april 2006. Onderweg naar het internationale vliegveld van Santo Domingo is mij het groene bordje met “RUTA 66” opgevallen. Route 66, de legendarische en veel bezongen – door onder andere Chuck Berry en de Rolling Stones – 3.955 kilometer lange weg dwars door de Verenigde Staten. Zo’n tuteilandje als Hispaniola kan zich daar toch niet aan spiegelen? Een Calimero complex miscchien? Grootheidswaanzin? Geen van beide. Ruta 66 in de Dominicaanse Republiek gaat richting San Pedro de Macoris, de geboortestad van de honkballer Sammy Sosa. Honkbal is hier een nationale passie. Iedere dag zijn er urenlange televisieverslagen van wedstrijden uit de belangrijkste Amerikaanse competities te zien en worden vele pagina’s in de dagbladen gevuld met verslagen, voor- en nabeschouwingen van diezelfde wedstrijden. Mijn woordenschat is uitgebreid met drie synoniemen voor het woord “homerun”, die niet in mijn Spaanse woordenboek staan: “jonrón”, “cuadrángulo” en “cuadrangular.” Bovendien maak ik kennis met tot nu toe onbekende sporthelden die in de Verenigde Staten per jaar meer verdienen dan ik tot nu toe in mijn hele werkzame leven bij elkaar heb gesprokkeld. Zonder al te veel te spelen, zou het jaarcontract van Sammy Sosa in 2005 een waarde van bijna 18 miljoen Dollars hebben gehad. Niet gek voor een ex-schoenpoetser met weinig opleiding. Tevens het levende bewijs dat de waarde van een goede schoolopleiding soms zwaar wordt overtrokken. Honkballers zijn een belangrijk exportproduct van de Domicaanse Republiek, grote Amerikaanse clubs hebben er filialen. Talentscouts, die Sammy Sosa op 15 jarige leeftijd ontdekten, schuimen de velden af op zoek naar nieuw talent. Sosa had zijn beste seizoen in 1998 toen hij in dienst van de Chicago Cubs maar liefst 66 home runs sloeg. Om dat te vieren en om hem te eren werd het begin van de snelweg naar de stad waar hij werd geboren omgedoopt in “Ruta 66.” Al met al hebben die paar kilometer glad asfalt dus toch wel iets legendarisch, hoewel het niet haalt bij de swingende “get your kicks on Route 66” in de VS. Zondag, 30 april 2006. Koninginnedag. Gisteren gevierd in Nederland, eergisteren in Santo Domingo. Voor de verandering een verfrissende ontvangst in kleine kring, hoewel er zo’n achtduizend mensen op het eiland zouden wonen die de Nederlandse nationaliteit hebben. Daarvan zitten er tussen de 100 en 200 in het gevang wegens drugsmokkel. Uit de verhalen van iemand van de ambassade maak ik op dat het regime in de lokale gevangenissen redelijk ontspannen is. De Dominicaanse Republiek zou een belangrijke doorvoerhaven zijn van XTC pillen die vanuit ons vaderland naar de VS worden geëxporteerd. Toevallig meldt de krant de volgende dag de arrestatie van alweer een drugs smokkelende landgenoot. Een diapresentatie van Nederland roept enige nostalgische gevoelens op als Rotterdam in beeld komt. Dat wordt snel met een alcoholische versnapering onderdrukt. Bij het Koninginnedagritueel in den vreemde horen vers getapt Heineken bier, bitterballen, haring en kaas. Net zoals een niet echt uit volle borst gezongen Wilhelmus en het krachtig door de ambassadeur ingezette “Leve de Koningin! Hiep, hiep, hiep, hiep! Hoera! Hoera! Hoera!” Aan de oever van de Ozama rivier - absoluut niet vernoemd naar bin Laden houdt mijn chauffeur vol - ligt de Ciudad Colonial. Het historische hart van Santo Domingo dat in 1990 tot werelderfgoed werd verheven. Hele stukken stadsmuur en aardig wat oude stadspoorten zijn bewaard gebleven, hoewel hier en daar zwaar gerestaureerd. Op sommige plaatsen is dat met weinig historisch besef en oerlelijk gedaan. Foei! De eerste beklinkerde straat van de nieuwe wereld, de eerste kathedraal, het eerste gemeentehuis, het eerste huis van steen. Alsof Azteken, Maya’s en Inca’s niet al veel eerder tempels, straten en huizen van steen zouden hebben gebouwd. Voor mijn gevoel wordt de geschiedenis als het zo uitkomt stevig naar westerse inzichten verdraaid. Het plein voor de kathedraal is gezellig, op de hoek café El Conde, waar je in de schaduw van de bomen op je gemak het va et vient kunt bekijken. Midden op het plein staat het in dit werelddeel onvermijdelijke beeld van Columbus. Waar ik ook ga of sta steken er een of meerdere boegen uit het voetstuk van zo’n standbeeld. Of zijn er koperen reliëfs op geschroefd waarop is te zien hoe de vermeende zegeningen van het Christendom door dik in de pij gestoken Katholieke geestelijken aan de luchtig geklede lokale bevolking werden opgedrongen. Dit laatste omdat er meestal een of meerdere gewapende Spaanse soldaten een oogje in het zeil houden. In Santo Domingo staat er voor de verandering een lekker strak in het vel zittende half naakte Indiaanse vrouw een paar woorden te schrijven ter ere van de man die haar cultuur om zeep heeft geholpen. Alsof die destijds al wist hoe je met een ganzenveer Spaans moest schrijven. Columbus kijkt hautain voor zich uit. In de richting waar werklieden bezig zijn met de verbouwing van een historisch pandje tot een totaal uit de toon vallend Hard Rock Café. Degene die dat heeft goedgekeurd, zou met onmiddelijke ingang van zijn taak moeten worden ontheven! wordt vervolgd |