DOMINICAANS DAGBOEK - 2 (06052006)

Dinsdag, 25 april 2006. We lunchen met tapas op de sfeervolle binnenplaats van “El Convento” in de zona colonial, het uit de Spaanse tijd daterende centrum van San Juan. Zouden hier vroeger echt brevierende nonnetjes rondjes hebben gelopen? Toch wel een gek idee. De eenvoud van weleer is echter voorgoed verdwenen, de voormalige kloostercellen zijn omgetoverd tot luxe hotelkamers. In het restaurant, noch op straat is iets te merken van de zware financiële crises waarin het eiland verkeert. Het geld is op. Als er niet snel noodwetgeving wordt aangenomen kan de overheid over een week haar flink uit de kluiten gewassen ambtenarenkorps het salaris niet betalen. Op hulp uit Washington hoeft men niet te rekenen. De staatsvorm van Puerto Rico is voor de buitenstaander ietwat verwarrend. Deel van de Verenigde Staten, maar geen deelstaat. Er bestaat al lang een beweging die onafhankelijkheid nastreeft, doch ieder referendum daarover haalt het net niet. Een Amerikaans paspoort is veel te waaardevol. Deelstaat van de Verenigde Staten worden is duur. Dan zou de Puertoricaanse burger in ruil voor het betalen van federale belastingen het recht krijgen om deel te nemen aan federale verkiezingen. De presidentsverkiezingen bijvoorbeeld. “Laat maar zitten” is de uitkomst van ieder tot nu toe gehouden plebisciet.

De Verenigde Staten verlaten is eveneens een verhaal apart. Eerlijk is eerlijk, een geliefde heeft het ooit eens buitengewoon moeilijk gehad om Nederland te mogen verlaten, dus mag ik niet zeuren. Nog niet zo lang in het bezit van een Nederlands paspoort reisde zij terug naar haar vaderland met haar andere paspoort. Bij de controle op Schiphol presenteerde ze bij de controle dat paspoort in plaats van het Nederlandse. Dat was een ernstige fout. De marechaussee constateerde dat ze illegaal in Nederland had verbleven. Kennelijk een zwaar misdrijf, zelfs wanneer je het land alsnog via de voordeur verlaat. Nadat ze “even mee had moeten komen” en tegenwierp dat ze het land toch uitging, had ze door dat ze zich had vergist en haalde haar kersverse Nederlandse paspoort tevoorschijn. Toen was het weer niet goed. “Hoe komt u daaraan?” vroeg de verontwaardigde beambte. Eind goed al goed, ze mocht het land alsnog verlaten. Op mijn instapkaart staat “SSSS” gedrukt. Het valt me niet eens op, weet ik veel wat dat betekent. “U bent door de luchtvaartmaatschappij geselecteerd voor een extra controle. Wilt u even mee komen?” Op kousenvoeten loop ik onder begeleiding van de controleurs achter de plastic bakken met mijn schoenen, horloge, riem, laptop en digitale camera aan. In een soort enorme douchcabine wordt wat water naar binnen gespoten en wordt een bodyscan of een (R?ntgen-?) foto gemaakt. “Dan kunnen ze zien of je drugs of andere verboden stoffen bij je draagt” legt mijn in deze door de wol geverfde collega uit. “Wat een paranoïde gezeik” fluister ik voor me uit.

Het leed is helaas nog niet geleden. Onderdeel van het “US-VISIT” programma is dat de buitenlandse bezoeker op sommige vliegvelden zijn of haar vertrek uit het land verplicht dient te bevestigen via een op een flappentap lijkende machine. Een code intoetsen, wijsvingerafdrukken, foto. Voor de verandering helpen aardige in burger geklede grensbewakers om deze formaliteit te vervullen. Als alles volgens de regels wordt gedaan, rolt er een papiertje uit de machine dat voor het instappen moet worden getoond, anders mag je niet met het vliegtuig mee en moet je voor straf in de VS blijven. Het valt best mee, maar doet erg overdreven aan. Het papiertje rolt zowaar bij de eerste poging uit de machine. “Mag ik nu terug naar huis?” vraag ik baldadig. “You’re clear sir. Enjoy your flight!” Dit staat me de komende maanden met enige regelmaat te wachten, bedenk ik chagrijnig. Bij het instappen wordt het papiertje niet eens ingenomen, het reist als souvenir mee terug naar Santo Domingo.

Woensdag, 26 april 2006.De televisieprogramma’s in de Dominicaanse Republiek zijn ietwat saai. Ik mis zowaar mijn tachtig of zo Argentijnse kabelkanalen. Zo dicht onder de kust van de Verenigde Staten wordt de kijker verveeld met presentatoren van FOX en CNN die hun ultra rechtse opinies ventileren. Verontwaardiging over illegale immigratie, hoge benzineprijzen - die in de ogen van een Europeaan juist belachelijk laag zijn - en veel aandacht voor de door hun president bedachte oorlog tegen het terrorisme. Tussen de bedrijven door reclames voor geneesmiddelen die een verassend nieuw licht werpen op zowel het IQ als op de lichamelijke gesteldheid van de gemiddelde Amerikaanse burger. De spot waarin de legendarische golfer Jack Nicklaus vertelt hoe hij dankzij zijn nieuwe heup helemaal is opgefleurd en zelfs weer aan golftoernooien deelneemt, valt best mee. Over een versleten heup kan je als bekend persoon zonder schaaamte vertellen. Pijnlijker wordt het als het over de prostaat gaat. Daar schijnen vooral blanke mannen last van te hebben. In de filmpjes zie je nooit eens een gekleurde medemens. Zouden die soms geen prostaat hebben? Het stompzinnigste van één boodschap is het moment dat de voice over de mogelijke bijwerkingen opsomt en zeer nadrukkelijk waarschuwt dat vrouwen de pillen vooral niet moeten slikken. Sinds wanneer hebben vrouwen een prostaat? Door een vergrote prostraat kan onder andere erectielie dysfunctie – een erectiestoornis – ontstaan. Alternatieve viagra’s overstromen de markt. De goedkoopste zijn in Santo Domingo te koop. Die worden in gebruikte flessen vol met mysterieuze ingrediënten onder de naam “Mama Guana” aangeboden. In de VS worden heel wat duurdere middeltjes met slap reclamegelul aan de man gebracht. “Heeft u last van ED?” is de gecodeerde vraag. Het beestje bij zijn naam noemen is zeker te pijnlijk. “Neem contact op met een medicus als uw erectie na het nemen van onze pil langer dan vier uur duurt!” waarschuwt de voice over. Als ED lijder mag je kennelijk niet eens met volle teugen genieten van die geneeskrachtige pillen, nee je wordt zelfs min of meer verplicht een stopwatch aan te schaffen. Of een kookwekkertje.

wordt vervolgd