TANGOFESTIVAL - 2006 - deel 3 (13032006)

Donderdagavond, 2 maart 2006 – Centro Cultural Julián Centeya – la Guardia Hereje - Juan Vattuone - Dama y su Orquesta Petitera. De avond begint, geheel in de traditie van de tango uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, met een gitaarduo. Af en toe worden ze ondersteund door een moderne toevoeging, een man op een klankkast die dat “instrument” met zijn handen en voeten bespeelt of het ritme aangeedt met een paar lepels of met bongo’s. Tango met gitaren is heel erg Gardel. Die begon zijn glanzende carrière samen met José Razzano, een andere gitarist. De teksten van “La Guardia Hereje” zijn zeer hedendaags en behandelen thema’s als de drang van de Argentijnen om hun land de rug toe te keren om daarna enorme heimwee te krijgen naar alles wat Argentijns is. Zoiets als Nederlanders die in het buitenland wonen naar drop en hagelslag, kaas en boerenkool met worst schijnen te verlangen, iets waar ik geen last van heb. Vond drop trouwens nooit erg lekker. Ik moet echter bekennen dat ik vroeg op de zondagmorgen vaak naar een directe uitzending van een voetbalwedstrijd van Feijenoord kijk of tenminste op het internet naar de uitslag kijk. En dan flink de pest in krijgen als er weer eens dom is verloren of gelijk gespeeld en de kampioenskansen zijn vesrspeeld.

Juan Vattuone is een artiest van dik hout zaagt men planken. Zijn tango’s zijn de tango’s van de 21ste eeuw, dankzij de meestal stevige tekst. De bejaarde punk begeleidt zichzelf op de gitaar en zingt met krachtige stem. “Herinneren jullie die muchacho – die jongen van Videla nog?” is zijn provocerende openingszin. “Weet je wel, die van die tijd dat je niet op een straathoek stil mocht staan om even met iemand te kletsen zonder het risico te lopen te worden gearresteerd.” De bijna 60 jarige Vattuone heeft dit als jonge man van nabij meegemaakt en misschien wel aan den lijve ondervonden. Een collega vertelde eens dat er tijdens de jaren van de vuile oorlog in de buurt van het huis van zijn ouders, dat niet al te ver van een spoorlijn lag, een bom ontplofte. Hij was toen 13 of 14, rende spontaan de deur uit om te gaan kijken wat er aan de hand was en werd prompt gearresteerd. Mensen die over straat renden na een bomaanslag, zelfs jongetjes, waren vast en zeker medeplichtigen die probeerden te ontkomen

Vattuone, die zonder dat ik het wist (schande!) lange tijd in een café-chantant bij mij om de hoek heeft opgetreden, vertelt mooie verhalen. Over zijn moeder en over Carlos Gardel. “Mijn vader liep even de deur uit om een krant te gaan kopen en daarna hebben we hem nooit meer gezien. Na een paar dagen vonden we wel dat het lang duurde, maar och misschien was de krant net uitverkocht bij de kiosk op de hoek” zo begint het verhaal. De familie ging kleiner wonen en daardoor sliep Juan voortaan bij zijn moeder in bed. “En mijn moeder was biseksueel!! Niet dat er ooit wat tussen ons gebeurde hoor. Ik mocht in haar armen slapen, maar daar bleef het bij” Het verhaal kabbelt verder totdat hij de biseksualiteit van zijn moeder nader definieert “gedurende al die jaren was zij als een vader en een moeder voor mij. Dat soort biseksualiteit bedoel ik dus!” schalt zijn stem met een vette lach.

Zijn “waar gebeurde” verhaal over Carlos Gardel is een heel stuk poëtischer. “Ik zong al tango’s toen ik 4 jaar oud was” steekt hij van wal. “We woonden in Mataderos - een stadsdeel aan de rand van de stad met een groot slachthuis, matador - slachter - ik mocht met mijn ooms mee naar het café, om daar te zingen. Op een zondagavond liepen we even naar buiten om wat frisse lucht te happen en juist op dat moment wandelde Carlitos voorbij. Eén van mijn ooms vroeg aan Gardel of hij niet even binnen wilde komen om wat te zingen, waarop de andere oom bestraffend zei “Je weet toch dat meneer Gardel nooit op zondag optreedt, dat is zijn rustdag! Ik keek nog eens goed naar Carlitos en begreep toen dat hij een engel was, die door God naar de hemel was gehaald omdat Hij verlegen zat om een zanger voor zijn koor.”

Zijn dochter Julieta mag dansen als haar vader zingt, zijn dochter Laura María mag een duet met haar vader zingen, zijn zoon Matías brengt zijn vader een flesje Coca Cola liight om de stembanden te smeren. Op verzoek van het publiek zingt Vattuone tot slot “Ni perdón, ni olvido – vergeven, noch vergeten” een aanklacht tegen de wilde jaren van de regering van President Carlos Menem die overvloed brachten, maar ook de economische crises veroorzaakten. “Pa’ nosotros la mishiadura, y ellos morfan con Chandon - voor ons de ellende, terwijl zij hun eten wegspoelen met champagne. Voor hen die ons dit aandeden ni el olvido, ni el perdón!” Denderend applaus. Protesttango.

Vrijdagavond, 3 maart 2006 – Auditorium YMCA – Guitarras Porteñas – Quinteto Ventarrón – Gustavo Beytelsmann. “Que boludo – wat een klootzak” zijn de woorden van Gustavo Beytelsmann die ik opteken op het moment dat een mobile telefoon afgaat tijdens het optreden van het “Quinteto Ventarrón.” Volgens mijn medefestivalganger is het de telefoon van de leider van de “Guitarras Porteñas” het gitaarkwartet van het Rotterdamse Conservatorium. Zij tokkelden twee nummers in het voorprogramma van een avond in het auditorium van de Christelijke Jonge Mannen Vereniging dat er bijna net zo uitziet als de aula van mijn middelbare school meer dan 40 jaar geleden.Voor de tweede achtereenvolgende avond is er in de verste verte geen bandoneón te bekennen. Traditionele tango door vier gitaristen en een contrabas én een gastoptreden van de zelfvoldane en door mij niet echt gewaardeerde pianist Gustavo Beytelsmann. Ik weiger te applaudisseren, hetgeen wat scheve blikken oplevert. Het zij zo. Tot mijn opluchting duren de optredens niet al te lang, na anderhalf uur staan we weer buiten. Zo’n groep gitaristen wordt na een handvol nummers eentonig en verveelt. Saaie tango’s.

Zaterdagavond, 4 maart 2006 – Teatro de la Ribera – la Camorra. Als ik in la Boca, de oude havenwijk van Buenos Aires, uit de bus stap, klinkt er tromgeroffel over het stinkende water van de verzande haven. Dat zijn de candombé drummers die een van de weinige tastbare bewijzen leveren dat er hier ooit aardig wat negerslaven woonden. Aan het ritme is te horen dat het Afrikaanse bloed behoorlijk is verdund, het is lang niet zo opzwepend als langs de kust van de andere oever van de Atlantische Oceaan. Het Teatro de la Ribera, dat aan de kade ligt, ademt de sfeer van de beeldend kunstenaar Benito Quinquela Martín. Hij schonk het terrein waarop het theater is gebouwd aan de gemeenschap, net zoals de ernaast gelegen percelen waarop een school met museum en een tandheelkundig centrum werden gebouwd. Al die gebouwen werden zowel van binnen als van buiten door hem gedecoreerd. In de foyer van het theater een grote wandschildering en een door Quinquela beschilderde piano. Roze met een havengezicht op het paneel boven de muziekstandaard, apart en foeilelijk. In de zaal zes grootformaat (wand?) schilderingen, op een ervan danst een paartje een tango op de kade. De overige doeken zijn impressies van de haven van la Boca toen die nog functioneerde, min of meer het handelsmerk van de artiest.

De leden van het orkest “la Camorra” gaan gekleed als elegante maffiosi, hetgeen prima past in een wijk waar zich voornamelijk Italiaanse immigranten vestigden. Ze musiceren crimineel goed. La Camorra speelt vrijwel uitsluitend werk van Astor Piazzolla en eigen composities. Zouden zij hun naam aan de gelijknamige compositie van Piazzolla hebben ontleend? Vier van de vijf musici stonden maandag op het podium om pianist Nicolás Guerschberg te begeleiden bij de première van zijn festivalcompositie Tango Miniaturen. Vanavond speelt hij een adem benemende Adiós Nonino en komt als lid van het kwintet veel beter uit de verf dan als solist. Azul Profundo (Donkerblauw) en Contratango klinken vandaag veel sprankelder. Een cynische toeschouwer zou het een gelikt optreden kunnen vinden met weinig emotie maar erg professioneel. Na een dik uur zit het optreden er op. We worden aangesproken door een wat oudere vrouw, die meldt dat ze de oma van leider en bandoneónspeler Luciano Jungmann is. “Hij speelt niet onaardig, maar wat zonde dat ie geen echt beroep heeft. Hij heeft op zo’n goede school gezeten en nu doet ie dit. Echt jammer.” We vertellen het aan Luciano, die de handen voor zijn gezicht slaat “dat doet ze nu altijd, ik schaam me dood!” Toch werden er vanavond schaamteloos goede tango’s gespeeld.

Tijd te over om sfeer te gaan proeven op de Dioganal Norte die tussen de Plaza de Mayo en de Obelisco is afgezet voor de “Gran Milonga.” In de verte speelt het orkest van de Escuela de Tango het op een podium dat de avenue over de volle breedte blokkeert. Over een lengte van meer dan 300 meter staat het publiek in kringen rond hen die tango dansen. Kringen die als het ware een dansvloer van asfalt afperken. “Heel slecht voor de knieën, die straattango” meldt een expert. Dancing in the Street op een zwoele zomeravond in het hartje van de stad. Muy Buenos Aires! Heel erg Buenos Aires!

Zondagavond, 5 maart 2006 – El Dorrego – Blue Tango in Paris – trio Vitale.Baraj-González – Patricia Sosa - Juan Carlos Baglietto. Dat een optreden in Buenos Aires te laat begint is heel gewoon. Dat de vertraging wordt veroorzaakt doordat de Apple computer van de musici verkeerd is aangesloten, is een zeldzaamheid. Er wordt behoorñlijk afgezien om het ding aan de praat te krijgen. Er is volop gelegenheid om te filosoferen over de vraag of degene die afhankelijk is van de nukken van zijn pc eigenlijk wel een musicus is. Ik vind van niet. Na een half uur is de storing verholpen en kan de zangeres van het trio “Blue Tango in Paris” haar eerste liedje zingen. Ze is gekleed in een soort wetsuit, draagt vuurrode schoenen met hoge naaldhakken en op haar hoofd heeft zij een uit de toon vallende pet. De elektronische muziek van de groep is een mengsel van jazz, pop en tango. Het eerste nummer valt wel mee, daarna gaat het snel bergafwaarts. De vijf stadia van een liefde worden muzikaal uit de doeken gedaan. “Ik hoef jullie toch niet uit te leggen wat die vijf stappen zijn?” Liever maar wel. Het liedje “Pienso que yo te quiero – ik denk dat ik van je houd” bestaat uit niets anders dan die paar woorden, die ontelbaar vele malen worden herhaald. “Che, que letras – wat een tekst!” klinkt het allerminst bewonderend achter me. De rest gaat in het Frans. Afspraakje “je t’attend a l’heure prevue”, passie, de eerste onenigheden, het einde “tomber du ciel” met je voeten weer op de grond terecht komen. Het applaus wordt lauwer en gaat over in massaal gesis als de zangeres een tango danst met haar Argentijnse vriendje. Het publiek laat de band op hun eigen manier weten dat dit maar beter “the last Tango from Paris” kan zijn.

Er is zeer veel belangstelling voor het slotconcert van tot de tango bekeerde populaire ouwe rockers. De groep musici treedt af en toe gezamenlijk op “haciende tango” om tango´s te spelen. Er staat een enorm elektronisch Yamaha monster op het podium waaruit Lito Vitale het geluid van vele instrumenten kan toveren. Ik vind daar niets aan, als ik een bandoneón hoor, wil ik een bandoneón zien. Punt uit. De in een elegante jurk met een geplisseerd klokrokje gestoken Patricia Sosa, huppelt in kokette halfhoge laarsje over de planken en zingt poëtische tango’s. Haar stem zou wat meer tanguero, rauwer, moeten worden. Het recept daarvoor is flink roken en de keel regelmatig met whisky smeren en op verzoek verkrijgbaar bij collega Adriana Varela. Tenslotte is het de beurt van de uit Rosario afkomstige Juan Carlos Baglietto. Mede festivalgangers herinneren zich de jonge Juan met lange rode haren en idem baard. De wilde haren zijn vervangen door gesoigneerd kort geknipt grijs haar en een idem baardje. Delen van het vrouwelijk publiek raken helmaal over hun toeren van Juan’s zoet gevoosde tango’s. Ze schreeuwen, gillen en krijsen orgastisch. De handen van het publiek wuiven door de lucht, tevergeefs wacht ik tot de aanstekers worden aangestoken. De fans smeken om meer en nog meer. In de loop van de week heb ik echter ontdekt dat festivalleiding niet wil dat er meer dan een toegift wordt gespeeld en daar wordt streng de hand aan gehouden, hoewel niemand de hal wenst te verlaten en het applaus voortduurt. Na een paar minuten geven zelfs de stugste volhouders het op en gaat het Tangofestival 2006 uit als een nachtkaars.

slot