DAGBOEK SALTA - 3 (05012006)

Zondag, 13 november 2005 - Colomé - Cafayate.Hoewel we er gistermiddag aan het eind van de rondrit over het landgoed ontdekten dat er een onbewaakt sluipweggetje achterlangs is, verlaten we Colomé netjes via het officiële toegangshek. Terwijl we een paar minuten eerder iedereen goedendag hebben gezegd en gekust, moeten we toch bellen om het hek open te laten zwaaien. Een wat flauwe manier om de gasten een vals gevoel van veiligheid te geven, is onze conclusie. We hebben een kaart meegekregen voor een alternatieve, kortere, weg naar de Ruta 40 en vervolgens Cafayate, ons reisdoel voor vandaag. Er kan wederom niet veel fout gaan, maar er moet wel goed op de aanwijzingen in het terrein worden gelet. Voor het bereiken de kerk rechts afslaan, na een tijdje bij de school linksaf en de rivier oversteken. Bij een school moet je absoluut niet aan een onmiddellijk als zodanig herkenbaar gebouw denken want dan gaat het mis. Gelukkig is er bij gezegd dat de school het eerste gebouwtje is dat we zullen tegenkomen. Het blijkt een wat uit de kluiten gewassen witte bungalow te zijn. Linksaf rijden we eerst doodlopend zandpad in, de volgende afslag is wel goed. De rivier herken je ook niet zondermeer als zodanig. Geen spoor van een brug of zo, gewoon een miezerig stroompje waar je rustig doorheen kunt rijden.

De weg klimt. Vanaf het hoogste punt kunnen we Colomé in de verte achter ons zien liggen. Links vooruit de landingsstrip van de buurman “El Rey de Porotos - de Bonenkoning” waar Willem A., Maxima Z. vorig jaar zijn geland. Die hebben al het moois wat wij vanuit de auto hebben gezien en nog zullen zien, moeten missen. De domoren! De Río Seco - de droge rivier - is het volgende oriëntatiepunt, de rivier is alles behalve droog, het deert ons nauwelijks. Droge, stoffige met stenen en steentjes bedekte wegen door de woestijn, brede droge rivierbeddingen die in de regentijd vol met water moeten staan. Het goede spoor op dit soort weggetjes zoeken is het belangrijkste. Grote stenen en opgehoopte steenslag ontwijken, uitkijken om niet in een slip te raken. Slalommen kan probleemloos, er zijn toch geen tegenliggers of auto’s die ons in willen halen. Na drie kwartier komt in de verte de antenne van de telefoonmaatschappij in zicht. Als we daar eenmaal zijn, zien we aan de einder de oase Angastaco die op 2.000 meter boven de zeespiegel ligt. Dat we dicht bij een dorp waren, hadden we al gezien aan het zwerfvuil langs de weg. We laten het dorp rechts liggen en een minuut of vijf later bereiken we Ruto 40. Tijdens het uurtje dat we vanuit Colomé naar deze kruising onderweg zijn geweest, zijn we niets en niemand tegen gekomen. We waren alleen op de wereld.

Op de Ruta 40 neemt het natuurschoon ons weer in de houdgreep in de vorm van een wonderbaarlijk gevormde rotsformatie die “el Cañón - het Kanon” heet. Met enige fantasie lijken de op elkaar gestapelde lagen steenmassa inderdaad wel wat op een kanon Een stuk verderop de “Paso del Flecha - de Pas van de Pijl.” Pijlen tegen kanonnen, zo ging dat in de tijd van de conquistadores. We rijden kilometers lang langs de rivier de Calchaquí, een van de langste van Argentinië die in de droge tijd niet meer dan een lullig stroompje is. We steken zowaar een echte brug over om op de andere oever verder te rijden op dezelfde stoffige weg vol met stenen en zonder asfalt. Vlak voor het gehucht Santa Rosa een begraafplaatsje in de schaduw van de berg. Een muur van adobe, een toegangspoort die met een ijzerdraadje is afgesloten. Binnen de grootst mogelijke eenvoud die bij deze arme, maar devote streek hoort. Sommige graven zijn niet meer dan een hoop zand die is gemarkeerd met wat in de buurt opgeraapte grote keien en een kruis van hout of metaal. Veel graven worden opgefleurd met kleurige bloemen van papier of plastic, die waarschijnlijk begin van de maand ter gelegenheid van Allerzielen zijn ververst. Weinig grote graven en al helemaal geen monumenten, wel flink wat “werk in uitvoering.” Graven in aanbouw die stukje bij beetje bij elkaar worden verdiend en die ongetwijfeld zullen worden afgebouwd zodra er geld voor is. Wanneer dat ook zal zijn.

Bij het stadje San Carlos, rijden we na ruim twee dagen zowaar weer eens op asfalt. Aangenaam, maar eigenlijk wat saai. Wijngaarden langs de weg, net de Bourgogne. We naderen Cafayate, het centrum van de wijnbouw in de provincie. Dat is een goed bewaard geheim voor veel buitenlanden, waar de stad Mendoza het synoniem is voor Argentijnse wijnen. Snel naar het hotel, lunchen en daarna wijn proeven. Dat was ons plan, het hotel in Cafayate zit echter op slot. Alle deuren en luiken zijn gesloten. Esteban, buurtbewoner en aardrijkskundeleraar, schiet ons te hulp. “Komen jullie uit Nederland? Uit Rotterdam?” Die man kan niet meer stuk. We lopen achterom. Er is geen bel, hij klapt in zin zijn handen om de aandacht te trekken. Niemand, helemaal niemand reageert. Op het parkeerterrein geen auto, brommer of fiets te bekennen. “De eigenaar luncht vaak in het restaurant op de hoek.” Twijfelachtig dat hij niet in zijn eigen restaurant eet. We gaan er naar toe en doen navraag, hij is er niet. Bier en lunch dan maar. Na de lunch zit er zowaar een oppasser in de deur van “la Vieja Posada”, verder is er niemand. Als we een reservering hebben, zal hij ons wel een kamer laten zien. De eigenaar wordt later in de middag verwacht. De hokken die we krijgen aangeboden, hebben dwars boven elkaar geplaatste kinderformaat eenpersoons stapelbedden. Het alternatief is samen in een iets breder dan eenpersoonsbed in een niet veel groter hok. Na de luxe en het dienstbetoon van Colomé staan we ongevraagd en onverwacht weer met beide voeten op de grond.

Op aanraden van Esteban gaan we naar de toeristeninformatie op de Plaza, het centrale plein. Er is weinig tijd nodig om te ontdekken dat zondag beslist de verkeerde dag is voor een bezoek aan Cafayate. De watervallen zijn te ver weg, daar moet je ’s ochtends vroeg al naar toe. Op één na zijn alle bodega’s die bezoekers ontvangen en waar wijn kan worden geproefd op zondag gesloten. Het “Museo de la vid y el vino - het Museum van de wijnrank en de wijn” is open en op loopafstand. Het is gevestigd in een slooprijpe fabriekshal waarvan de voormalige parkeerplaats dienst doet als “buitenmuseum.” De collectie bestaat uit op het laatste moment van vuilnisbelt of schroothoop geredde afdankertjes. Grote houten wijnvaten, een enkele wijnpers, leren zakken met stamper, wat kurkapparaten voor “damajuanas - damejeannes” de grote korfflessen. Veel foto’s van de wijnadel ui de streek. Tussen dat alles staat plompverloren een krat met een archeologische vondst, een grote Inca begrafenisurn. “Is hier door de gemeente geparkeerd” meldt de jongen van dienst opgewekt. Aldus behandelt men in Cafayate het cultureel erfgoed van de oorspronkelijke bewoners van het land.

Tegenover het museum het lelijkste huis dat ik in lange tijd heb gezien. De façade wordt opgesierd met een buitenproportioneel grote lama waarvan de onderbuik en poten het voorportaal vormen. Deze lelijkheid is het ontwerp van een plaatselijke kunstenaar die binnen vast en zeker zijn minstens zo lelijke broddelwerkjes verkoopt. Die beurt slaan we liever over. Het archeologisch museum zit potdicht. Er tegenover, in de open lucht, muurschilderingen en gedichtjes van schoolkinderen. De kathedraal dan maar. Eenvoudig, stijlvol en best bijzonder vanwege de vijf, in plaats van de gebruikelijke vier, schepen. Mooie uit hout gesneden afbeeldingen van de vijftien staties van de kruisweg, een fraai beeldje van Onze Lieve Vrouw van Luján, de onvermijdbare beschermheilige van alle Argentijnen. Bij het verlaten van de kerk een enorme afknapper. In de galmgaten van de klokkentoren is een luispreker gemonteerd die het luiden van de klok moet doen vergeten met een uiterst lullig elektronisch, mechanisch klinkend, klokkenspel. Ronduit afschuwelijk.

Aan de rand van Cafayate, omringd door wijngaarden, ligt de bodega La Banda van het huis Córdova y Murga. De oudste uit de streek en de enige die op zondag open is. Zou het komen omdat daar twee bevriende, maar overigens overtuigd heterofiele, mannen op bezoek komen, dat ons de relnicht van het huis als begeleider krijgen toegewezen? Er is een “Petit Museo del Vino” dat er veel beter uitzit dan het echte wijnmuseum. Met als toegift wijn proeven met een super vrouwelijke man. De “twee van Breda” zitten buiten op hun beurt te wachten. Hallo, goede reis gehad, verder niets te melden. We proeven Malbec, Cabernet Sauvignon, Merlot en de smakelijke witte Torrontés, de specialiteit van deze streek. Terug in het hotel ontmoeten we de eigenaar - een musicus, zijn vrouw - een architect en zijn moeder - een klassiek zangeres. Ze waren ’s middags naar een feestje, waardoor het hotel even geen tijd voor gasten had. Ze weten niets van het hotelvak en dagdromen hardop dat hun Vieja Posada het Colomé van Cafayate gaat worden. Dromen zijn en blijven bedrog. Zolang er met viltstift op de wc-pot staat geschreven dat er geen papier mag worden doorgespoeld, wordt het nooit wat. Cafayate op zondag in het slechtste hotel ter wereld, liefst maar zo snel mogelijk vergeten.

Maandag, 14 november 2005 - Cafayate - Salta - Buenos Aires.Aan het begin van Ruta 68, de weg terug naar Salta, staat een kapelletje voor Gauchito Gil, de populaire volksheilige. Mijn reisgenoot, ooit katholiek gedoopt, gooit wat muntjes door de daartoe bestemde gleuf om onze reis via Salta naar Buenos Aires voorspoedig te doen verlopen. Achteraf zal blijken dat het heeft geholpen. Dit is de eerste van de ongeveer tien die we vandaag zullen tegenkomen. De 200 kilometer lange weg slingert zich door de Quebracha de las Conchas die, zoals ik ergens las, vanwege de seksuele connotaties - in Argentinië betekent concha kut - hier daarom liever de Quebracha de Cafayate wordt genoemd. Het is een van de meest adembenemend wegen waarop ik ooit heb gereden. Na vrijwel iedere bocht verandert het uitzicht op spectaculaire wijze. Rotsformaties veranderen van vorm en kleur: rood, erg veel terracotta rood, geel, bruin groen. Eeuwenlang hebben weer en wind bizarre vormen in de zandsteen geslepen en de namen van de formaties verwijzen daar naar:: el Castillo - het Kasteel, la Ventana - het Raam, la Garganta del Diabolo - de Keel van de Duivel. We stoppen om de paar minuten om foto’s te maken of op ons gemak de schoonheid die de onaangetaste natuur ons aanbiedt te bewonderen. Na het dorp Alemania - gesticht door Duitse immigranten? - wordt het weer een “gewone” weg. Links een spoorbrug die in het niets boven de rivier zweeft omdat de op- en afrit zijn bezweken. Een trein rijdt er niet meer. We stoppen bij een heel grote Guacho Gil. Veel rode vlaggen lege plastic frisdrankflessen “had ie dat maar gedronken” en brieven met bedes verzoeken om hulp uit de hoogte. Ontroerend mooi door de eenvoud van het (bij?) geloof Of het bord “Verboden te Vissen” langs een droge rivierbedding. Er wordt met strenge boetes voor iedere overtreding gedreigd. Zelfs als de rivier vol stroomt met regenwater, waar komt de vis dan vandaan. Uit de lucht vallen?

Aan de longkankerplantages, de tabaksvelden, meten we af dat we in de buurt van de stad Salta komen. Het vliegveld ligt er rond een uur of half een totaal verlaten bij. Pas als er een vlucht wordt verwacht komt het weer tot leven om onmiddellijk weer in te slapen als de passagiers zijn vertrokken of afgehandeld. Onze autoverhuurder komt op het laatste moment aanzakken en ontdekt een miniem deukje op de motorkap dat tot een ernstige schade wordt opgeklopt. Terwijl ik weet dat ik enorm wordt genaaid, kan ik geen kant op. Hij heeft een getekende kredietkaart voucher waarop hij ieder gewenst bedrag kan invullen. Dit is voor het laatst van mijn leven dat ik een auto huur bij Hertz! Het vliegtuig vertrekt ruim een uur te laat. Er is onderweg veel turbulentie, de wijn smaakt er niet minder om. Terug in Buenos Aires pakken we onze tassen uit en zetten de wasmachine aan om het uit Salta meegebrachte stof kwijt te raken. Over veertig uur reizen we door naar Patagonië.

slot