DAGBOEK SALTA - 3 (31122005)

Zaterdag, 12 november 2005 - Cachi - Colomé. Hoog in de Andes heeft het vannacht gesneeuwd. Op de bergtoppen, waar gisteren bij het vallen van de avond geen spoor van sneeuw was te zien, ligt vanmorgen een witte kap. De natuur verklaart zichzelf. Opeens heb ik door waarom er overal waar we gisteren reden stroompjes water naar beneden kwamen. De zon laat overdag de ’s nachts gevallen sneeuw smelten, het smeltwater stroomt bergafwaarts en tijdens de koude nachtelijke uren wordt het water voor de volgende dag aangemaakt in de vorm van verse sneeuw. Vanonder de douche zie ik de zon boven de bergen verschijnen, in de tuin naast het hotel staan de druiven bij te komen van een koude nacht. Zouden ze hier wel eens eiswein maken?

Ondanks het negatieve advies van gisteren, gaan we toch op zoek naar de nalatenschap van de Inca’s in de buurt van Cachi. “Na de brug linksaf en de weg tot het einde volgen, kan niet missen!” Het lijkt zo eenvoudig. Direct na de brug is er inderdaad een slordig losse steenslag weggetje. Waarschijnlijk negeren we het uit pure gemakzucht en volgen de geasfalteerde weg rechtdoor. Bij de ingang van de begraafplaats nemen we de afslag naar links en belanden in minder dan geen tijd op een totaal verlaten landingsbaan. Ergens in de verte hangt een versleten en verschoten windzak, er is een mooi uitzicht op Cachi en het kerkhof en verder niets. Of toch wel, veel plastic zakken en ander zwerfvuil dat de aanwezigheid van het menselijk ras in de buurt aantoont. We keren terug op onze schreden en rijden voorbij de begraafplaats de leegte in. Geen borden, geen mensen om de weg te vragen. Niemandsland met aan de linker hand de Andes en na een paar kilometer weer honderden cactussen.

Over het ontstaan van de cardón cactus wordt de volgende legende verteld. De Keizer van de Inca’s zag met lede ogen hoe zijn volk door de Spaanse conquistadores werd onderworpen en overheerst. Hij bedacht een plan om de bezetters een beslissende slag toe te brengen en uit zijn rijk te verjagen. Daartoe werden boodschappers naar de vier uithoeken van het Incarijk gezonden. Manschappen moesten zich verzamelen bij strategische punten waar de vijand regelmatig langs kwam en aldaar wachten op het bevel de aanval in te zetten. De boodschappers die dat bevel overbrachten, werden door de Spanjaarden gevangen genomen. Kort daarna werd de Keizer opgepakt, gemarteld en gedood. De troepen zagen de blanken voorbij trekken, maar wachten tevergeefs op de order om aan te vallen. Na verloop van tijd begon Moeder Aarde hun voeten met aarde te bedekken en hun lichamen met stekels. Om ze te beschermen terwijl ze stonden te wachten op een order die nooit zou komen.

De weg van stenen en stuivend zand houdt, inclusief het stoppen om foto’s te maken en de natuur te bewonderen, na ongeveer een uur op in een gat dat Palermo heet. Zou het soms door geëmigreerde Sicilianen zijn gesticht? Nee, men heeft er nog nooit van een archeologische vindplaats gehoord, maar verderop is wel een rivier waar je leuk kunt vissen. In rap tempo rijden we terug naar Cachi om de enige andere weg te nemen die we zijn gepasseerd. Juist ja, die weg gelijk na de brug aan de rand in het dorp links hebben laten liggen. Deze keer zitten we goed, er staat een bord met “LAS PAILAS YAC ARQ -12 ” erop langs de weg. De laatste zes letters, zo weet ik, zijn de code voor “yacimiento arqueológico” de plek die we zoeken. Akkers op terrassen die met behulp van enorme stenen zijn aangelegd. Een irrigatiesysteem dat ik herken uit documentaires over Incalandbouw hoog in de Peruaanse en Boliviaanse Andes en die daar tot op de dag van vandaag functioneren. Hier zijn ze met behulp van moderne materialen opgeknapt. Er wordt geploegd met de achter een paard gespannen ploeg die in toom wordt gestuurd door mannen en kinderen op blote voeten. Heggen van cactussen die in bloei staan, halfronde klei-ovens op de erven. Wij moeten wat we samen over dit alles weten met elkaar delen, want er is verder niets dat de geïnteresseerde bezoeker ook maar enige aanwijzing of toelichting geeft. Het is indrukwekkend om te zien hoe die enorme stenen zonder enig bindmiddel op veel plaatsen nog gewoon op hun plaats liggen. Alleen aan het eind van het pad is de boel in elkaar gestort. We lopen wat rond alvorens terug te rijden naar Cachi om de Ruta 40 op te zoeken die ons naar Colomé, het reisdoel van vandaag moet brengen

We worden Cachi dreigend uitgezwaaid door een enorme indiaan met een dreigende pijl in zijn rechterhand. Grote - vaak oerlelijke - standbeelden doen het goed in Argentinië. De inscriptie op de voet onthuld dat zijn naam Juan Calchaqui was en dat hij tot de Cacique stam behoorde. “Tussen 1560 en 1565 heeft hij een opstand tegen de Spanjaarden geleid om de cultuur van zijn voorouders te verdedigen.” Het overigens zeer twijfelachtig of die man echt Juan heette. En dan rijden we de Ruta 40 op, de langste weg van het land. De Ruta 40 begint onder de grens met Bolivia in Alba Pampa en eindigt na 4.665 kilometer bij Río Gallegos in Patagonië. Het is een voorproefje voor een rit die ik misschien in 2006 zal gaan maken. Vooral stof en stenen, behoorlijk wegdek verboden, althans op dit gedeelte. Het lijkt ons behoorlijk gevaarlijk als het flink heeft geregend, dan moet het spekglad zijn.

Het adres van de Estancia Colomé is Ruta Provincial 53 KM 20, Molinos. Eenmaal in Molinos geen verdere aanwijzingen. Hoewel het siësta is, treffen we gelukkig af en toe iemand die ons op het goede pad houdt. Dat wil zeggen het dorp uit en stofbijtend de woestijnachtige leegte in, net Paris - Dakar. “Je bent er zo!” Alles is relatief. Na een hele tijd te hebben gereden passeren we de grens van het landgoed, waaruit blijkt dat we nog 21 kilometer hebben te gaan. “De volgende 21 kilometer rijdt u over het terrein van Bodega Colomé, een organisch bedrijf. Wilt u alstublieft geen vuil weggooien, planten beschadigen of afsnijden of vuur maken. Moeder Natuur en het wild zijn u dankbaar. Geniet van u trip!” Dat doen we ook. Grillige rotsformaties, bloeiende cactussen, klote weg.

Heel veel kilometers verder rijden we een nederzetting met kerk, dorpshuis en winkel binnen. We zijn er bijna. Een kilometer verderop staat een gesloten hek dat met een camera wordt bewaakt. Aanbellen, vertellen wie je bent en het hek wordt vanuit een verborgen controlekamer geopend. Via een door bomen en struikgewas omgeven oprijlaan rijden we een onwaarschijnlijk luxe oase binnen. We worden begroet door Carla, en even later door Mariano en door Mariana en door Ursula, door Jean Marc en door Thibaut. Er moet kennis worden gemaakt met iedereen die hier werkt en ons in de watten zal gaan leggen. We zijn de enige gasten in dit hotel met negen zeer ruime kamers dat eigendom is van de familie Zwitserse familie Hess. In Salta noemen we hem “El Holandés” zei de aardige dame die eergisteren naast me in het vliegtuig zat. Iets dat ik haar snel uit het hoofd heb gepraat door uit te leggen welke sentimenten de naam Hess soms in ons vaderland oproept.

Donald Hess is de nazaat van een familie van bierbrouwers, die op het goede moment de brouwerij van de hand deed en in het mineraalwater stapte. Dat werd vervolgens ook heel goed verkocht, waarna het bedrijf zich op de wijnbouw wierp. En hoe. Hess heeft bedrijven in Zuid Afrika, Austrlië, Californië, en in Argentinië. Alle vier de Argentijnse wijngaarden, waaronder de hoogst gelegen producerende wijngaard ter wereld, liggen in de provincie Salta. Jean Marc, de wijnmaker, vertelt met een knipoog dat Donald Hess bijna messiaans in de weer is omdat hij water in geld verandert. Daarnaast verzamelt Hess moderne kunst. Naast de bodega in Colomé zal een museum worden gebouwd dat geheel wordt gewijd aan het werk van de Amerikaan James Turrell. Overal in het hotel hangt trouwens kunst, hoewel het volgens mijn in deze zeer deskundige reisgenoot niet om originelen gaat. Dus hebben wij niet in het gezelschap van een echte Mark Rothko geslapen en hebben we niet onder een originele Matisse zitten ontbijten. De 500 kilo wegende metalen sculptuur “Trinidad - Drie-eenheid” die op een van de patio’s staat is absoluut geen kopie. Het beeld heeft in mijn ogen meer weg van een nonchalant voorovergebogen vrouwenfiguur die haar mooie lange benen wil laten bewonderen dan dat het de drie-eenheid uitbeeldt. Doch mijn interpretatie is 100% in tegenspraak met de uitleg van de deskundige wetenschapper die ik bij de receptie krijg aangereikt. Zo te zien zijn de smaakvolle antieke huishoudelijke gebruiksvoorwerpen die overal staat en het indiaanse aardewerk wel echt. En de muziek die door het hele gebouw klinkt is onvervalste “rustgevende“ reikimuziek die eventueel heel erg op de zenuwen zou kunnen gaan werken. Gelukkig reizen we verder voordat het zover is.

We laten ons verwennen met een lichte lunch en met witte wijn van het huis. Vanaf het terras hebben we uitzicht op een 150 jaar oude wijngaard en de ruim 6.300 meter hoge Nevada de Cachi. Een uur na de lunch worden we bij Jean Marc in de bodega, de wijnmakerij, verwacht voor het begin van de rondleiding over het landgoed. In de bodega ziet alles er perfect uit. Geen romantisch gedoe met enorme houten vaten waarin wijn ligt te gisten, gewoon glimmende metalen tanks in alle mogelijke maten. Verder zien we een kleine bottelinstallatie, een laboratorium in aanbouw, de nieuw geïmporteerde eiken vaten uit Frankrijk en de Verenigde Staten in de rekken. Hier wordt niet op een paar centen gekeken om een exclusief eindproduct te maken. We zien echter geen druppel wijn, alles is nog leeg. De wijnoogst op het zuidelijk halfrond is zo rond de maand april. Om het landschap niet te ontsieren is er een flinke kuil gegraven voordat de bodega werd gebouwd, vrij uniek in dit land. Het past echter helemaal bij de biodynamische landbouwmethoden die op Colomé worden toegepast. De denkbeelden van Rudolf Steiner worden door de familie Hess dagelijks op grote schaal in de praktijk gebracht.

We gaan met de bus verder en klimmen de berg op. Colomé is 39.000 hectaren groot en ligt op ongeveer 2.300 meter boven de zeespiegel. Op het wijngoed doet men alles zelf en dat gaan we bekijken. Het water dat nodig is voor het hotel, de wijngaarden en de tuinen wordt een paar honderd meter hogerop opgevangen, naar een waterreservoir geleid en gezuiverd. “Boven wonen mensen die dieren houden. Ze wassen en plassen in het water en dat halen we er hier uit.” Er staat een turbinehuis waar alle elektriciteit wordt opgewekt, alle groenten en fruit worden ter plekke geteeld, alle dieren en dus het vlees wordt een stuk verderop gefokt. Boter, kaas en eieren, confiture, alles, werkelijk alles wordt zelf gemaakt of organisch gefokt of verbouwd. De kerk, de school, het gemeenschapshuis is allemaal door het bedrijf gebouwd. Jean Marc vertelt aan de dinertafel dat bij de aankoop van het landgoed de zorg over iedereen die daar woonde werd mee gekocht. Daar waren die slimme Zwitsers niet echt op voorbereid, maar ze houden zich groot. Uit mijn Nigeriaanse jaren weet ik hoe gecompliceerd het kan zijn om als rijk bedrijf met een stuk minder bedeelde buren te moeten samenleven. Hij onthult wie van de lokale politici corrupt is en wie er heel erg corrupt is. Mijn reisgenoot, die alles over Steiner en zijn gedachtegoed weet, gaat in debat over alles wat des Steiner’s is, ik luister met belangstelling toe en leer veel bij.

De avond wat hoger in de Andes is kil. Na het diner maken we de open haard in onze ruime suite aan en beschouwen een bijzondere dag na. Tijdens de rondrit over het landgoed heeft Mariana met enige trots verteld dat Willem A. en Máxima Z. vorig jaar een paar dagen in Colomé hebben gelogeerd. Voordat ik in slaap val vraag ik me af, nee weet ik haast wel zeker, dat ik vannacht in hetzelfde lekkere bed slaap als waarin zij heeft geslapen en voel me als een prins zo rijk!

wordt vervolgd