SOMS HERINNERT ARGENTINË MIJ AAN AFRIKA 16 - NUEVO CINE AFRICANO (28082005)

Argentinië lijkt beslist niet op Afrika, het tegendeel is eerder waar. De bevolking is bijna 100% blank en laat te pas en vooral te onpas weten van Europese afkomst te zijn. Zelden kom ik op straat een donker gekleurde medemens tegen. De zon schijnt ook veel minder en als het regent, voelt het regenwater als een koude douche. Lang niet zo lekker als een lauwe tropische regenbui. Zeker, de corruptie schijnt groot te zijn, maar aan de andere kant is er een goede en functionerende infrastructuur. De Argentijnen laten zich er graag op voorstaan in het meest Europese land van Latijns Amerika te wonen en hebben er alles aan gedaan om Buenos Aires zoveel mogelijk op Parijs te laten lijken: brede boulevards en statige huizen. Ondanks dit alles gebeuren er regelmatig dingen die mij aan Afrika herinneren, zoals deze week.

“La vie est belle” is de enige Afrikaanse film die ik in een bioscoop in Afrika heb gezien. Dat was In 1988 in Libreville, de hoofdstad van Gabon, toen de airconditioning het toevallig eens deed. Een vrolijke film met muziek van Papa Wemba en Pépé Kallé en een verhaal dat zich afspeelt in het Kinshasa van Mubutu. De trek van het platteland naar de grote stad om werk en geluk te zoeken. Een bloedmooie actrice, een marabout, een toverdokter, die gebroken harten lijmt en de ware liefde voor je regelt. Een romance, een buitenechtelijke affaire. “Deuzième bureau” - net zoals de Franse geheime dienst - heette zo’n vriendin in de Frans-Afrikaanse omgangstaal. Voor de veelvraten, of de opscheppers wellicht, was er vervolgens de “premier tiroir, deuzième toroir” de eerste lade van het bureau, de tweede, enzovoorts om te pochen over een tweede vriendin of een derde. Zowel in Gabon als in Nigeria kende ik moslim en christen mannen met meerdere echtgenotes. “Zo is onze traditie nu eenmaal!”

Migratie naar de grote stad. De overgang van het vrijwel van de buitenwereld afgesloten dorps naar het stadse leven. In Allah of God geloven terwijl het traditionele geloof nog in het bloed zit en, als het zo uitkomt, opeens weer de boventoon voert. Want de traditionele gebruiken, zoals het raadplegen van een marabout die welk probleem dan ook kan oplossen, verhuist mee. Het zijn deze thema’s die op een of andere manier een rol spelen in zowat iedere film die in Buenos Aires is te zien tijdens het “Festival del Nuevo Cine Africano - Festival van de Nieuwe Afrikaanse Cinema.” Acht dagen lang twee Afrikaanse films per dag in de laatste zowat nog helemaal blanke wereldstad, is een ongekende luxe. Nou ja nieuwe cine. Drama, komedie en documentaires, voornamelijk afkomstig uit Senegal, Burkina Fasso en Kameroen en zonder uitzondering zwaar gesubsidieerd door de EU of de Franse overheid of door beide.

Een keuze maken is niet moeilijk. Ik heb geen zin in films over burgeroorlogen of genocide en de eerste documentaire “Vacances au Pays” (Kameroen, 2000) is zo saai dat het gelijk de laatste is. Een stuk leuker is het drama “Madame Broutte - Mevrouw Kruiwagen” (Senegal, 2002). Madame Brouette, een ambulante koopvrouw die haar handel met een kruiwagen uitvent, ontmoet op een druk kruispunt in Dakar een politieman. De slijmbal versiert haar en verleidt haar, zij wordt tot over haar oren verliefd. Zodra zij zijn bed en huis heeft verlaten, duikt hij in bed met een prostituee wiens pooier hem betaalt om ongestoord zijn bordeel te kunnen runnen. Dat bordeel lijkt sprekend op het afgetakelde Grand Hotel de France in Ségou, waar ik ooit bij gebrek aan beter eens heb gelogeerd. “Boven de gordel ben ik christen en kan alcohol drinken en varkensvlees eten. Onder de gordel ben ik moslim en mag lekker veel vrouwen trouwen” pocht hij tegen zijn maten. Madame Brouette raakt zwanger, eerste reactie van de verwekker “dat kan niet van mij zijn!” Daarna is het gedaan met de liefde. Als zij gaat bevallen, is hij aan het feesten en heeft geen tijd voor haar. Uitgefeest, maar nog dronken, eist hij om het kind te zien, zij weigert dat. Hij houdt aan, want “een vrouw heeft maar te doen wat de man wil!” Behalve de moderne stadse Madame Brouette dus. Die ontfutselt haar ex zijn dienstpistool en schiet hem dood.

Regelmatig schuift er in de film een groep bedelende zangers door het beeld. Zij begeleiden de tragische liefde op een gepaste Afrikaanse manier die ik van bruiloften en begrafenissen uit Nigeria ken. Een van de zangers is een Fulani, die gemakkelijk is te herkennen aan de met lapjes rood leer beklede hoed van gedroogd gras. De Fulani zijn een nomadenvolk dat met hun vee langs de zuidelijke rand van de Sahara trekt. Er dwaalt ook een verdwaalde Fulani door het aan de oceaan gelegen vissersdorp waar “Le Prix de Pardon (Senegal, 2001) zich afspeelt. Een verfilmde legende die bol staat van zwarte magie en drama. Daarentegen komt er in de tragikomedie “Tasuma” (Vuur - Burkina Fasso, 2003) geen enkele Fulani voor, terwijl die film zich juist vlakbij de Sahara in de buurt van Bobo Dialasso afspeelt. Een veteraan uit het Franse leger wacht al jaren tevergeefs op zijn pensioen dat, zoals dat in Afrika gaat, al bij voorbaat is uitgegeven. De ongeïnteresseerde bureaucraten winnen het bijna, maar met behulp van zijn oude wapen dwingt hij hun tot actie en komt het pensioen verassend snel af. Eind goed al goed!

Tasuma zie ik op de koudste en natste dag van de Argentijnse winter. Na afloop is er geen taxi te krijgen, er zit niets anders op dan naar huis te lopen. Onderweg herinner ik me de doos met bandjes van Meywey, Kofi Olumide, Papa Wemba en Pépé Kallé die al jaren niet meer zijn gedraaid. Die Afrikaanse supersterren en hun gierende akoestische gitaren verdringen spontaan de bandonéon en de tango van de draaitafel. Zwarte kunst? Dagenlang dans ik met een licht gevoel van heimwee in mijn dooie eentje heupwiegend en in mijn handen klappend door het huis. Wat het zien van een hand vol Afrikaanse films in het winterse Buenos Aires al niet voor herinneringen aan het tropisch Afrika kunnen oproepen.