|
VERTRAGING NAAR KEUZE (04082005) Een vertraging van zeven uur of een van vierentwintig? De dienstverlening van Air France kent geen grenzen. Tot en met het aantal uren vertraging mag de verwende passagier bij de eigenaar van onze nationale trots zelf kiezen. Mijn vermeende ontrouw aan diezelfde KLM zal stevig worden afgestraft. De verhalenbundel “Het reizen vereist sterke zenuwen” van Bob den Uyl, die een paar aardige logees een week geleden voor mij meebrachten, had achteraf een bijna voorspellende betekenis: Hals over kop naar Europa te moeten reizen, terwijl zowat heel Europa zomervakantie viert en de vliegtuigen overvol zitten valt niet mee. Zelfs niet als je het volle pond betaalt. Koste wat het kost wil ik British Airways vermijden en eigenlijk ik ben het inmiddels behoorlijk zat om een uur of zes in São Paulo te moeten “overstappen.” Want zo lang is de wachttijd tussen de aankomst van de vlucht uit Buenos Aires en het vertrek van de KLM vlucht naar Amsterdam. Aldus was de keuze op Air France gevallen. Uren later van huis en uren eerder op de plaats van bestemming……….als het vliegtuig tenminste op tijd vertrekt. Volgens zijn uitgever reisde Bob den Uyl vaak per trein, boot of bus om er plaatse per fiets of te voet verder te gaan. Als je met het vliegtuig reist, is het beter om helemaal geen zenuwen te hebben. Zelfs de sterkste zenuwen kunnen je dan wel eens dwars zitten. De 24 uur vertraging in Buenos Aires was pas het begin. Kort na de landing op Charles de Gaulle, meldde de piloot opgewekt dat het vliegtuig niet bij de terminal kon parkeren. Het toestel taxiede minstens 10 minuten om tenslotte in een uithoek van het enorme vliegveld te parkeren. Via de trap naar beneden, door de regen naar de bus die de passagiers bij Terminal C afzette. Nooit geweten dat er op een vliegveld zoveel wegverkeer is. Voorrangskruisingen, rotondes en af en toe zowaar een verkeerslicht. Bij Terminal C een paspoortcontrole en aansluiten in de rij voor de bus naar terminal F. Volgende paspoortcontrole, controle van de handbagage. Schoenen uit, riem af, jas uit, lap top uit de tas. Rij na rij na rij. Een dik uur na de landing ben ik eindelijk bij uitgang F26 voor de vlucht naar Amsterdam. Die vertrekt door de door al die controles vertraagde passagiers “slechts” drie kwartier te laat. De vluchtduur bedraagt 40 minuten. In Amsterdam annonceert de grondstewardess opnieuw vertraging “vanwege onderhoud aan wat technische dingetjes in het vliegtuig.” In Londen staat er alweer een ander vliegtuig op de plaats waar mijn vlucht moet parkeren. Twintig minuten extra wachten om daarna tot de ontdekking te komen dat het station van de ondergrondse van Terminal 4 is gesloten. ’s Avonds is er “live” op de televisie te zien dat er in Toronto een Air France vliegtuig van de landingsbaan is geslipt en uitbundig ligt te branden. Nee, voor dit soort reizen zitten zelfs sterke zenuwen in de weg. Gedwongen door aanstaande gezinsuitbreiding moest er begin 1978 een grotere auto worden gekocht, een FIAT 131 stationcar. De plaatselijke dealer had er geen in voorraad, maar hij had wel een klant die er geen enkel bezwaar tegen had als er met zijn auto een proefrit zou worden gemaakt. Die klant was de fotograaf Werner Janssen. Wij woonden in Strijen, Werner woonde vlakbij in het gehucht Strijensas. Na de proefrit raakten we aan de praat en belandden bij mijn belangstelling voor beeldende kunst. Daardoor zat ik een week of wat later in het bestuur van de Culturele Kring Hoeksche Waard en deed opeens mee met het organiseren van exposities in een paviljoen bij de Binnenmaas en met de fondsenwerving. Zo ontmoette ik de dichteres Hannie Groen die op een boerderij buiten Goudswaard woonde. Op het grote erf werd jaarlijks “Poëzie Buiten” georganiseerd, vandaar. Af en toe logeerde Bob den Uyl bij haar. Voor zover ik het me herinner, was Hannie verpleegkundige van beroep en hielp ze den Uyl om van de alcohol af te komen. Misschien was hij daar heel gewoon om uit te rusten of om te schrijven als hij nuchter was. “De bloedende trein” (1980) schreef hij daar geloof ik. Rond dezelfde tijd stond er een uitgebreid interview met Bob den Uyl in de Haagse Post of was het Vrij Nederland? Bob (Rotterdam, 1930 - 1992) werkte jaren lang als kantoorbediende, laatstelijk op een Rotterdams scheepvaartkantoor. Toen hij bijna veertig was, ontsnapte den Uyl aan het deprimerende kantoorleven en werd “schrijver” van beroep. De verhalenbundel “Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam” werd in 1975 gepubliceerd, in 1977 volgde “Een zwervend bestaan.” Zou hij deze en al die andere bijzondere titels in een dronken bui hebben bedacht? Toen ik in 1980 aan mijn eigen zwervend bestaan begon, werd bij mijn werkgever gepast afscheid genomen. Met toespraken, licht alcoholische versnaperingen en een afscheidscadeau. Om te voorkomen dat het een lelijk of totaal nutteloos cadeau zou worden, had ik mijn toenmalige geliefde tijdig verzocht dat als haar zou worden gevraagd wat ik zou willen hebben om dan “boeken van Bob den Uyl” te antwoorden. In mijn toespraakje om te bedanken legde ik “het waarom” van boeken van den Uyl uit. Ik hield van zijn bizarre titels, zijn zwartgallige humor, maar bovenal was ik ergens jaloers op hem. Hij was aan het kantoorleven ontsnapt om iets te gaan doen dat hij echt graag deed: zwerven en reizen en daar over schrijven. Vijfentwintig jaar later ben ik nog steeds niet aan het kantoorleven ontsnapt, maar leid nog wel steeds een zwervend bestaan. Dankzij het kantoorleven kon en kan ik zwerven en reizen én er over schrijven. Gelukkig hebben alle boeken van Bob den Uyl een boedelscheiding en al die verhuizingen van het ene continent naar het andere overleefd. Zonder zenuwen begin ik overmorgen aan de lange reis terug naar Buenos Aires. Dan is er tijd genoeg om “De illusie van gisteren” of “Een uitzinnige liefde” eens opnieuw te lezen. Net zoals “Een zwervend bestaan” titels die op mijn eigen leven zouden kunnen slaan. |