|
MOORD EN DOODSLAG OP DE PLAZA DE MAYO (17062005) “La Masacre de Plaza de Mayo - Moord en doodslag op de Plaza de Mayo” zou de titel kunnen zijn van een spannend detectiveverhaal dat zich Buenos Aires afspeelt. Helaas gaat het verhaal over het bombardement van het Casa Rosada en de Plaza op 16 juni 1955, waarbij honderden doden en gewonden vielen. Dat was wat militairen zo koeltjes “collateral damage” noemen, zijdelingse schade. De luchtaanvallen op het presidentiële paleis waren bedoeld om Juan Domingo Perón uit zijn ambt te bombarderen, niet om dood en verderf te zaaien onder de burgerbevolking. Buenos Aires was nog nooit gebombardeerd, mensen die toevallig in de buurt waren, wisten niet wat hun overkwam of wat te doen. De beelden van het bombardement zijn steeds opnieuw te zien in documentaires over Perón en het Peronisme. Er reden toen milieuvriendelijke trolleybussen in Buenos Aires, in plaats van bussen met stinkende dieselmotoren. Een van eerste bommen viel op zo’n bus en doodde alle passagiers. Begin 1955 waren Perón en zijn aanhanger druk doende om de Rooms Katholieke kerk haar privileges te ontnemen. De kerk moest belasting gaan betalen en het verplichte godsdienstonderricht op school werd afgeschaft. Daarnaast wilde Perón de grondwet herzien om kerk en staat van elkaar scheiden. Niets revolutionairs in een democratie, doch uiterst controversieel in de niet zo erg aan democratie gewende Republiek Argentinië. De bemiddelde conservatief katholieke bovenlaag van de bevolking voelde zich bedreigd door de door het Peronisme nagestreefde verheffing van de arbeidersklasse en verzette zich daar tegen met actieve steun van de katholieke clerus. Nadat de jaarlijkse processie ter gelegenheid van Corpus Cristi was verboden, riep de kerk op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Volgens zeggen namen tegen de 200.000 mensen deel aan de verboden processie, die in een gigantische anti Perón demonstratie ontaardde en de inleiding van de staatsgreep zou zijn. De moorddadige aanslag op hun eigen landgenoten, door met name de Argentijnse Marine, is een gebeurtenis die zo’n beetje uit het Argentijnse geheugen lijkt te zijn gewist. “Het massacre waar niemand het over heeft” staat er groot op een van de affiches die de Peronistische vakbond CGT in de stad heeft aangeplakt. Het enige gedenkteken, dat die naam eigenlijk niet eens verdient, wordt gevormd door een deel van de gevel van de Ministerie van Economische zaken dat tegenover het Casa Rosada ligt. Daar sloegen bomscherven en kogels flink wat gaten in de gevelplaten, schade die nooit werd hersteld. In 1994 werd er een bronzen plaat naast geschroefd met de tekst “De gaten in het marmer werden veroorzaakt door uit de hand gelopen gebeurtenissen en van onverdraagzaamheid. Het bewaren ervan, zal bijdragen tot de grootheid van ons land.” Zo onbereikbaar hoog hangt die kleine plaquette dat de tekst nauwelijks is te lezen. Zo hoog ook, dat de nieuwe armen van de Argentijnse samenleving hem nog niet hebben kunnen jatten om als oud ijzer te verkopen. Precies vijftig jaar na het bombardement begon, sta ik op de plek waar de bommen vielen en waar Perón getrouwe militairen en peronistische arbeiders hun President zouden verdedigden. De arbeiders waren door de vakbond opgetrommeld om Perón met hun leven te verdedigen en daarmee uiteraard de door hun onder de Peronistische bewind verworven rechten. Er zijn teleurstellend weinig mensen op komen dagen voor de herdenkingsbijeenkomst. Het bewijs dat inderdaad niemand meer over het massacre spreekt? De namen van de slachtoffers worden voorgelezen. Na iedere naam antwoorden de aanwezigen met “presente” om aan te geven dat hij of zij in de herinnering voortleeft. Een collega vermoedt dat het miezerige weer de mensen weghoudt, hetzelfde weer als vijftig jaar geleden toen de vliegtuigen door de mist hun bommen pas later dan de bedoeling was konden afwerpen. “Zelfs de weergoden zijn op de hand van Perón” zou een van de leiders van de staatsgreep hebben gezegd. Op de Plaza de Mayo liggen verminkte poppen die met bloed zijn bespeurd, ze verbeelden de slachtoffers van toen. Kinderen, vrouwen mannen, schoenen, tasjes, hoedjes, de witte stofjasjes die leerlingen verplicht op de openbare school aan hebben. Een soldaat van het regiment dat Perön verdedigde, blaast de “Last Post” aanwezigen steken een met wijsvinger en middelvinger gevormde “V” in de lucht. “Het is schandalig” zo oreert een spreker “dat verschillende bedrijven naderhand de economische schade die ze door het bombardement zouden hebben geleden bij de regering claimden en kregen betaald, terwijl er voor de slachtoffers en hun nabestaanden tot op de dag van vandaag nooit iets is gedaan!” ‘s Avonds probeert President Nestór Kirchner een gebaar te maken met een herdenking in het Casa Rosada. Kirchner komt met grote regelmaat behoorlijk demagogisch uit de hoek, maar vandaag voelt hij de stemming perfect aan. Een 51 jarige vrouw die als baby haar vader verloor houdt een ingetogen en ontroerende toespraak over haar verlies en dankt de President. Die kan met moeite zijn tranen bedwingen. Tegen de avond van 16 juni 1955 werd het duidelijk dat de staatsgreep was mislukt. De leider ervan joeg zichzelf een kogel door de kop, medestanders gaven zich over of vluchtten naar de overkant van de Río de la Plata, naar Uruguay. Vervolgens namen de peronisten wraak door een aantal Katholieke kerken in het centrum in brand te steken. Tijdens de herdenkingsbijeenkomst koop ik het boekje “La Masacre de Plazo de Mayo” dat de treurige gebeurtenissen van de dag beschrijft. Samen met het Peronistische propagandamateriaal dat ik er heb gescoord, zal het mijn herinnering aan het bombardement op Buenos Aires zeker levend gaan houden. |