HUISVLIJT (12052005)

Huisvlijt dat als kunst wordt gezien, “echte” kunstwerken die wel erg veel van huisvlijt weg hebben. Is dit een nieuwe trend aan het worden in Buenos Aires? Na een lang weekeinde kunst kijken, zou ik het haast denken. In de expositieruimte van het Braziliaanse Culturele Centrum staan drie gelijke tafelbladen op schragen, ze zijn gedekt met een ouderwets tafelzeiltje. Op iedere tafel staan twee éénpits kooktoestellen, op de vloer ervoor staan drie butagasflessen. De flessen zijn licht paars gespoten, de kleur van de “garaffa social” de gemakkelijke te herkennen “sociale gasfles” die in Argentinië tegen een lage prijs aan de minder draagkrachtigen wordt verkocht. Geen potten en pannen of ander keukengerei te bespeuren, er staat niets te pruttelen, zelfs een kookgeur ontbreekt. Er hangt een keukenschort aan een spijker, op een plankje staat een draagbare radio. Zie hier de belangrijkste rekwisieten voor de performance op beeldband van Gabriel Baggio. Het toeval wil dat de drie keer dat ik ga kijken, het video apparaat het net even niet doet. Zodoende mis ik de kookperformance, die zou zijn uitgevoerd met de spullen die de kunstenaar volgens eigen zeggen in de keukens van zijn ouders en grootouders heeft gescoord. De mooi uitgevoerde brochure met de lovende tekst van de conservatrice slaagt er niet in om van deze simpele huisvlijt iets moois te maken. Of zou ik gewoonweg over onvoldoende inlevingsvermogen hebben?

Het Spaanse Culturele Centrum in de chique winkelstraat Florída wil niet onderdoen voor de Braziliaanse collega’s. De voordeur en de muren naast de ingang zijn bekleed met lagen verknipt oranje en lila crêpepapier. Het gerimpelde papier waar ze in Engeland zo graag van die uiterst lullige “party hats” van maken en waar wij vroeger slingers en kerstversieringen van knipten. Zo´n randje kerstklokken staat me nog helder voor de geest, net zoals de half gedraaide verjaardagsslingers die zo lekker kamerbreed konden worden opgehangen. Deze huisvlijt uit de kleuterklas blijkt het kunstwerk “Manifiesto Eséptico - Sceptisch Manifest” te zijn. Neiging tot twijfel Manifest? Ik twijfel geen moment, ik vind het helemaal niets! De etalage is achteloos slordig vol gegooid met een flinke hoeveelheid bont gekleurd verpakkingspapier. Ernaast liggen stevige proppen papier die met touw of wol bij elkaar worden gehouden. Juliana Iriart heeft deze installatie “Flora Fantástica“ gedoopt. Ook dit is kunst in de ogen van de ongetwijfeld hoog opgeleide conservator van het Centrum. Als “Flora” nog steeds “plantenrijk in een bepaalde streek” betekent, dan is de titel eigenlijk goed gekozen. De kunstenares toont immers op een luchtige wijze de “biodiversiteit” van het pakpapier dat dagelijks door de winkelstraat wordt gesjouwd. De entree is erg, het kan nog erger. In het sousterrain is de knutselclub uit zijn dak gegaan. Een compositie van papier beschilderd met “esmalte - nagellak”, een uit de straat gehakte tegel met een authentieke laag cement op de achterkant, waarvan de horizontale ribbels met verticale streepjes zijn beschilderd. Van dezelfde artiest hangt er voorts een ingelijst quiltwerkje ernaast een gelaagde constructie van gelijmde triplex, rechtstreeks uit de figuurzaagklas, enzovoort. “Abstracte Kunst (hedendaags) = breekbaarheid + weerstand” bedacht de conservator als naam voor de tentoonstelling. Gebrek aan goede smaak kan hem misschien worden verweten, maar gebrek aan fantasie beslist niet.

Het Culturele Centrum van Recoleta volgt de huisvlijt trend op de voet. Het in een voormalig klooster gevestigde Centrum heeft de leden van het “Argentijnse Centrum voor Textielkunst” zelfs één van de grotere zalen in laten richten. De zijkant van een winkelwagentje, inclusief de wieltjes, is gevuld met stukken karton die zijn bekleed met handgeweven stoffen met een haarvlechtpatroon. “Als de nacht valt” heet het. Zeer herkenbaar omdat ik in een buurt woon waar de “cartoneros” met hun gejatte karretjes bezit van de straat nemen en het oud papier uit de vuilniszakken beginnen te klauwen zodra de dag voorbij is. Een andere verwijzing naar wat er in de Argentijnse maatschappij gaande is, is de met een zwarte overtrek beklede strijkplank waarop met gele letters de woorden “Trabajo en Negro - Zwart Werk” zijn geplakt Er tegenover hangt een sterk uitvergrote vagina, door Patricia Pasquini is gemaakt van van stukjes zwart en rood fluweel. Poging tot een zelfportret? Een wandkleed met drie rijen poppetje. Indiaanse vrouwtjes die de producten van hun akker naar de markt brengen. Ze hebben kleine gebreide mutsjes op en kleine gebreide omslagdoeken om. Vlakbij nog meer poppen. Van het soort met twee gezichten, een blank en een zwart. Als je het rokje over het hoofd trekt, krijg je een pop van een ander ras. Opeens bekijk ik een soortgelijke pop die wij jaren geleden in Salvador de Bahia kochten met heel andere ogen. Er staat thuis zowaar een kunstwerkje op het dressoir in plaats van een niet onaardig, maar alledaags souvenir!

“Gevederde kunst” noemt de bekende Argentijnse beeldend kunstenaar Nicolás García Uriburu zijn kleurige verzameling Indiaanse gebruiksvoorwerpen waarvan het grootste deel van en met veren en veertjes is gemaakt. Grote en kleinere hoofdtooien, armbanden en halssnoeren voor ceremonies en feesten. Een paar prachtig gedecoreerde potten, urnen om de doden in te begraven zoals die ik vorig jaar in Atacama in het noorden van Chili zag? Platte houten vogelfiguren om het cassavemeel van de droogmatten te schrappen, houten krukjes in de vorm van een langgerekte vogel, een rijtje uit hout gesneden, fetisjachtige ceremoniële poppetjes. Een van gras gevlochten doosje om veren in te bewaren, net een juwelendoosje en van gras gevlochten fuiken. Huisvlijt dat door de verzamelaars tot kunst is verheven en inderdaad een heel stuk mooier is dan alle “kunstwerken” die wat mij betreft niet meer dan het predikaat “huisvlijt” verdienen.