WIE NEERLANDS BLOED - 4 - ORANJE BOVEN! (03052005)

Een oranje kaart waarop het eerste en zesde couplet van het “Wilhelmus” staan, een schaal met oranje reversstrikjes, een meisje en een jongen in Volendammer kostuum die Oranjebitter serveren, oranje tulpen, oranje stropdassen, oranje T-shirts en oranje bloesjes, hier en daar een oranje sjaal en wat oranje petjes. Eerste indrukken van de Koninginnedagreceptie van de Nederlandse ambassadeur in Buenos Aires. Hoewel je alleen met een uitnodiging welkom bent in de ruim bemeten ambtswoning, is mijn nonchalante “ik hoor bij hem” ook goed. Dat gaat niet voor iedereen op, naar verluidt heeft de ambassadeur gedecreteerd dat aan kinderen onder de zestien toegang moet worden geweigerd. Die opdracht wordt zeer stipt uitgevoerd. De eerste de beste moeder die zich met haar baby van een paar maanden aandient, wordt resoluut de deur gewezen. Zou hij dat ook durven te doen als Willem A. en Máxima Z. binnenkort met zelfs twee baby´s van onder de zestien bij hem voor de deur zullen staan? Diezelfde ambassadeur is er verantwoordelijk voor dat Koninginnedag in Argentinië al op vrijdag 29 in plaats van op zaterdag 30 april wordt gevierd. Volgens ietwat kwaadaardige, maar ongetwijfeld ware geruchten hebben hij en zijn medewerkers absoluut geen zin om hun vrije zaterdag voor Koningin en vaderland op te offeren.

Op het terras van de eerste verdieping, dat ruw geschat een groter vloeroppervlak heeft dan de sporthal van een willekeurig Nederlands dorp, kan je over de hoofden lopen. Spaans voert de boventoon, vooral bij hen van wie de grootouders of overgrootouders in Argentinië zijn gaan wonen. Af en toe borrelt er kort wat statig Nederlands op, maar onder elkaar is het toch gemakkelijker om Spaans te spreken. In een van de kamertjes die aan het terras grenzen, stinkt het naar haring. Op een tafel staan schalen met wat in deze tijd van het jaar toch al behoorlijk oude haring moet zijn, er staan glaasjes met oranjebitter en een schaal met kaas, de bediening gaat rond met bitterballen. Dit soort heimweevoedsel is aan mij niet besteed, maar wordt door velen met grote gretigheid genuttigd. Het valt me erg mee dat er geen schoteltjes drop staan of dipschaaltjes met oranje hagelslag.

Tijd voor de toespraak van de ambassadeur. Keurig na middernacht in Nederland zodat het min of meer echt Koninginnedag is. Zoals het hoort, wordt Koningin Beatrix plichtmatig opgehemeld en zoals te doen gebruikelijk is haar lekker ouderwets een telegram gestuurd. De tekst wordt plechtig voorgedragen. Zou hij zo’n telegram nu alleen namens zichzelf hebben gestuurd of namens de hele Nederlandse gemeenschap? En, zouden er in Nederland nog wel telegrammen worden bezorgd, dat is toch al jaren geleden afgeschaft? Het heeft Hare Majesteit behaagd om een lintje toe te kennen aan Christina Griffioen, die zich sinds jaar en dag inzet voor het verbeteren van de levensomstandigheden van de Wichí indianen. Zij wordt geïntroduceerd als zijnde “verpleegster, onderwijzeres en zendelinge” die in 1948 als klein meisje met haar ouders naar Argentinië kwam. De Wichí, die in het grensgebied van Argentinië met Paraguay en Bolivia leven, woonden daar lang voordat die landen op de kaart stonden. Langzaam maar zeker zijn ze bijna al hun land kwijt geraakt, veranderde hun viswater in woestijn of werd vervuild. Ze zijn kort gezegd aan alle kanten bestolen en worden gemarginaliseerd. Prima dat mevrouw Griffioen een lintje krijgt, wat me echter dwars zit is dat ze niet gewoon “onderwijzeres en verpleegster” kan zijn zonder “zendelinge.” Waarom moeten mensen die hoogstwaarschijnlijk een eeuwenoude eigen godsdienst hadden nu zonodig worden gekerstend?

Het Wilhelmus wordt niet echt uit volle borst gezongen. Zelfs het uitdelen van de in Nederland al lang in onbruik geraakte oude berijming en de begeleiding door een krassende grammofoonplaat helpt weinig. Hoewel ik beide coupletten nog steeds uit mijn hoofd ken, zing ik niet mee. Mijn gedachten dwalen af naar een aardig gesprek van een paar jaar geleden op de Jockey Club van Rio de Janeiro. Dat was ook op Koninginnedag. Een landgenoot, die mij eerder had bekend een overtuigd republikein te zijn, zong het Wilhelmus galmend mee. Toen ik hem vroeg waarom, verweet hij mij dat ik als voorstander van de monarchie mijn lippen stijf op elkaar had gehouden. “Sinds ik gestopt ben met naar de kerk te gaan, zing ik geen liederen meer die in het liedboek van de Nederlands Hervormde Kerk staan. Heeft niets met de monarchie te maken!” Hij vond het wel een aardig excuus en ik ook.

De receptie loopt ten einde. Er worden snel nog wat familiefoto’s gemaakt met de Volendammertjes. Om de herinnering aan Nederland zoals het alleen nog maar voor toeristen bestaat levend te houden? Tot mijn verbazing begint een aantal aanwezigen de bloemen uit de vazen te halen. Sommigen vinden een enkele tulp genoeg, anderen “plukken” ongegeneerd een boeket. Dat het de hoogste tijd is om te vertrekken, wordt onverbloemd duidelijk gemaakt door het afzetten van de muzak en het doven van de lichten. Wie verder wil kletsen, doet dat maar op het feest dat de Nederlandse Vereniging in de Club Español heeft georganiseerd. Zouden Nederlanders in deze club zo gastvrij worden onthaald omdat ze de Koning van Hispanje altijd hebben geëerd? Of danken ze dat aan Hendrik Folkers, de in Groningen geboren architect van het gebouw? In de imposante Salon Imperial vloeit het vaderlandse bier rijkelijk, begint de voorzitter zijn toespraak in het Spaans, maar is het vooral aangenaam toeven dankzij prettige disgenoten. Hier ben je juist verplicht te blijven als het licht uitgaat want dan begint het feest pas goed! Zo wordt het in Buenos Aires op 30 april toch nog een beetje echt Koninginnedag.