FAMILIE UITBREIDING (25032005)

“Op Ezeiza, het internationale vliegveld van Buenos Aires, krijgt een arriverende passagier de slechtst mogelijke ontvangst die men zich kan voorstellen.” Dat was een maand of vier geleden de zorgelijke kop van een artikel in het Argentijnse financiële dagblad InfoBaE. De verslaggever had zich beter zorgen kunnen maken over de schade die het land wordt berokkend door de hindernissen die een vertrekkende passagier moet nemen. Uit eigen ervaring weet ik dat je over het algemeen over engelengeduld en veel tijd moet beschikken voordat je op Ezeiza in het vliegtuig kunt stappen. Soms zelfs met een zeker gevoel van opluchting dat je de vlucht op het laatste nippertje toch nog hebt gehaald. Bovendien kan ik me voorstellen dat toeristen die door deze bureaucratische mangel zijn gehaald, dat niet nog eens willen meemaken. Zij boffen, voor mij zit er niets anders op.

Op Ezeiza sta je in een rij óf ben je onderweg naar de volgende rij. Na de incheckbalie, volgt de rij voor het betalen van de luchthavenbelasting. Waar ook ter wereld heb je als passagier niet eens in de gaten dat er zo’n belasting bestaat. De luchtvaartmaatschappij telt die op bij de prijs van de ticket en draagt dit bedrag vervolgens af aan de beheerder van de luchthaven. Argentinië vormt helaas een uitzondering op deze regel. Vanwege een slepend conflict tussen de regering, de eigenaren van de luchthaven en de luchtvaartmaatschappijen, moet iedere passagier die uit het land vertrekt aan een apart loket 18 US Dollars of het equivalent in Argentijnse Peso’s betalen. Veel buitenlanders hebben daar geen flauw benul van wat lange rijen voor dat loket tot gevolg heeft. Geen geld meer op zak is een veel voorkomend euvel, of een niet gewenste creditkaart of gewoon even bekvechten en het uiteindelijk toch betalen. Want wie niet betaalt, mag voor straf niet door naar de volgende rij!

Die is van de controle van de handbagage. Hoewel iedereen, onervaren luchtreiziger of niet, in de meestal lange rij goed kan volgen wat de procedure is, zijn er altijd treuzelaars die pas als ze bij het röntgenapparaat staan hun rugzakje beginnen af te doen of als ze door de metaaldetector wandelen tot de ontdekking komen dat er “toevallig” nog wat metalen voorwerpen in hun zak zitten. Eruit halen, op een schaaltje leggen, een metaaldetector langs hun lichaam, fouilleren, enzovoorts. Het zorgt er in ieder geval voor dat de rij weer wat verder aangroeit. Tenslotte de paspoortcontrole. “Disculpe las molestias - Onze verontschuldigingen voor het ongemak. Om deze controle te verbeteren, wordt er een door Argentijnse specialisten ontworpen systeem ingevoerd“ staat er in goed Spaans en slecht Engels op een bord aan de staart van de rij. Waar die Argentijnen specialist in zouden moeten zijn, is onduidelijk. Als ik aanschuif, staan er genoeg “wachtenden voor mij” om tenminste twee jumbojets te vullen. De gegevens van elke passagier worden geregistreerd door middel van het scannen van het paspoort, maar dat werkt nog niet zo goed. Al meer dan een half jaar worden iedere keer opnieuw na het scannen van mijn paspoort of Argentijnse identiteitsbewijs aanvullende gegevens met de hand ingevoerd, terwijl je toch zou denken dat die er na een reis of tien wel in zouden moeten staan. Passagier na passagier gaat in slow motion langs het loket. Na ruim een half uur wordt mijn paspoort eindelijk gestempeld.

Na het overstappen in São Paulo staat er “afstand naar Amsterdam 9.784 kilometer” op het scherm. Terwijl het vliegtuig naar de startbaan taxiet, komt een breed lachende purser met uitgestoken hand naar me toe. Hoewel dat op zichzelf al verbazingwekkend is, verbaast het me nog veel meer dat hij op zijn borst een naamplaatje heeft waarop mijn naam en voorletter staan. “Ik ben je neef Jan!” annonceert hij opgewekt. Dat neef Jan bestond, ontdekte ik ruim tien jaar geleden. Op de vluchten uit Nigeria was de veiligheidsinstructie door het cabinepersoneel vervangen door een korte film. Dat filmpje werd gepresenteerd door iemand met mijn niet veel voorkomende achternaam. Tijdens de vlucht schreef ik hem een brief, die vervolgens door een van zijn collega’s op Schiphol in het postvakje van mijn mogelijke bloedverwant werd gedaan. Een paar maanden later ontving ik een erg leuke brief waarin de familieband werd bevestigd. Via een bestaande stamboom was vastgesteld dat onze betovergrootvaders broers waren geweest. Sindsdien had ik nooit meer wat van hem gehoord. Op deze vlucht van bijna twaalf uur wordt dit verzuim meer dan goed gemaakt. Mijn neef neemt tussen de bedrijven door alle tijd om nader kennis te maken. Al zijn collega’s weten inmiddels dat er een neef van Jan uit Buenos Aires aan boord is, met alle positieve gevolgen van dien. Neef Jan vertelt over zijn vader Jan, die is overleden, over zijn moeder Theresa, die nog leeft en over zijn broers en zussen die zo te horen ook allemaal vliegen. “Jij lijkt sprekend op oom Wim” zegt hij als we foto’s die ik bij me heb bekijken. Mijn niet al te grote familie, breidt zich op grote hoogte gestaag uit!

Even na middernacht, als de cabinelichten zijn uit gedaan en de meeste passagiers slapen, nodigt mijn neef me uit naar de pantry. Boven de zuidelijke Atlantische Oceaan ben ik jarig geworden. Er staat champagne klaar, Jan zingt mij toe, een collega maakt foto’s. Vervolgens word ik voorgesteld aan de gezagvoerder en kijk mijn ogen uit in de cockpit. Vliegen stelt zo te zien niet al te veel voor, de computers doen het werk. Toch vind ik het een prettig idee dat de koers met de hand iets wordt verlegd “voor het geval dat” als er een op een grote ster lijkende tegenligger aankomt. Op Schiphol geef ik Jan op z’n Argentijns een zoen op de wang “in Nederland drie keer” wijst hij me terecht. Nooit eerder zag ik een zo verre neef van zo dichtbij. Dankzij hem had ik de leukste vlucht van mijn leven en kreeg voor mijn verjaardag een fantastisch cadeau: familie uitbreiding!