|
TANGOFESTIVAL 2005 - deel 1 (10032005) Gemak dient de mens, een klein ongemak soms ook. Vanwege een op zich onschuldig lichamelijk ongemak raadt de bedrijfsgeneeskundige mij aan om een week of twee maar liever niet te vliegen. Hij heeft geen idee hoe goed dat uitkomt. In plaats van een week met tientallen collega’s in een conferentieoord bij Rio de Janeiro allerlei slimme ideeën aan te moeten aan, kan ik met honderden andere tangoliefhebbers met volle teugen van het 7e Festival Buenos Aires Tango gaan genieten! Dat is het grootste van de jaarlijks terugkerende festivals die de stad tot zo’n aangename woonplaats maken. Tien dagen lang staan er iedere avond bekende en minder bekende artiesten op de verschillende podiums. Tien dagen lang iedere avond nieuwe variaties op hetzelfde thema. Tien dagen lang iedere avond opnieuw gratis toegang, een cadeautje van de Stadsregering aan de Porteños, de inwoners van de stad. Voor zover het de tango betreft, gaat de zon In Buenos Aires vaak nog lekker ouderwets voor niets op. Zaterdagavond, 26 februari 2005. “El Dorrego” is een grote evenementenhal met de gezellige uitstraling van een moderne fabriekshal. Het gebouw ligt een flink stuk uit het centrum aan de Avenida Dorrego, op de grens van de stadsdelen Palermo en Chacarita. Door de grote discobrand eind vorig jaar, waarbij bijna tweehonderd doden vielen, zijn veel zalen in de stad gesloten omdat ze niet aan de nu heel wat strenger gecontroleerde veiligheidseisen voldeden. Bij gebrek aan beter is deze enorme hal daarom plotseling hét podium van het Tangofestival. Op de openingsavond treedt “Bajofondo Tangoclub” op. “Bajofondo” zo weet een aan tango verslaafde collega, komt voor in de tekst van de tango “la última curda” en gaat over dronkenschap en het verdrinken van verdriet totdat je niet meer dieper kunt zinken. De meeste leden van de band waren voordat ze zich tot de tango bekeerden echte rock ‘n rollers en hebben de naam van de groep wellicht bedacht na een overdosis seks, drugs en rock ´n roll. Dat dit een alles behalve doorsnee tangoavond gaat worden, is af te leiden uit de bezetting van de groep. De bas en elektrische gitaar zijn erg gewoontjes. De elektrisch versterkte bandoneón en een viool, die is gemonteerd op iets dat op de mond van een trompet of een ander blaasinstrument lijkt zijn iets minder gewoon. Maar wat te denken van de combinaties piano, scratching en DJ, zang en VJ en nog een DJ? Deze “musici” zijn alledrie uitgerust met een schootcomputer Terwijl de ene helft van de band voor het concert begint hun instrumenten stemt, synchroniseert de andere helft hun laptops. Bajofondo brengt een mengsel van muziek, zang, samples van vorige generaties tango artiesten en beelden die op het podiumbrede scherm worden gemonteerd. Muziekcritici vergelijken de vernieuwing van de tango waarmee de groep bezig is, met de vernieuwing die Astor Piazzolla in de jaren 1960 en 70 teweeg bracht. Piazzolla nam toen afstand van het “orquesta típica” het op traditionele wijze samengestelde en toen erg populaire tango orkest. Nu maakt Bajofondo de tango zeer gedecideerd rijp voor de 21ste eeuw. Voor het podium staan honderden enthousiaste fans mee te springen en te hip hoppen. Het is een ware belevenis om de muziek van Bajofondo nu eens niet thuis vanaf CD te beluisteren, maar te zien spelen. Te zien hoe de muziekanten elkaar feillos aanvoelen, de ongebreidelde energie en het plezier. Hoe beeld, scratches, samples en de muziek van de band vrijwel moeiteloos tot een spetterend nummer worden gesmeed. De zangeres Ana Varela, die als gast op een CD twee zeer populaire nummers “Perfume” en “Mi Corazón” zingt, is er vanavond helaas niet bij. De computers mixen haar stem door de muziek en monteren delen van een videoclip waarop ze wel is te zien, op het scherm. ’t Is net of zij onzichtbaar toch meedoet. Vooral “Perfume” is een superzwoel nummer. Ter afwisseling rapt het duo “Contra las Cuerdas“ een tango of twee. Over tango voor het nieuwe millennium gesproken. Als de band rust, begeleiden drie gitaristen Cristobal Repetto. Met een nasale jaren dertig stem zingt die de tango zoals die een jaar of zeventig geleden door de legendarische Carlos Gardel werd gezongen. In zijn begintijd, nog voordat de bandoneón een vast onderdeel van de orkesten zou worden. Het is een bizarre overgang na het in vergelijking brute tangogeweld van Bajofondo en brengt even rust in de tent. Een adempauze voordat de tango orkaan weer verder gaat razen. Repetto, die regelmatig met Bajofondo optreedt, weet dat maar al te goed. “Ik zing meer voor de abuelos - de grootouders die hier zijn de tango van vroeger. Bajofondo speelt de tango van de toekomst. Maar we spelen allemaal tango en het komt bij ons allemaal diep uit het hart!” Even later dendert Bajofondo zonder ophouden verder. Avant garde tango van de bovenste plank! Zondagavond, 27 februari 2005. De avond in Teatro Presidente Alvear begint met een optreden van de bandoneonspeler Walter Rios en de gitarist Rocardo Dominguez. Het duo weet precies wanneer ze de zaal beginnen te vervelen en schudden dan even de jonge zanger Jesús Hidalgo uit de mouw. “Wij weten zeker dat als er een platenproducent in de zaal zit, hij Jesús vanavond spontaan een contract zal aanbieden!” Tijdens het applaus na zijn eerste tango, roept iemand uit het publiek “met dat contract zit het wel goed!” Muy Buenos Aires! Het optreden kabbelt tot vervelens toe verder tot het moment dat Walter Rios een wondermooie “Adiós Nonino” uit zijn bandoneón tovert. Dat maakt niet alles, maar wel veel goed. Onder het mom van “ze komen helemaal uit Italië om hier speciaal voor ons onze muziek te spelen” moedigt Rios aan het slot van zijn optreden het publiek aan het door hun ambassade geïnviteerde kwintet TriesTango vooral hartelijk te ontvangen. Ietwat vals collegiaal vind ik dat. De samenstelling van de uit Triëst afkomstige groep is ongewoon: piano, viool, bas, bandoneón en …een vibrafoon. Beslist een nouveauté. De Italianen pakken het publiek handig in door met twee composities van Astor Piazzolla te openen. Vooral de lange versie van “Adiós Nonino” met het wondermooie piano intro gaat erin als koek. Toch zijn het zichtbaar buitenlanders. De bassist lijkt sprekend op Fabio Capello, de trainer van de voetbalclub Juventus en met de bandoneonspeler is er iets mis dat me stoort. Pas een dag later weet ik waarom. Argentijnse bandoneonspelers bespelen hun instrument met het hele lichaam: de bandoneón op één knie, met dat been wordt de maat gestampt, de beide handen bedienen de knoppen, armen, schouders en bovenlichaam persen de lucht door de kamers, de benen spreiden en sluiten zich net zoals het instrument zich opent en sluit. Die Italiaan zit echter keurig recht en stijfjes op zijn stoel en houdt de knieën onder alle omstandigheden stevig tegen elkaar. Als een schuchtere maagd die bang is haar onschuld te gaan verliezen. Het haalt de swing totaal uit het spel. Na een dik uur zit het erop. Na de spetterende show van gisteravond, vandaag deels wat triestige tango, deels tango uit Triëst. Maandagavond, 28 februari 2005.”Los Reyes del Tango - de Koningen van de Tango” is een ouderwets “orquesta típca” dat bestaat uit doorgewinterde tangoveteranen. Zij spelen tango’s, zoals die in de jaren 1950 werd gespeeld door het fameuze orkest van Juan D’Arienzo. Lekker in het gehoor liggende vlotte dansmuziek uit de confiterias, de tearooms van weleer. In rap tempo wordt er drie kwartier of zo gemusiceerd. Toegift, wie volgt? Dat is de Poteña Jazz Band. Keurig gekleed in witte smokingjasjes, zwarte broek, rood vlinderdasje en rode cummerbund. Volgens Walter “El Chino” Laborde, die de avond presenteert, is dit het enige blanke orkest in Latijns-Amerika dat de jazzmuziek net zo goed, zo niet beter speelt dan een orkest dat geheel bestaat uit Afrikanen in de diaspora. Ja, ja, hoe arrogant kan een Argentijn niet zijn. “Tengo Ritmo” wordt aangekondigd, pas als het wordt gespeeld, krijg ik door dat het “I’ve got rythm” is. Idem dito met “Cuando los santos vienen marchando - When the saints go marchin’ in” en “Serenata a la luz de la luna - Moonlight Serenade.” In Nederland speelden dit soort Dixielandorkesten vroeger aan het einde van VVD partijcongressen met bal na. Oersaai dus. Het doorstaan van de Koningen van de Tango en de blanke negers wordt aan het einde van de avond ruim beloond door het Orquesta Típaca Fernández Fierro en “El Chino” hun “voz . stem” hun vaste zanger. Het orkest ziet er als een bijeengeraapt zooitje straatmuzikanten uit. Dat maakt echter geen moer uit voor de muziek die ze spelen. Ronduit goddelijk. De dynamische en energieke manier waarop oude muziek nieuw leven wordt ingeblazen, is haast niet te beschrijven. Met een als verpleegster opgetuigde opblaaspop, wordt tussen de bedrijven door cynische maatschappijkritiek geleverd. Na de grote discobrand, zijn op bevel van de stadsregering haast alle plekken in de stad waar ’s avonds en ’s nachts muziek wordt gemaakt nu al bijna twee maanden gesloten, maar per decreet is er voor het Tangofestival ontheffing verleend. “De meest van onze collega’s zitten zonder inkomen! Is tango soms niet brandbaar?” Applaus! En dan weer gauw verder met die schitterende muziek. Fernández Fierro speelt de sterren van de hemel. En de zon en de maan en alle andere hemellichamen die je maar kunt bedenken. Hemelse tango’s. Dinsdagavond, 1 maart 2005. Kaartjes bemachtigen voor de optredens is af en toe wat gecompliceerd. Voor “El Dorrego” is dat niet nodig, er mogen net zo lang mensen naar binnen totdat de enorme hal vol is, dat gebeurt niet een keer. Bij de theaters kan je ’s ochtends vanaf tien uur kaartjes afhalen, behalve in het Culturele Centrum voor de Co-operatie, daar kan dat pas vanaf vijf uur ’s middags. Zodoende haal ik deze dinsdag al vroeg kaartjes voor een optreden waar ik liever niet naar toe wil, tenzij ik geen kaartjes kan krijgen voor het optreden dat mijn voorkeur heeft. Dat lukt gelukkig wel, hoewel……….De avond is georganiseerd door de “Autoconvocados por el Tango”, een dwarse links georiënteerde tango actiegroep. In tegenstelling tot de VVV van Buenos Aires, vinden zij dat tango meer dan een toeristische attractie is. De Autoconvocados (zij die zichzelf uitnodigen) vinden dat de tango in al haar vormen tot het cultureel erfgoed van de stad behoort. Dat alle vormen van tango moeten worden gekoesterd en dat de artiesten de gelegenheid moet worden geboden met optreden hun brood te verdienen. Om de veelzijdigheid van de tango te benadrukken begint de dichter Alberto Ortiz met een ode aan de pianist er orkestleider Osvaldo Pugliese, wiens 100ste geboortejaar in 2005 wordt gevierd. Daarna een duo dat bestaat uit de verassende combinatie van een klarinet en een gitaar. Niet te pruimen. Het kan nu alleen nog maar beter worden en dat wordt het ook. De zangeres Maia Varés zingt opgewekte tango’s en maakt de weg vrij voor het volgende ongewone optreden. Op het podiumscherm wordt een filmpje getoond van een eenzame tanguero die zich in zijn slaapkamer aan het kleden is voor een avondje uit. In de hoek staat een als tangodanseres aangeklede paspop op wieltjes. De tanguero blijkt echter niet naar de tangosalon te gaan, hij danst eenzaam en alleen met de paspop in zijn kamertje. Op een gegeven moment danst hij in de film door een kamerscherm. Eenzelfde scherm staat op het podium, waar hij en de paspop op dat moment doorheen dansen. De paspop komt tot leven, zij heeft wel een wit gezichtsmasker op om de illusie in stand te houden. Even later zal er nog een combinatie van op film en op het podium gedanste tango worden gebracht. Zeer origineel. Na nog een gedicht en nog een dans, wordt de gevarieerde avond speelt besloten door het damesorkest “Las del Abasto.” “Vamos muchachitas - aan de slag meiden” zo eindigt de presentator zijn aankondiging en dat doen ze. Hun zangeres zingt tango’s met teksten die niet al te veel om het lijf hebben, zoals “Mama yo quiero un novio“ het equivalent van het vaderlandse “Mama ‘k wil een man hé, wat voor man moet het dan zijn?” In Buenos Aires moet dat natuurlijk een tanguero of milangero zijn. Meidentango’s. Wordt vervolgd. |