|
GEEN CARNAVAL IN RIO (10022005) De terugreis van Rio de Janeiro naar Buenos Aires herinnert me vagelijk aan de laatste vlucht uit Saigon. De allerlaatste gelegenheid aan het einde van de Vietnamese oorlog om aan de Vietcong en om aan een communistisch bewind te ontsnappen. Desperate beelden van mensen die hangend aan helikopters probeerden te ontkomen aan hun noodlot. Beelden die in mijn geheugen staan gegrift alsof het vorige jaar pas is gebeurd in plaats van in 1975. Iets dergelijks gebeurt in Brazilië in de dagen voordat het Carnaval losbarst. Terwijl honderdduizenden buitenlandse toeristen richting Rio reizen om Carnaval te vieren, zit mijn vliegtuig vol met een deel van de honderdduizenden Cariocas die koste wat het kost datzelfde Carnaval juist willen ontvluchten. De drie carnavalsdagen zijn officiële vrije dagen en ik heb aardig wat collega’s in Rio die liever niet bekennen dat ze tijdens die dagen in de stad zullen zijn. Dat is namelijk ver beneden hun stand. Zij beschouwen Carnaval als een feest voor hun minder bedeelde stadsgenoten. Sommige medepassagiers ontvluchten de stad zo te zien voor de eerste keer per vliegtuig. Een man die door de metaaldetector wordt betrapt met een Zwitsers mes op zak, begrijpt absoluut niet waarom dat niet mag. Een bak vol met toch redelijk onschuldige nagelknippers, die eerder in beslag werden genomen, overtuigt hem nauwelijks. Uiteindelijk komt een grondstewardess het mes ophalen met de belofte het te zullen bewaren tot hij terugkomt. Tijdens het wachten voor het instappen, begrijp ik voor het eerst van mijn leven pas echt hoe toepasselijk het woord “vlucht” eigenlijk is voor een vliegreis. Natuurlijk had ik best voor het Carnaval in Rio kunnen blijven, maar mijn hoofd stond er niet naar. Toch kruipt het bloed, waar het niet gaan kan. Dat komt vooral doordat “Rede Globo”, de grootste Braziliaanse tv-zender, bijna 24 uur per dag Carnavalsreportages uitzendt. Vrijdag- en zaterdagnacht vanuit het Sambódromo van São Paulo, op zaterdagmorgen “Galo da Madrugada” het kraaien van de haan in Salvador de Bahia, En de rest van de zaterdag afwisselend beelden uit Recife, Olinda en van de “trios eléctricos” die door de straten van Salvador trekken. Een “trio eléctrico” is een stevig formaat vrachtauto waar bovenop een podium met een enorme geluidsinstallatie is gebouwd. Op die “podia” treden de populairste artiesten uit Salvador op en dat zijn er nogal wat. De wagens worden omringd door honderden hossende fans die onvermoeibaar dansen en meezingen. Urenlang duren die optochten met ieder half uur een andere zanger, zangeres of band. De lol ervan heb ik nooit zo ingezien, maar in Salvador kunnen ze er dag in dag uit geen genoeg van krijgen. Met de directe uitzending vanuit het Sambódromo van Rio op zondagavond begint voor mij het Carnaval pas echt. Daar is de dagen ervoor al door de mindere goden gedefileerd, maar pas op zondag en maandag zijn de veertien allerbeste Escolas de Samba aan de beurt. Het defilé is een competitie van Sambascholen met aan het einde een heuse kampioen, met een streng wedstrijdreglement, met degradatie en promotie, alsof het een tak van sport is. En dan is er nog de jury die op Aswoensdag zal bepalen wie er kampioen van het Carnalval 2005 wordt. Bijna dwangmatig kijk ik zondagavond naar Mocidade, Império Serrano en Salgueiro. Tijdens het optreden van Mangueira kan ik mijn ogen niet langer openhouden, daardoor mis ik helaas het innovatieve defilé van Unidos de Tijuca. Het gebrek aan slaap breekt me maandag op. Na Porto de Pedra, de eerste escola die defileert, val ik in slaap en als ik dinsdag om 6 uur wakker word, is het alweer dag in Rio. Door wat problemen gedurende de nacht kan ik het optreden van Beija Flor, de favorieten van mijn geliefde, toch nog helemaal volgen. Net als iedere andere Sambaschool heeft Beija Flor 80 minuten om hun “enredo” hun thema al defilerend en dansend voor het voetlicht te brengen. De bateria slaat het ritme, de “puxador - de aanjager” zingt de samba. 80 minuten lang, iedere vijf minuten of zo opnieuw, om de vaart erin te houden. Tijdoverschrijding = strafpunten. Het thema van Beija Flor is de kolonisatie van Brazilië en de kerstening van de Indiaanse bevolking door de Jezuïeten. In de stoet wordt de geboorte van Christus uitgebeeld en zijn kruisgang. “Kan dat wel, zo’n religieus thema?” vraagt de verslaggever aan een “carnavalesco” van een rivaliserende school. “Carnavalesco” is een beroep dat alleen maar in Brazilië bestaat, het is degene die het thema van de Sambaschool vormgeeft, de praalwagens ontwerpt en de “fantasias” de kleding. De “carnavalesco” vindt dat het moet kunnen. De “apuração” de jurering op Aswoensdagmiddag, zijn voor mij de spannendste uren van het hele Carnaval. Wie wordt er kampioen? Vier juryleden beoordelen tien verschillende onderdelen van het defilé, ieder jurylid kan per onderdeel maximaal tien punten geven. Villa Isabel en Tradição krijgen wegens onregelmatigheden tijdens hun optreden een strafpunt. Zoiets is fataal als je weet dat het aantal verliespunten van de Kampioen hooguit een paar tienden van een punt zal zijn. Na vijf onderdelen heeft Beija Flor 0.2 verliespunten en Grande Rio 0,4, de fans beginnen al feest te vieren. Daarna rukt de publieksfavoriet Unidos de Tijuca op totdat de spanning te snijden is. Na zeven onderdelen is het verschil tussen beide scholen, 0,3, na acht 0,2 en na negen onderdelen nog maar 0,1 punt! Beide scholen krijgen de volle veertig punten voor de “fantasias” het laatste onderdeel. Beija Flor wordt met de hakken over de sloot voor het derde achtereenvolgende jaar tot Kampioen gekroond! Het Carnaval zit erop, de Brazilianen die tijdelijk naar Buenos Aires waren uitgeweken om toch vooral geen Caranaval in Rio te hoeven vieren, kunnen weer op huis aan. |