CIUDAD DE GUATEMALA (27092004)

Volgens de Lonely Planet is het over het algemeen veilig om door Guatemala te reizen, tenminste als je Guatemalteek bent. Want “er worden relatief veel gewelddadige misdaden tegen buitenlanders gepleegd” en “de grotere steden kunnen gevaarlijk zijn, met name Guatemala Stad.” Toch voel ik me allerminst een wandelend doelwit als ik de stad in de buurt van mijn hotel begin te verkennen en in de buurt opvallend veel gewapende bewakers voor winkels en kantoren zie staan. Zelf zou ik in een min of meer derde wereldland een showroom met glimmende Ferrari’s en Maserrati’s ook door potige kerels met geweren laten bewaken. Maar wat dit soort mannetjesputters voor winkels met heel wat minder waardevolle inhoud heeft te zoeken, is mij niet helemaal duidelijk.

“Hoe ver is het naar het centrum?” informeer ik bij de receptie van het hotel. Dat is ongeveer een kwartier. Ze hebben geen stadsplattegrond en reageren verbijsterd met “ik bedoel een kwartier met een taxi!” als ik om de looprichting vraag. Het weerhoudt me er niet van om toch te gaan wandelen. Vlakbij het hotel bekijk ik eerst het oude aquaduct en ontdek dat de in Nederland vrijwel uit het stadsbeeld verdwenen openbare urinoir in Guatemala City nog floreert. De krullen zien er schoon uit, hetgeen wellicht is te danken aan het verzoek op rijm dat op de buitenkant staat:”Orine feliz, orine contento, pero por favor, orine dentro.” De bijna Nederlandse aandrang om alles en nog wat op rijm te zetten, slaagt er hier zo te zien in om de aandrang om buiten de pot pissen in toom te houden.

Even verderop de “Obelisco” het monument dat werd opgericht om de onafhankelijkheid van het land en de eerste grondwet te herdenken. Het is een oersaaie pilaar die op een door het verkeer bijna onbereikbaar plein staat. De tekst van de onafhankelijkheidsverklaring is op de obelisk geschroefd, in een vitrine ernaast ligt een exemplaar van de grondwet. Het glas van de vitrine waarin “de originele tekst van de op 31 mei 1985 door de nationale vergadering aangenomen grondwet” ligt, is ingeslagen en het boekwerk is met een mes bewerkt. Niemand die zich daar aan stoort, de grondwet is kennelijk net zoveel of misschien wel minder waard als het papier waarop die is geschreven: niet al te veel.

De Avenida la Reforma, tegenover de Obelisco, zou zijn geïnspireerd door de Champs d’ Elysees, maar lijkt er allerminst op. In tegenstelling tot de brede boulevard in Parijs, heeft die in Guatemala een lommerrijk park in het midden waarin standbeelden staan van allerlei nationale helden. Ministeries en ambassades, de militaire academie kom ik er tegen. Amusant vind ik de Amerikaanse ambassade. Uiteraard zeer stevig bewaakt, bordjes met verboden te fotograferen, betonnen palen om rijdende bommen tegen te houden, scheermesjesprikkeldraad. Een lange rij mensen die wachten om papieren voor het in hun ogen beloofde land te bemachtigen. Er zitten een paar dienstverleners met aftandse kofferschrijfmachines om formulieren in te vullen, computertoetsenborden zijn hier nog nutteloos. Het ziet er net zo uit als de omgeving van een willekeurige westerse ambassade in Lagos in Nigeria of een ander Afrikaans land. Dat geldt trouwens ook voor het eten dat langs de straat wordt gekookt én gegeten, micro restaurantjes in de openlucht. Kleding en schoenen in de aanbieding op de stoep, de “bend down boutiques - je moet je bukken winkeltjes.” Ik voel me op mijn gemak.

In een straat tegenover de ambassade, tot mijn verassing, een moskee in dit traditioneel katholieke land, verderop de militaire academie die er uitziet als een gevangenis. Aan het eind van de Avenida een mooie kerk die nogal uit de toon valt bij de omgeving. Het is beslist geen gewoon kerkgebouw: donkerrood geverfd, op alle verdiepingen balkons, veel heiligenbeelden en suikertaartachtige decoraties. Officieel heet het de “Capilla de Nuestra Señora de las Angustias - Kapel van Onze Lieve Vrouw van Smarten” maar in de volksmond kortweg “Yurrita” naar de herenboer die de kapel op zijn finca liet bouwen na de uitbarsting van de vulkaan Santa Maria in 1902. De kerk is gesloten en begint in verval te raken. Tot bijna aan de buitenmuren toe is het terrein er om heen in gebruik genomen door garages en “parqeuo Henry” een parkeerterrein. Het grote landhuis van voorheen staat op het punt in elkaar te zakken, slechts de solide bouw van weleer stelt dat moment nog wat uit.

Het is tropisch warm en de luchtvochtigheid is voelbaar hoog. Er dreigt een onweersbui. Het gemak van het Spaanse koloniale stratenplan is dat je altijd zonder veel moeite de weg terug kan vinden, zo ook in de Ciudad de Guatemala. Parallel met de Avenida la Reforma loopt de 7e Avenida waaraan mijn hotel ligt. De eerste bezienswaardigheid op de terugweg is de “Torre Commerotiva del 19 Julio” die de Guatemalteken aan de honderdste geboortedag van President Justo Rufino Barrios, de hervormer, moet herinneren. Barrios (1835 - 1885) was zeer gecharmeerd van Parijs, vandaar dit passend geachte eerbetoon dat aan de Eifeltoren zou moeten herinneren. De 75 meter hoge toren ziet er niet uit en kan niet eens worden beklommen. Het drukke verkeer raast door de poten van de toren. Dichterbij het hotel is de Plaza de España, waaraan vier betonnen banken staan die zijn bekleed met kleurige tegeltableaus met historische taferelen die de zegeningen van de “ontdekking” van Amerika heeft gebracht verheerlijken. “Guatemalteken, deze bank behoort tot het nationale erfgoed. Help ons om het in goede staat te houden.” En dat in een land waar lang voor onze jaartelling al een cultuur bestond die veruit superieur was aan alles wat toen in Europa bestond. Zo’n paar lelijke klotenbanken van cement als nationaal erfgoed, hoe komen ze erop.

Uit een souvenirwinkel heb ik een advertentieblaadje mee genomen. Terug in het hotel ontdek ik tussen de aanbiedingen voor hypotheken, borstvergrotingen, verzekeringen, schoonheidsproducten en wat dies meer zij, een advertentie die is verlucht met de afbeelding van een ooievaar met een baby in luier in de snavel en de wervende tekst: “Onverwacht zwanger? Geen financiële middelen om goed voor je baby te zorgen? Wij kunnen ervoor zorgen dat je kindje een goede toekomst krijgt bij een christelijke Amerikaanse familie, die van je kindje zal houden en het alles zal geven dat het nodig heeft door het te adopteren. Wij zijn iedere dag te bereiken op het volgende nummer……” Zelden zag ik in de lobby van een voor zakenreizigers bedoeld hotel een dergelijke hoeveelheid kinderwagentjes die door onwennige ouders worden voort geduwd, als in het Marriott Hotel van Guatemala City. Overwegend blonde en voor hun leeftijd veel te dikke blanke Amerikaanse echtparen met baby’s met een donkere huid en pikzwart haar. De advertentie komt tot leven. Mijn Guatemalteekse collega’s bevestigen dat het hotel één van de centra van de lokale adoptie industrie is. Voor 15 tot 20 duizend dollar kom je met z’n tweeën aan en vertrek je een paar dagen later met z’n drieën. Allemaal volkomen legaal. Mijn collega’s halen er hun schouders over op, niet dat ze er trots op zijn, maar dit is toch stukken beter dan een leven van armoede zonder uitzicht op een redelijk bestaan?

Na gedane zaken verplicht dineren in Antigua, dat van 1543 tot 1776 de hoofdstad van Guatemala was. Toen maakte een aardbeving de verplaatsing naar een veiliger plek noodzakelijk. De rit door de bergen duurt zowat een uur, het regent. De weg klimt hoger en hoger, dat voel ik aan de druk in mijn oren. Het stadje ziet eruit min of meer uit zoals toen. Aan het centrale plein de kathedraal, het stadhuis en het Paleis van Justitie. In het midden een park met een fontein. Het klassieke Spaanse stadsplan. De straatjes zijn nog altijd bestraat met de kasseien van toen. Veel kerken en kloosters, zoals in alle koloniale steden uit die tijd. Achter de onaanzienlijke buitenmuren aan de straatkant zijn prachtige huizen en binnenplaatsen verborgen, ongelooflijk. Daar kom ik achter in het enorme voormalige kloostercomplex van Santa Domingo dat is omgetoverd tot een luxe hotel. Een deel van de ruïnes wordt functioneel hergebruikt. De voormalige kloosterkerk, zonder dak en zonder de meeste buitenmuren, is overdekt een zwart plastic zeil en dient als zaal voor theater en concerten of als trouwzaal. In de oude grafkamers, met raampje; liggen nog wat skeletten, grote kloostercellen zijn nu winkeltjes. De nissen in de eindeloze kloostergangen worden gebuikt om modern aardewerk te exposeren Overal beelden. Buitengewoon smaakvol, wat ook voor het eten en drinken geldt.

Er is geen tijd om een Maya tempelcomplex in het regenwoud te bezoeken. Het meest praktische alternatief is de collectie van het in een wat oubollig gebouw gevestigde Museum voor Archeologie en Etnografie te gaan bekijken. In een identiek gebouw er tegenover huist het Museum voor Moderne Kunst waar Europese kunst uit de 17e en 18e eeuw kan worden bekeken ’t Is maar net hoe je “modern” definieert. Maar ik me kan best voorstellen dat je als Guatemalteek die in een land woont waar de Maya’s 15 eeuwen eerder al prachtige tempelcomplexen bouwden, schilderijen uit dit tijdperk al behoorlijk “modern” vindt. Natuurlijk had ik mijn verwachtingen over de binnenkant van het museum al moeten bijstellen na het zien van die voorgevel, het ziet er niet uit. Een prachtige collectie met unieke stukken in een buitengewoon simpel en ouderwets museum. Slechte belichting, slechte presentatie en, volgens zeggen, met de mooiste stukken in een afgesloten kelder die alleen met speciale toestemming, die lang van te voren moet worden aangevraagd, wordt geopend.

Achter de receptie staat een kleine opstelling van stukken die het land werden uitgesmokkeld, in de VS in beslag werden genomen en vervolgens aan Guatemala werden teruggegeven. Prachtige vroege Maya ceramiek. Ondanks wetgeving die het verbiedt, ondanks internationale verdragen die het onmogelijk moeten maken en ondanks ontmoedigende gevangenisstraffen gaat de illegale handel gewoon door. “100 Missing Objects - Latin America,” een boekje dat ik in wijk Catete van Rio tweedehands langs de straat kocht, staan afbeeldingen van de 100 mooiste en meest waardevolle in Latijns Amerika gestolen stukken die tot het culturele erfgoed behoren. Het zou cynisch als een catalogus voor weinig scrupuleuze verzamelaars kunnen worden gezien.

Ik zet de wat lullige omgeving van me af en concentreer me om met volle teugen te kunnen genieten van de schoonheid van de tentoongestelde objecten. Aardewerk, erg veel aardewerk, van simpele en niet of slechts licht gedecoreerd huishoudelijke voorwerpen, tot prachtig ceremonieel aardewerk. Veel “incensarios” aardewerken beelden met een schotelachtige bovenkant waarop offers in rook op gingen, schalen met drie of vier pootjes in de vorm van borsten, rijk gedecoreerde ceremoniële bekers. In de tijd is goed te zien dat de techniek steeds verder verbeterde. De vormen worden ingewikkelder, de decoraties kleurrijker, de objecten groter. Apart zijn de “estelas” grote rechtop staande, rijk bewerkte stenen van basalt of soms lijkt het op marmer. Er zijn hele verhalen in uitgehakt met, tot mijn verbazing, prachtige hiërogliefen. Verbazing, omdat ik dit voor het eerst zie en niet wist dat de Maya’s een schrift hadden. On apprend tous les jours. In educatieve vitrines wordt zichtbaar gemaakt hoe via de landbrug tussen Siberië en Alaska de oversteek naar het Amerikaanse continent werd gemaakt en hoe het continent daarna geleidelijk tot aan Vuurland toe werd bevolkt. Hoe nomadische jagers landbouwers werden, hoe rijkdom en religie inspireerden tot het bouwen van enorme piramidevormige tempels midden in het regenwoud. Van een paar tempelcomplexen zijn maquettes te zien. Geen gouden of zilveren voorwerpen in het museum, wel veel jade. Het is spijtig, maar de etnografische collectie stelt echt geen moer voor. Die zou wat mij betreft best mogen worden gestolen en illegaal worden uitgevoerd zonder dat daar een straf op staat. Maar daarvoor heeft waarschijnlijk zelfs de gemiddelde Guatemalteekse antiquiteitendief een veel te goede smaak.