DE ZONNIGE DAGEN VOOR KERSTMIS (24122004)

Donkere dagen voor Kerstmis bestaan niet in Buenos Aires. In Rio de Janeiro evenmin en ook niet in tropisch West Afrika. In de week voor de Kerst begint op het zuidelijk halfrond de zomer en zijn de dagen juist extra lang. Geen temperaturen rond het vriespunt of kans op sneeuw, rond de Kerstdagen is het haast tot vervelens toe ieder jaar opnieuw aangenaam warm. De kerstbomen zijn bijna altijd namaak, de geur van dennengroen of weken na de Kerst verdroogde dennennaalden in het tapijt vinden, zijn onbekende sensaties. Zodoende zijn voor mij in de afgelopen twintig jaar of zo de “donkere dagen voor Kerstmis” langzaam maar zeker in de “zonnige dagen voor Kerstmis” veranderd.

In die zonnige dagen voor Kerstmis beginnen de straten van Buenos Aires steeds meer op die van een willekeurige grote stad in het verre vaderland te lijken. Vuil dus. “Kijk, Nederland wordt steeds schoner” was de reclame die de voorbije zomer overal in Rotterdam was te zien. De stad zag er in mijn ogen echter nog steeds behoorlijk smerig uit. Het moet wel heel erg zijn geweest, bedacht ik, als diezelfde stad gezien door de ogen van de reclamemakers een stuk schoner zou moeten zijn. De vuilnismannen van de Argentijnse hoofdstad voerden eerst een langzaam aan actie en besloten daarna om toch maar te gaan staken om wat extra druk op de onderhandelingen te zetten. De vuilnisman kom hier niet één keer per week voorbij, het huisvuil wordt op alle dagen van de week behalve op zaterdag opgehaald en de straten in onze buurt worden continue geveegd. Via alle mogelijke media verzocht de stadsregering aan de wat vuilophaaldienst betreft zeer verwende porteños om alstublieft geen vuil buiten te zetten en vuil dat al buiten stond weer naar binnen te halen. Tevergeefs. Als ik vroeg de volgende dag naar mijn werk wandel, slalommen de stadsbussen om de hopen vuil heen en stinkt het op straat. Het televisiejournaal doopt Buenos Aires om in “Malos Aires - smerige luchten.”

Zo’n staking is lastig maar niet het einde van de wereld, in een democratie moet dat kunnen. Hoewel in diezelfde democratie door wat het dagblad Pagina/12 zo mooi de “Stoottroepen van God” noemt, alle mogelijke moeite wordt gedaan om de vrijheid van meningsuiting te beperken tot hun eigen mening. Nog geen week nadat Rebecca Gomperts van de Nederlandse abortusboot het spreken onmogelijk werd gemaakt, slagen de nieuwe kruisridders erin om van een bevriende rechter een bevel tot sluiting los te peuteren van de in hun ogen onwelgevallige tentoonstelling van de beeldend kunstenaar León Ferrari. Als dat in de vroege vrijdagavond wordt aangekondigd, begint mijn Calvinistische DNA op te spelen. Met zijn kunst protesteert Ferrari tegen allerlei vormen van onderdrukking door kerk en staat en het is RK kerk die zich in de kaart laat kijken en schaamteloos kleur bekent. Het gebruik van heiligenbeelden en kruisbeelden zou blasfemisch zijn, een foto van de Paus als etiket op een glazen pot met condooms op sterk water of foto´s van Hitler met een verwijzing naar de bijbeltekst “dat God de mens naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen“ zou beledigend zijn voor het katholieke volksdeel. Medestanders van Ferrari antwoorden met “moderne inquisitie” en een spontane demonstratie. Daar moet ik bij zijn, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van expressie zijn grondrechten waar je vanaf moet blijven. Als de expositieruimte dreigt te worden gesloten, proberen de demonstranten dat te verhinderen. “Libertad de expresión” scanderen ze, een klein groepje tegenbetogers dat “basura afuera - het vuil naar buiten” roept, wordt met grote minachting bekeken. Een paar dagen later zal in de stad Córdoba onder druk van protesterende katholieke fundamentalisten een andere expositie worden gesloten. Op een van de schilderijen zouden Maria en de Heilige Geest staan afgebeeld, terwijl ze op het punt staan de liefde te gaan bedrijven. Schande, belediging van de Heilige Maagd! Zo kom ik in de zonnige dagen voor Kerstmis tot de ontdekking dat er in Argentinië tenminste twee erkende duivelskunstenaars aan het werk zijn.

Desondanks ga ik een dag later heel nieuwsgierig voor het eerst van mijn leven naar een doopdienst in een katholieke kerk. Op het plein voor de kerk is de grot van Lourdes nagebouwd. In de betonnen grot staat een flink Mariabeeld, geknield ervoor een jeugdige Bernadette Soubirous aan wie Maria in februari 1858 voor het eerst en daarna nog vele malen zou zijn verschenen. Onder het Mariabeeld zijn veel kleine koperen plaatjes geschroefd waarop dankbetuigingen aan Maria staan. Feetje, die zal worden gedoopt, speelt in haar onschuld wat met Bernadette. De pastoor die de dienst leidt, is een beginner die erg zijn best doet. De ouders van Celeste, er worden meerdere kinderen gedoopt, zijn te laat. Meneer Pastoor onderbreekt de dienst en wijst hen streng terecht “de kerk is geen supermarkt waar je kunt komen en gaan zoals het uitkomt. De doop is zeer belangrijk, dat doe je maar één keer!” Het is een rommelige maar tegelijk gezellige dienst, lang niet zo streng als in mijn eigen protestantse kerk. Ouders en peetouders moeten vragen over het geloof en het belang van de doop beantwoorden. Als het antwoord niet snel genoeg komt maakt Meneer Pastoor klapwiekende gebaren om de hint te geven dat het goede antwoord “de Heilge Geest” is. De doop verloopt soepel: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, water over het hoofd, deppen, kusje van de Pastoor en een gul applaus van de aanwezigen op deze zonnige zaterdagmiddag voor Kerstmis.

“La nochebuena - Kerstavond” is een groot familiefeest met veel eten, drinken en cadeautjes. Het allermooiste moment is middernacht, dan gaat iedereen de straat op en wordt er eindeloos vuurwerk afgeschoten. Zo wordt het zelfs tijdens de Kerstnacht niet eens echt donker in Buenos Aires.