|
DAAR BIJ DIE MOLEN (1512004) “Daar bij die molen, die mooie molen, daar woont het meisje waar ik zo veel van hou. Daar bij die molen, die mooie molen, …….” dreint er door mijn hoofd. Maar “el Molino” in het centrum van Buenos Aires is al jaren geleden gesloten en ziet er allesbehalve als een mooie molen uit. Terwijl het meisje waar ik zoveel van hou in geen velden of wegen in Buenos Aires is te bekennen. Hoe mooi de “Confitería del Molino” vroeger moet zijn geweest, kan ik me best voorstellen als het gebouw begin december ter gelegenheid van het culturele evenement “Estudio Abierto - Open Atelier” voor een week opengaat. Een “confitería” is een restaurant, een tearoom, een plaats waar je vrienden of zakenrelaties ontmoet. Waar je een lichte maaltijd gebruikt, koffie of thee met koekjes of gebak nuttigt, waar muziek wordt gespeeld waar je op kan dansen of naar kan luisteren. Veel van die ouderwetse confiterias in Buenos Aires hebben bovendien een grote feestzaal voor bruiloften en partijen. Een “confitería” is daarom veel meer dan de “snoepwinkel” of “banketbakkerij” die het volgens de redacteuren van het Spaans/Nederlands woordenboek van van Dale zou moeten zijn. Ze zouden eens langs moeten komen om hun omschrijvingen aan de werkelijkheid te toetsen. De “Confitería del Molino” was gevestigd in wat nu een groot verwaarloosd art nouveau gebouw is. Op de hoek van de Avenida Callao en Rivadavia tegenover het Argentijnse parlementsgebouw. Onder het torentje dat gevel bekroont, een stel altijd in dezelfde stand staande molenwieken, het beeldmerk en een herinnering aan een oude korenmolen die ooit ongeveer op dezelfde plaats stond. Het etablissement werd in 1916 geopend en sloot zijn deuren in 1997, het was niet langer rendabel. Dat “el Molino” tot een historisch monument is verklaard, heeft de verdere aftakeling niet kunnen stoppen. De eigenaar is druk doende alles wat los zit te verkopen, wat vast zit is hoogstwaarschijnlijk voor de laatste keer te bewonderen, tezamen met de moderne kunst die er voor de gelegenheid wordt tentoongesteld. Kunst die de herinnering aan de elegantie van weleer weer moet oproepen. De kelder, waar de keuken en de bakkerij waren gevestigd, is helaas niet toegankelijk. In het met spiegels beklede liftje op de begane grond, dat de verbinding met die onderwereld onderhield, staan niets eens lege dienbladen om de schijn op te houden. Ernaast staat wel een lange lege eettafel die is gedekt met een verkreukeld damasten laken, de installatie ”Honderdjarige” van de Maria Rosa Andreotti. Op de schappen van de vitrine waar vroeger de echte taartjes van de meesterpatissier moeten hebben gestaan, staan nu “delicias danzantes del molino - dansende lekkernijen” eendimensionale namaak ijsjes en taartjes van Alberto Possalini. Het lijkt wel of er op de vloer achter de vitrine van binnenuit verlichte ongekeerde ijshoorntjes staan en een andere installatie met roze lekkernijen van Mariana Ferrari. Voor een grote wandspiegel hangt aan het plafond een toepasselijk spinnenwebachtig kunstwerk dat zo te zien met de schaar uit geel, wit en blauw plastic werd geknipt. De moderne kunst past wonderwel in deze klassieke zwaar gelambriseerde ruimte vol met koperbeslag, marmeren zuilen, prachtige stenen en parketvloeren, glas in lood raampjes en juweeltjes van plafonnières waarvoor je bij de antiquair goud geld moet neerleggen.“Él Molino” werd dan ook ingericht in de tijd dat wie het in Argentinié breed had, het zo breed mogelijk liet hangen. Aan een muur een koperen plaquette met een afbeelding van de molen waaraan de confitería haar naam ontleent. Vlakbij een deur met erachter een trapje omhoog naar een mini podiumpje waar een muzikant de gasten mocht verstrooien. Een iets groter podium is er op de eerste verdieping boven de bar van feestsalon gebouwd. Musici moeten destijds dwergen of kromgetrokken oude mannetjes zijn geweest. De ruimte tussen podiumvloer en plafond is op afstand gezien net iets meer dan een meter. Rond de bar nog meer kunst, kledingstukken die zijn ontworpen door het collectie “NoAvestruz.” Een “avestruz” is een struisvogel, maar deze artiesten zijn zeker geen struisvogels, zij steken hun kop niet in het zand, maar steken hem uit met de muziek en de kunst die ze presenteren. Een supermoderne versie van een molen die er niet uitziet, kleurrijke kleding die waarschijnlijk haast niemand kan of wil dragen. Ietwat frivool staat dat alles tussen de met geslepen spiegelglas beklede statige hoge deuren, de in verval rakende gestuukte plafonds en de kroonluchters. Uit eigen beweging zou ik nooit het damestoilet zijn gaan bekijken. “Geen enkel probleem” zegt mijn begeleider “het is een kunstwerk!” en wat voor een. Voor de zekerheid klopt hij toch maar even op de deur om het mannenbezoek aan te kondigen. “Wat bewaar jij in je binnenste?” is de dubbelzinnige titel van de installatie die zegt de grenzen tussen de openbare ruimte en de afgeschermde eigen plek te willen verkennen. Spiegelende strippen metaal en een dwarsliggende toiletbril zorgen ervoor dat ik me op dit gemak lichtelijk ongemakkelijk voel. Dankzij dezelfde begeleider mag ik even het voor anderen verboden balkon op. Tegen de gevel opkijkend is te zien dat er tot aan de onderkant van de balkons van de hogere verdiepingen en de onderkant van de dakgoot mooie decoraties zitten. Aan het ene uiteinde sta ik min of meer oog in oog met drie uit steen hoofden van deze mooie façade en aan de andere kant met de sterk vergrote glas in lood lamp boven de ingang. De verlichting brandt al lang niet meer, die lamp straalt helaas uitsluitend nog vergane glorie uit. |