|
EEN HEEL ANDERE FERRARI (0912004) Augusto Ferrari emigreerde in 1914 van Italië naar Argentinië om er kathedralen en kerken te gaan bouwen. Zijn zoon, de 84 jarige beeldend kunstenaar León Ferrari, doet daarentegen alle mogelijke moeite om zoveel mogelijk heilige huisjes af te breken. Met zijn kunst welteverstaan. Dat hij goede vorderingen maakt, werd deze week met opmerkelijk gemak bewezen in het Culturele Centrum van Recoleta. Een dag na de opening van een overzichtstentoonstelling van het werk van Ferrari vernielden katholieke fundamentalisten daar, onder het uitroepen van “Viva Cristo Rey! - Leve Christus Koning!”, een aantal van zijn kunstwerken. Om het vuurtje op te stoken waren die van te voren door de Aartsbisschop van Buenos Aires als “blasfemisch” en “anti katholiek” bestempeld. Zou je met zo’n actie wellicht een plekje in het voor goedgelovige katholieken gereserveerde deel van de hemel kunnen verdienen? “Want” zo verklaarden de vernielers “wij staan niet toe dat het Katholieke geloof wordt beledigd, wij zijn hier om de rechten van God te verdedigen!” Alsof die niet voor zichzelf kan zorgen. Tumultueuze discussies op de televisie, grote stukken in de dagbladen. Een als zeer vroom katholiek bekend staande presentator van een actualiteitenprogramma zat met een blik vol afschuw naar foto’s van Ferrari’s werk te kijken en sloeg het boek waarin die stonden snel dicht met een gemompeld “dit gaat veel te ver, dat kunnen we maar beter niet laten zien.” Waarna de discussie over de vrijheid van meningsuiting onder zijn “neutrale” leiding werd voortgezet. De kunstenaar zelf kwam niet aan het woord, dat werd gedaan door opgewonden zwartrokken en politici. In een in het dagblad “Clarín” gepubliceerd vraaggesprek verklaarde Ferrari laconiek dat hij de kerk zeer dankbaar was voor al die gratis publiciteit omdat daardoor meer mensen dan ooit te voren naar zijn kunst kwamen kijken. Binnen en buiten de expositieruimte hangen waarschuwingen dat er kunst wordt getoond die de religieuze gevoelens van de bezoeker zou kunnen kwetsen. Minderjarigen moeten worden begeleid door een volwassene, want er hangen ook blote foto’s en als “pornografisch” bestempelde prenten. Al jarenlang ga ik met grote regelmaat kunst kijken in het Culturele Centrum zonder ooit in de rij te hebben moeten staan, ongeacht hoe beroemd de exposerende kunstenaar was. Voor Ferrari staan er lange rijen wachtenden, het fulmineren van de schijnheiligen heeft zo zijn positieve kanten. Om de expositie beter te kunnen beveiligen, mogen er niet meer dan tachtig liefhebbers tegelijk de kunst bekijken. Wel lekker eigenlijk, want anders had je natuurlijk over de hoofden kunnen lopen. Zelfs ik ben daardoor geneigd de katholieke kerk dankbaar zijn. León Ferrari verzet zich tegen hen die anderen hun wil op willen leggen, zoals de katholieke kerk dus of de Verenigde Staten. Beide worden in één klap aan de paal genageld met het grote werk dat als een magneet je blik vangt bij het betreden van de grote expositieruimte. Aan het plafond bungelt een flink formaat Christusbeeld, nu eens niet aan het kruis gespijkerd, maar aan een Amerikaanse bommenwerper. Een aanklacht uit 1965 tegen de Vietnamese oorlog, een werk uit de serie “ideeën over de westerse beschaving en het Christendom.” Protesten worden afgewisseld of gecombineerd met handschriften. Veel van het werk dat uit de jaren 1950 stamt, bestaat uit onleesbare lettertekens. Geleidelijk aan worden de teksten echter leesbaar, zoals de bijbelteksten op de etalagepoppen of de tekst van een plechtige ambtseed op een porseleinen wc-pot. De symbolische betekenis daarvan spreekt voor zichzelf. Gedichten die de blinde Jorge Luis Borges over de mooie blote vrouwen op de foto’s van Man Ray schreef, inspireerden Ferrari tot het beschrijven van die foto’s met de versregels van Borges, maar wel met brailletekens. Buitengewoon origineel. Ernaast begint de aanklacht tegen de Katholieke kerk en haar symbolen en vertegenwoordigers lekker op gang te komen. Ferrari combineert renaissance afbeeldingen van heiligen in een kerkbank op een dusdanige manier met ietwat pornografische Chinese pentekeningen, dat het er op lijkt dat die met stralenkrans omcirkelde gezichten lekkerbekkend van een pornoshowtje zitten te genieten. Dat de Paus en de zijnen zich tegen het gebruik van condooms verzetten, zullen ze weten. Een grote glazen pot, zo een die vroeger of misschien nog wel op de toonbank in de patatwinkel of viswinkel stond, gevuld met zilveruitjes, rolmopsen of zure bommen, is door Ferrari gevuld met slap opgeblazen met een vloeistof gevulde condooms. Geconserveerde preservatieven. Als etiket is er een foto van een jeugdige Paus Johannes Paulus II op geplakt. In het midden van de zaal een platform met de paspoppen die zijn beschreven met bijbelteksten of beplakt met foto’s van heiligen of bidprentjes. Zonder dat de kunstenaar in de zaal aanwezig is, is hij wel druk bezig een kunstwerk te creëren. Op de vloer ligt een afbeelding van “het laatste oordeel” aan het plafond hangt een vogelkooi. De vogels die erin zitten poepen onbezorgd een nieuwe versie van dit beroemde werk. De laatste zaal is de meest gevoelige voor de gelovige ziel. Die gaat namelijk over de hel, waar volgens Ferrari de heiligen terecht zouden moeten komen in plaats van de gewone gelovigen. Twee installaties brengen de stelling in beeld. Christusbeelden in een broodrooster, een Christusbeeld dat ligt te roosteren op een tosti-ijzer, heiligenbeelden die door een ouderwetse gehaktmolen worden gedraaid, schaakborden waarop een groep heiligen als tegenstander de duivel heeft, braadpannen vol met heiligenbeelden op het vuur. Jong of oud, er is niemand die aanstoot schijnt te nemen. Sommige bezoekers lachen besmuikt om wat ze zien. Het lijkt er sterk op dat de Argentijnse zielenherders aan het verdwalen zijn en niet de kudde. |