|
APTO (0112004) Op papier leek de verhuizing van Rio de Janeiro via Rotterdam naar Buenos Aires vlot te verlopen. Zoals te doen gebruikelijk, zouden we op een toeristenvisum naar Argentinië gaan en in de tussentijd zou dan aan de formeel vereiste werkvergunning worden gewerkt. De koffers waren gepakt, de voor dag en dauwtaxi naar Schiphol was besteld, toen ’s avonds om een uur of elf de telefoon ging. Een collega meldde dat we toch maar even op de officieel benodigde papieren moesten wachten alvorens af te reizen. Ik belde met Buenos Aires en zei dat zoiets maanden kon gaan duren. Aan de andere kant van de aardbol hield men vol dat het slechts een kwestie van weken zou zijn. We hingen rond in Londen en Rotterdam. Af en toe moest er aanvullend medisch onderzoek worden gedaan of andersoortige “vergeten” formaliteiten worden vervuld. Op de dag dat we dachten “goed te zitten” kwam de Argentijnse consul er zowaar achter dat mijn geliefde de Nigeriaanse nationaliteit had. Het dossier waarin dat stond, was toen pas vier maanden in behandeling. Dat vroeg om andere documenten die uit Nigeria moesten komen, maar als die er eenmaal waren zou mijn inreisvisum zonder verder gezeur worden afgegeven. Een maand of vijf later dan gepland ging ik alsnog als toerist naar Argentinië en weer zes weken later kwam het verlossende bericht dat het felbegeerde visum kon worden afgehaald. Ik nam het eerste het beste vliegtuig en stond op een natte maandagochtend al vroeg aan de vertrouwde balie van het Argentijnse consulaat in Den Haag. Helaas was er weer iets mis. De geldigheidsduur van mijn paspoort was inmiddels korter dan die van het af te geven visum en de enige manier waarop dat kon worden opgelost was het aanvragen van een nieuw paspoort. Gelukkig is in Nederland alles naast de deur. Minder dan een uur later meldde ik mij aan het loket “Nederlanders niet ingezetenen” van het Haagse Stadhuis. Wat voor mijn gevoel een fluitje van een cent zou moeten zijn, bleek een huizenhoog probleem. Een in het buitenland wonende Nederlander hoort zijn paspoort te vernieuwen bij de diplomatieke post in dat buitenland. Daarmee had ik in de twintig voorafgaande jaren dan ook nooit een probleem gehad. Toen ik desgevraagd vertelde hoe lang ik al in het buitenland woonde, vroeg de niet bijster klantvriendelijk ambtenaar of ik kon bewijzen dat ik in de Nederlandse nationaliteit nog bezat. “Ik heb toch een paspoort!” Dat had ik dus echt verkeerd begrepen, een paspoort bewijst niets, het is niet meer dan een reisdocument. Voor mijn gevoel spreek ik foutloos Nederlands en zing desgewenst het Wilhelmus, het bewijst allemaal niets. Zijn zichtbaar uit een voormalige kolonie afkomstige collega had tijdens de conversatie flinke binnenpretjes. Er was een verklaring nodig van de Ambassade in het land waar ik woonde dat ik in de Nederlandse nationaliteit had. “Waar woont u?” Tussen Rio en Buenos Aires, even nergens dus. Geen verklaring, geen paspoort. Gebeld met de consul in Rio de Janeiro die een in diplomatieke termen gestelde verklaring faxte met de officiële bevestiging dat ik een echte Nederlander was. Gelukkig maar, het had maar een haartje gescheeld of ik was stateloos geworden. Deze bijna nachtmerrieachtige herinneringen kwamen boven toen ik begin oktober een aanvraag deed voor een permanente verblijfsvergunning voor Argentinië. In het begin was er geen vuiltje aan de lucht. Het vervullen van de formaliteiten voor de derde jaarlijkse verlenging van mijn tijdelijke vergunning ging van een leien dakje. Mijn werkgever heeft een mannetje die dat geroutineerd regelt met de Dirección Nacional de Migraciones, hij zorgt ervoor dat je in een handomdraai een nieuw stempel in je paspoort hebt. Met dat stempel moest daarna het Documento Nacional de Identidad - het persoonsbewijs - worden verlengd. Verliep net zo soepel. Als dat eenmaal achter rug is, moet je weer terug naar de Migraciones om de voorlopige verblijfsvergunning om te zetten in één waarmee je zo lang in het Argentinië mag blijven als je wilt, het equivalent van de Amerikaanse “green card.” Voorwaarde is wel dat je kerngezond bent. “Laat je je ieder jaar keuren?” vroeg de bedrijfsarts toen ik hem vroeg om dat schriftelijk te verklaren. Nee, ik doe nooit mee aan die bedrijfskeuring, dat doe ik alleen maar als ik wordt overgeplaatst naar een ander land. De overigens aardige arts vond het niet ethisch verantwoord om zonder mij uitgebreid te hebben onderzocht een verklaring af te geven. Dus leverde ik de volgende dag urine in bij een medisch laboratorium, liet bloed afnemen en stond model voor een longfoto. Toen ik de resultaten had, was de bedrijfsarts op dienstreis gegaan en had ik geen medische verklaring voor mijn afspraak met de dokter van de immigratiedienst. Ik nam contact op met “ons mannetje” die adviseerde om dan maar zonder die verklaring naar de afspraak te gaan. Die medicus bleek heel wat flexibeler. “Draag je een bril?” vroeg hij en informeerde verder belangstellend of ik wat aan mijn ogen had laten doen. Ja een laseroperatie. “Goed gelukt en verder gezond?” Terwijl ik dat bevestigde, noteerde hij op een formulier dat ik een leesbril heb, zette grote strepen dwars over de voor en achterkant en schreef met grote letters “APTO - GESCHIKT.” Een week later kreeg ik bericht dat de beschikking voor een permanent verblijf in Argentinië kon worden afgehaald. Daarover repte ik geen woord tegen de bedrijfsarts die een serieus gesprek over de onderzoeksresultaten wilde hebben. Mijn cholesterolgehalte van 222 was volgens de Argentijnse maatstaven namelijk 2 punten te hoog. Verder niets aan de hand. Bloeddruk en hartritme perfect, longen niets aan de hand, maar die cholesterol. Uiteindelijk verklaarde hij toch dat ik in goede gezondheid verkeerde. Twee dagen later haalde ik mijn permanente verblijfsvergunning af en voelde me heel even verschrikkelijk apto. |