Met dank aan Esther van Holk en Mr. Huibert van der Waal zonder wiens genereuze hulp deze Rotterdamse ontdekkingreis niet had kunnen worden gemaakt.

OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM - 2 - MATHENESSERLAAN 250 (24112004)

Op 22 november 1963 werd de Amerikaanse President John F. Kennedy doodgeschoten. Daar kwamen we pas achter toen we de volgende dag wakker werden. Nieuwszenders die 24 uur per dag in de lucht zijn en “Breaking News” bestonden nog niet. Net zomin als bijna overal in de buurt, stond in mijn ouderlijk huis trouwens een televisietoestel Twee dagen later zou Lee Harvey Oswald, de vermoedelijke moordenaar van JFK, “in opdracht van de maffia” door de nachtclubeigenaar Jack Ruby worden doodgeschoten. Toen JFK werd vermoord, zat ik in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs op school in de Rotterdamse deelgemeente Kralingen. In mijn herinnering was het een erg koude dag. Ik kocht een krant, waarschijnlijk de Telegraaf voor 13 ouderwetse centen en herdacht Kennedy met mijn klasgenoten. Iedereen was ontdaan en niemand begreep hoe dit mogelijk was en vroeg zich af wat de mogelijke consequenties zouden kunnen zijn. Het gebeurde immers op het hoogtepunt van de Koude Oorlog en wij hadden bijna de dienstplichtige leeftijd.

Het toeval wil dat ik 41 jaar later op diezelfde dagen weer in Rotterdam ben. Kralingen interesseert me niet zo erg meer. Een paar maanden geleden ben ik er namelijk achter gekomen dat Lee Harvey Oswald ooit eens op doorreis van de Sovjet Unie naar de Verenigde Staten een dag en een nacht in Rotterdam was. Oswald, een ex-marinier die zich in Rusland had gevestigd, een overloper, had kennelijk heimwee naar zijn vaderland. Samen met zijn Russische vrouw Marina en hun dochtertje nam hij in juni 1962 de trein van Moskou via Oldenzaal naar Rotterdam. Daar zouden zij zich de volgende dag inschepen op de Maasdam van de Holland Amerika Lijn om verder te reizen naar New York. Met de boot duurde dat toen nog negen dagen in plaats van minder dan negen uur met het vliegtuig die nu zo heel gewoon zijn. Geen wonder dat er in het voormalige hoofdkantoor van de HAL nu Hotel New York is gevestigd en er van de Wilhelminakade geen oceaanstomers meer vertrekken.

Die ene nacht, van 3 en 4 juni 1962, verbleef het jonge gezin op de Mathenesserlaan 250. In dat statige maar anonieme herenhuis was destijds pension “Huize Avila” was gevestigd. Het pension bestaat al lang niet meer. In 1982 verhuisde Mr. Huibert van der Waal er zijn kantoor naartoe. Via vrienden, die aan dezelfde laan wonen, kom ik in contact met de inmiddels gepensioeneerde notaris. Als ik wil komen kijken, moet Ik vlug zijn, het toch min of meer historische huis gaat over een paar dagen in de verkoop. Aan Oswald’s verblijf in Rotterdam wordt in de pers en op de televisie van tijd tot tijd aandacht besteed. Ter gelegenheid van de herdenking van zijn 40ste sterfdag werd er in november 2003 een heuse herdenkingsbijeenkomst gehouden in de kamer twee hoog achter waar hij vermoedelijk in 1962 heeft geslapen. Dat het die kamer zou moeten zijn, kan worden gereconstrueerd uit een verhaal dat Oswald het jaar daarop aan zijn minnares Judyth Vary Baker vertelde. “Het was een piepklein kamertje met uitzicht op de tuin en een uitkijktoren, het toilet was een verdieping lager.” Toen Oswald ´s nachts naar het toilet was gegaan was hij bijna van de trap gevallen. Zijn dat nou het soort verhalen die je aan een vrouw vertelt met wie je een buitenechtelijke relatie hebt? De ex geliefde van Oswald vreesde een paar jaar terug voor een aanslag op haar leven en ontvluchtte de Verenigde Staten. Ze is toen in Haarlem gaan wonen, waar ze aan de Kleine Houtstraat in 2003 het “Lee Harvey Oswald Museum” opende.

In de knipselmap van de notaris zitten niet alleen de artikelen waarin het verblijf van Lee Harvey Oswald in zijn latere kantoor wordt gememoreerd, maar ook het programma van de herdenking van vorig jaar. Gedrukt op perkamentachtig aandoend papier met een goudkleurig lint er omheen. De bijeenkomst werd gehouden op het tijdstip dat Oswald werd neergeschoten en duurde slechts een uur, de andere prioriteit van de notaris was die avond het musiceren met het orkest waarin hij speelt. Judyth Vary Baker had voor de gelegenheid lekkernijen uit New Orleans bereid, uit de stad waar zij en Oswald elkaar op een postkantoor hadden leren kennen. De favoriete muziek van haar grote liefde werd gespeeld: Let it be van de Everly Brothers, I’m so lonely I could cry van Hank Williams, the City of New Orleans van Johnny Cash, maar ook wat stukken van Tschaikowsky. Als de platen moesten worden gewisseld, haalde Judyth herinneringen op de man met wie ze een affaire van niet meer dan 127 dagen had, maar die veertig jaar later haar leven nog altijd beheerst.

Aan het slot van mijn bezoek geeft de notaris me een rondleiding door het huis. Die “uitkijktoren” waar Oswald het over had, was de Euromast, die tegenwoordig schuil gaat achten een hoog gebouw dat naderhand op de hoek van de Rochussenstraat en de toegangsweg naar de Maastunnel werd gebouwd. Het “piepkleine” kamertje van Oswald is opgegaan in een grote archiefruimte waar nog een deel van het notariële archief staat. Het is ingepakt in bananendozen, klaar om te worden verhuisd. Het anonieme herenhuis met een bijzondere historie is inmiddels aan een projectontwikkelaar verkocht die er appartementen in gaat bouwen. Voor een koper met historisch besef een unieke gelegenheid om zijn bed op dezelfde plaats te zetten als waar eens Lee Harvey Oswald sliep.