|
DAT ZE ZO ALS CHE MOGEN ZIJN! (26102004) “Volgens mijn schoonzusje wordt de hele binnenstad van Rosario opgeknapt en versierd” zegt een collega op maandagmorgen nadat ik over mijn bezoek aan de fototentoonstelling over Che heb verteld. Rosario is de stad waar Ernesto Rafael Guevara de la Serna - el Che - op 14 mei 1928 werd geboren.“Ze hebben zijn geboortedag of een sterfdag te vieren en zijn er bijna zeker van dat Fidel Castro op bezoek zal komen.” Om de boete voor de te late aangifte te ontlopen, staat er op Che’s geboortebewijs 14 juni 1928. Hij stierf op 9 oktober 1967 in het dorp La Higuera in Bolivia. Zijn sterfdag is al voorbij en het is niet eens een “bijzonder” herdenkingsjaar, tachtig of veertig of zo. Een paar dagen later verstapt Fidel zich, breekt een knie en scheurt het bot van een arm. Toevallig gebeurt dat op de Plaza Che Guevara in Santa Clara, de stad waar de resten van Che in 1997 werden herbegraven. Dat bezoek van Fidel kunnen ze in Rosario wel vergeten. Er worden deze maand in Buenos Aires erg veel foto’s geëxposeerd, daar kan met gemak een hele zondag aan worden besteed. Met de foto’s van Che als laatste, als een toetje dat steeds lekkerder wordt naarmate er langer op moet worden gewacht. De overzichtstentoonstelling van de fotografe Annemarie Heinrich in het Culturele Centrum van Recoleta is beslist een tweede bezoek waard. De in 1912 Duitsland geboren Annemarie legt in een documentaire uit dat ze fotografe is geworden nadat ze niet op de Kunstacademie was toegelaten vanwege haar destijds gebrekkige beheersing van de Spaanse taal. Een geluk bij een ongeluk, bedenk ik. Haar voor de omslagen van roddelbladen, die toen nog zo mooi “revistas sociales - sociale magazines,” heetten en showbizzbladen bedoelde portretfoto’s zijn, hoewel enigszins gedateerd, erg de moeite waard. Stemmig zwart-wit met veel aandacht voor de geportretteerde, haar handelsmerk. “Los hombres del tabaco - de mannen van de tabak” heet de presentatie van een dertigtal ietwat idyllische foto’s van Julio Larramendi die de Cubaanse tabaksindustrie tot onderwerp hebben. De foto’s van een havanna’s rokende Che komen al dichterbij. Vers gesneden groene bladeren, gedroogde bruine bladeren, grootformaat sigaren rokende mannen en vrouwen, een sigarenfabriek waar havanna’s worden gerold. Door mijn achterhoofd speelt een onwaarschijnlijk verhaal dat mij ooit bijna aan het roken heeft gebracht. Havanna’s zouden zo’n speciaal aroma hebben omdat ze langdurig op de licht bezwete dijen van mooie Cubaanse halfbloed vrouwen zouden zijn gerold. Julio wordt door de Cubaanse regering gesponsord tot meerdere glorie van de Cubaanse staatsidealen en heeft die foto’s stiekem in zijn eigen album geplakt. In Buenos Aires zijn slechts over de sigarenplank gebogen hardwerkende jongedames te zien, van wie de licht bezwete dijen decent onder hun werktafel zijn verborgen. Uiteindelijk zijn de enige aardige foto’s die van een paar bejaarde Afro-Cubaanse vrouwen die een flinke sigaar in de mondhoek hebben hangen. Ze herinneren me aan Afrika, waar ik zoiets ver van de grote stad soms ook wel eens zag. Via het Nationale Museum voor Schone Kunsten, waar onder de titel “Het landschap in de fotocollectie van het Museum” een stuk of veertig matige foto’s zeer terecht in een haast onvindbare achteraf hoek hangen, wandel ik naar de Nationale Bibliotheek. Als er een architectuurprijs voor de lelijkste bunker ter wereld zou bestaan, dan zou die aan de architecten van dit oerlelijke betonnen gebouw moeten worden toegekend. Binnen zouden de foto’s van Che moeten hangen. Helaas heb maar ik de aankondiging verkeerd gelezen want die foto’s hangen in de voormalige Nationale Bibliotheek in het stadsdeel San Telmo een uur lopen de andere kant op. Onderweg even kijken wat er in de fotogalerie van het Culturele Centrum Generaal San Martín is te zien. Mijn jaargenote Susana Romano exposeert er felgekleurde foto’s van haar “tuin van het verlangen” of liever van het terugverlangen naar haar jeugd. Foto’s van tuinen en landschappen met ingetekende of erin gemonteerde kabouters, papagaaien, eenden, konijnen, herten en wat dies meer zij. Een wonderlijke collectie fantasieën van haar onschuldige kinderjaren. Niet om aan te zien. Op naar San Telmo, naar de foto’s van Che. Het voormalige bibliotheekgebouw, waarin tegenwoordig de Nationale Muziekschool is gevestigd, ligt er behoorlijk verslonst bij. Toen er nog geld in overvloed was, moet het een prachtige boekentempel zijn geweest. Het dak van de hoge koepel bestaat uit een raam van blauw glas met gele sterren, een stralende avondhemel waarvan de volle schoonheid slechts op een zonnige dag is te bewonderen. Daaronder vier of vijf galerijen met lege boekenplanken. Boven de deuren op de eerste verdieping staan de namen van de afdelingen die er wellicht achter lagen: wetenschappen, geschiedenis, rechten en literatuur. In de centrale hall een wat lullige opstelling van de foto’s van Che op vaalwitte verrijdbare schoolborden “Che gezien door de ogen van de fotografen van de revolutie.” Cubaanse fotograven die in opdracht van de regering de eerste jaren van het bewind van Fidel en Che met hun camera verheerlijkten. Veel foto’s van Che met een stevige havanna, Che met Fidel, Che met fototoestel in de aanslag, Che op de golfbaan, een suikerriet kappende Che. De wereldberoemde foto die Alberto Korda in 1960 van Che maakte hangt er en foto’s uit het album van Alberto Granado met wie Che in 1952 de fameuze reis op de motor door Zuid-Amerika maakte. Ernaast hangt een met een bevende hand geschreven brief waarin Granado zijn reisgezel nog eens flink ophemelt. Er mogen geen foto’s van de foto’s worden gemaakt, een zinloos verbod. Bij veel kiosken in Buenos Aires zijn die foto’s gewoon te koop. Bij de boekenwinkel om de hoek “Che, het album” in de aanbieding. Daarin staan niet alleen de foto’s van de expositie, maar nog tientallen andere en een korte biografie. Tussen de foto’s hangt een revolutionaire uitspraak van Fidel Castro “Si queremos…..….als we zouden willen omschrijven hoe mannen in de toekomst zouden moeten zijn, dan zeggen we: dat ze zoals als Che moeten zijn!” Che studeerde medicijnen, Castro had na zijn val hard behoefte aan een goede dokter. Hij boft dat veel Cubanen “zoals Che” zijn geworden! |