|
ZOMAAR EEN ZATERDAGMIDDAG IN BUENOS AIRES (19102004) “Luister naar het mooiste geluid ter wereld” staat er op het televisiescherm, op de achtergrond klinkt het langgerekte “ggggoooooooaaaaaaaallllllllll” De Latijns-Amerikaanse manier om het scoren van een doelpunt te verslaan. Even later wordt er op een andere zender, tijdens een direct verslag van een wedstrijd uit de Engelse competitie, echt gescoord. Dat doelpunt wordt nog leuker gevierd. Als “het mooiste geluid ter wereld” wegsterft, wordt een muziekband met “I want to hold your hand” van de Beatles gestart. De twee verslaggevers zingen een duet om het doelpunt en de doelpuntenmaker op gepaste wijze in het zonnetje te zetten. Kom daar maar eens om in de meeste Europese landen, waar de stem van de televisieverslaggever zich nauwelijks schijnt te mogen verheffen voor een mooie actie of als er wordt gescoord. Op het zuidelijk halfrond zou iemand die zo verslag zou durven te doen op staande voet worden ontslagen. Zo maar een zaterdagmiddagdoelpunt in Buenos Aires. Bij de McDonald’s om de hoek staan meer politiemannen voor de deur dan er binnen klanten zitten. Ik kan me best voorstellen dat zo’n rijtje in kogelvrije vesten geklede mannen de eetlust benemen. De normaal zo onbeschaamd “McDonald’s” uitstralende lichtbak boven de ingang is afgeplakt met zwart plastic. Zouden de hamburgerjongens zich op wereldvoedseldag opeens schamen een snellehapwinkel te zijn of is dit hun manier om aan het debat over “voedselzekerheid” bij te dragen? De bewaker van de kunstwinkel aan de overkant weet dat het “Anti McDonaldsdag” is en er zo meteen geprotesteerd gaat worden. “Alleen in Argentinië of wereldwijd” wil ik weten, maar zover reikt zijn kennis niet. Voor nauwelijks meer dan de prijs van een BigMac-maaltijd in Nederland, genieten wij in een heel wat beter restaurant van een malse biefstuk. Zomaar een zaterdagmiddaglunch in Buenos Aires. Na de late lunch komen we bij een andere McDonald’s in het protest terecht. Oog in oog met de in zwart uniform geklede politiemannen, staat een eveneens in zwart punkuniform geklede groep demonstranten. De actievoerders zijn jong en goed georganiseerd. Terwijl de man met de megafoon McDonald’s aanklaagt vanwege de suspecte kwaliteit van het voedsel, delen de meisjes vlugschriften uit en spuiten de jongens met behulp van sjablonen en spuitbussen graffiti op de gevel van het restaurant en op de stoep ervoor. Vorig jaar is er in Argentinië een jongetje overleden na het eten van een Happy Meal bij McDonald´s vandaar. McMierda - McShit, Mcabro - Macaber, McMuerte - McDood, MeMate - ze doden me en een afbeelding van een vallende bom in de kleuren van de stars and stripes en het kopje van Marilyn Monroe. “Wat willen die demonstraten?” vraagt een bezorgde Amerikaanse toerist “Amerikanen doden?“ Leden van het Argentijnse Dierenbevrijdingsfront verkondigen slechts hun voorkeur voor vegetarische maaltijden en eisen betere behandeling van het slachtvee, terwijl anarchistische mededemonstranten ageren tegen “multinationale ondernemingen zonder geweten.” Verder niets persoonlijks. Als de leuzen zijn gescandeerd, de folders zijn uitgedeeld en de straat en de gevel voldoende zijn bespoten, klinkt het consigne “op naar de volgende McDonald’s!” Zo maar een ludiek zaterdagmiddagprotest in Buenos Aires. Boven het centrum hangt inmiddels een politiehelikopter, voor kenners hét teken dat er elders een grote demonstratie aan de gang is. Op de brede Diagonal Norte komen we de demonstranten tegen. Daar marcheert een lange colonne “piqueteros” in de richting van de Plaza de Mayo, het eindpunt van ieder protest dat serieus genomen wenst te worden. Piqueteros zijn over het algemeen mensen uit de onderkant van de Argentijnse samenleving die in de “villas miseria” de sloppenwijken aan de rand van de stad wonen. Begeleid door ritmische klappen op grote trommels en bewapend met fleurige straatbrede spandoeken eisen ze de vrijlating van alle politieke gevangenen en het onmiddellijk stoppen van de processen tegen hun leiders en medestrijders. Eén van die “politieke gevangenen” is Raúl Castells, de voorman van de militante MIJD, de Onafhankelijke Beweging van Gepensioeneerden en Werklozen. Voor mij is Castells geen onbekende. In december 2002 zag ik hem voor het eerst triomfantelijk met een vette cheque in de hand naar “zijn” piqueteros zwaaien. Afgetroggeld van een grote bank en bestemd voor de kerstmaaltijden van de gaarkeukens van zijn beweging. Een paar maanden geleden verscheen hij wekelijks tegenover mijn werkplek aan de voordeur van de oliemaatschappij YPF-Repsol met het “verzoek” voor gratis gasflessen voor diezelfde gaarkeukens. YPF bezweek voor de druk en levert sinsdien iedere maand vijftig gasflessen af. In juli liep het in de noordelijke provincie Chaco mis met Castells. Hij wandelde een casino binnen en verzocht om “een bijdrage” voor zijn beweging. Als die niet zou worden gegeven dan zouden zijn piqueteros het casino in komen, hetgeen de klanten zou wegjagen. Het casino vond het een poging tot afpersing, riep de hulp van de politie in, die Castells met onverhulde gretigheid arresteerde. In Argentinië staat op afpersing een gevangenisstraf van tussen de vijf en tien jaar. Af en toe verschijnt de door een al zeven weken durende hongerstaking sterk vermagerde activist met tranen in de ogen op de televisie “ik zal doorgaan met de strijd tot aan mijn dood en die is niet veraf. Ik ben de vijftig al gepasseerd en heb dus nog maar kort te leven!” De Peronistische regering vindt het prima dat de zo vocale en gevreesde tegenstander, die niet met geld en goede woorden is te paaien, voorlopig in de cel zit. Castells wilde niet horen en moet dus maar voelen. Zijn vrouw en medestanders houden de fakkel brandend en proberen, zoals vanmiddag, van alles en nog wat om hem vrij te krijgen. Voor al die demonstranten op de Plaza de Mayo is dit veel meer dan zomaar een zaterdagmiddag in Buenos Aires. |