|
TERUG VAN WEGGEWEEST - 5 (06102004) Met de blik op oneindig en het verstand op nul zit ik achterin de taxi. De chauffeur probeert met zijn kleine VW Gol de afstand tussen het hotel en het internationale vliegveld van Rio de Janeiro in een nieuwe wereldrecordtijd af te leggen. De gemiddelde Braziliaanse automobilist voelt zich nu eenmaal een Ayrton Senna of een Rubens Barichello zodra hij achter het stuur van zijn auto kruipt. Dat weet ik nog uit de jaren dat ik zelf in Rio met een stoere auto op hoge wielen aan het verkeer deelnam. Dat dwong het nodige respect af. De aspirant Formule 1 coureurs wisten dat als ze het tegen die bak wilden opnemen hun auto met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op de schroothoop zou belanden en niet de mijne. Ondanks het door de regen spiegelgladde wegdek, het scherp door de bochten trekken en het liefst op de bumper van je voorganger plakken, word ik zoals het hoort zonder kleerscheuren bij Terminal 1 afgezet. De chauffeur geeft mij zijn kaartje. Ik moet hem bij een volgend bezoek van te voren bellen zodat hij me kan komen afhalen. Heel schijnheilig beloof ik dat ik dat zal doen. De afgelopen twee maanden ben ik alles bij elkaar nog geen volle week in Buenos Aires geweest. Voor mijn werk ben ik van het ene eind van de wereld naar het andere eind gereisd, mijn lichaamsklok is totaal van slag door de tijdverschillen. Eindelijk voor minstens een week of twee terug naar huis. Midden in de winter vertrokken, in het voorjaar terug. Dat is goed te zien. De eerste jacarandabomen, die de stad normaal gesproken in de tweede helft van oktober een prachtig lila en paars aanzicht geven, staan al in bloei. In het park tegenover ons appartement scheren de zwaluwen vlak voor zonsondergang over de boomtoppen. Daarom is misschien wel de openluchttentoonstelling “De aarde vanuit de hemel gezien” van Yann Arthus-Bertand tijdens mijn afwezigheid afgebroken. Gewoon om te voorkomen dat al die nestelende vogels met het voorjaar in het hoofd de foto’s zouden onderpoepen. Het is minstens drie maanden geleden dat ik voor de laatste keer een expositie in het Culturele Centrum van Recoleta heb bekeken. Tijdens de wintermaanden is er druk gehuisvlijt in Argentinië. Zo zijn er figuur gezaagde triplex heiligenfamilies en “gezellige” ceramiek te zien. Onooglijke bloempotten in de vorm van een schildpad en een neushoorn, het culturele centrum onwaardig! Veel, zo niet alles, wordt goedgemaakt door de grote overzichtstentoonstelling van foto’s van Annemarie Heinrich. Klassieke zwart-wit glamourportretten die ze tussen de jaren 1935 en 1980 van tientallen Argentijnse filmsterren, musici en politici maakte. Én een hand vol controversiële naaktfoto’s. Destijds een schandaal, met hedendaagse ogen bekeken buitengewoon onschuldig. In een vitrine ligt een foto van Evita met een briefje ernaast ”Ontvangen van Fotostudio Annemarie Heinrich alle films uit mijn archief met foto’s van Mevrouw Eva Duarte de Perón, vijftien in totaal.” Na de dood van Evita had Heinrich al die opnamen moeten inleveren bij het Ministerie van Informatie. Ze heeft ze nooit meer terug gekregen. In La Bombonera, het stadion van Boca Juniors, zitten allerlei Nederlanders op de tribune. Twee blitse jongens in een lichtblauw Feyenoord jack vallen behoorlijk uit de toon tussen de in Bocashirts gestoken supporters. Ze zijn aan het scouten. Aan de overkant zit PSV trainer Guus Hiddink in een skybox. Zou hij nog steeds in Carlos Tevez zijn geïnteresseerd? De Feyenoorders vinden de vraagprijs van tien miljoen dollar voor “een speler die zich nog moet bewijzen” in ieder geval veel te hoog. Zwemkampioene Inge de Bruin is ver van huis opeens wereldberoemd. “De vrouw die Máxima het bloed onder de nagels vandaan haalde” staat er op de grote affiches met een sexy foto van “Inky” die overal in de stad hangen. En “De andere Koningin van Nederland.” Argentijnen begrijpen stukken beter dan wie dan ook dat een vrouw met een lekker strak lichaam veel meer in de smaak valt dan een ietwat mollige vrouw zoals hun tot prinses gepromoveerde landgenote. Ooit zag ik de tangozangers María Grana optreden en fluisterde mijn geliefde toe “zo ziet Máxima er over tien jaar ook uit!” Ik zag dat schrikbeeld helemaal voor me. Een mollige middelbare vrouw met geblondeerd haar die ijverig bezig was zich jaren jonger voor te doen, wat uiteraard niet lukte. Argentijnse collega’s beklagen zich dat “mijn kroonprins” er een liefje op nahoudt die “hun prinses” aan het huilen maakt. Ze willen niet geloven dat de hier gepubliceerde foto van een onschuldige omhelzing in ons land geen moer voorstelt. Gelukkig is volgens “Caras”, een ander roddelblad, alles inmiddels weer koek en ei tussen de kroonprinselijke echtelieden “Máxima lacht weer. Eerste huwelijkscrises overwonnen“ staat er naast de wat truttige foto op de omslag. Er boven staat een “femme fatale” foto van Inge passend bij haar rol van “De zwemster die de prins verblindde.” Op deze manier word ik op een volle dagreis van het vaderland, iedere keer opnieuw geconfronteerd met het onbenulligste soort “nieuws” dat ik me maar kan voorstellen. De ooit zo gevoelig door Jenny Arean en Frans Halsema gezongen versregels van Annie M.G. Schmidt “Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe. Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten waar naar toe” krijgen in Buenos Aires een veel diepere betekenis dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. |