|
DAGBOEK LISSABON - 3 (16092004) Maandag, 6 september 2004. In plaats een “café da manhã - ochtend koffie” te bestellen, zoals ik dat in Brazilië heb geleerd, moet er Lissabon om een “pequeno-almoço - kleine lunch” worden gevraagd als je wilt ontbijten. Zo zijn er nog meer andere woorden voor hetzelfde. Het Portugees in Lissabon wordt ook heel anders uitgesproken dan dat in Rio en klinkt in mijn oren eerder als Spaans, zowel qua uitspraak als qua zinsbouw. Gelukkig zien de golvende patronen van de bestrating van sommige trottoirs en pleinen er wel precies hetzelfde uit als in Rio. De Praça Rossio bijvoorbeeld zou zo in Copacabana kunnen liggen, hoewel in Lissabon zowel het strand en de allure van Rio ontbreken. Via de straten van de Baixa, de benedenstad, klauter ik naar de Kathedraal van Lissabon. Het is de oudste kerk van de stad waarvan de bouw in het jaar 1150 zou zijn begonnen op de plaats waar de Moren eerder een moskee hadden gebouwd. Het interieur valt opnieuw wat tegen, mooier dan de kerken tot nu toe, maar nog steeds veel minder dan de prachtige barokke kerken uit het koloniale Brazilië. Het kerkgebouw heeft de twee grote aardbevingen van 1344 en 1755 doorstaan, maar bleef niet ongeschonden. Op het grote tegeltableau in het Museu do Azulejo, waarop de stad staat afgebeeld zoals die er uitzag voor de grote aardbeving van Aller Zielen 1755, worden de beide torens nog bekroond door sierlijke puntdaken. Om de volgende kerk en de volgende serie tegeltableaus te bekijken moet er verder worden geklommen. De kerk van Santa Luzia, die aan de Maltezer Orde toebehoort, is gesloten. Dat is erg jammer omdat er binnen fraaie grafmonumenten van de Ridders van de Orde te zien zouden zijn. Naast de kerk ligt een klein parkje met een wijds uitzicht over de Taag en opnieuw mooie tegeltableaus op de buitenmuur. Dit compenseert het missen van het interieur enigszins en komt goed uit want op maandag schijnen museums wereldwijd te zijn gesloten en moet de schoonheid van de stad noodgedwongen langs de straten, op de pleinen en in de kerkgebouwen worden gezocht. Nog verder omhoog zie ik weer een andere kerk, de straten er naar toe hebben een helling die zelfs door menige auto met enige moeite wordt genomen: Op de Largo da Graça, het wordt haast eentonig, een nog grotere kerk en een nog beter uitzicht. Naar links het Kasteel van São Jorge en de rivier en deze keer naar de overkant van de stad, de Bairro Alto. Vanaf dit hoge punt in de wijk Alfama is goed te zien dat de benedenstad in een soort dal tussen twee van de zeven heuvels ligt waarop Lissabon is gebouwd. Bovendien valt het ontbreken van torenhoge appartementen of kantoorgebouwen op. Zou de torenflat nog niet tot Portugal zijn doorgedrongen of is er zoveel ruimte dar er doodgewoon geen behoefte aan bestaat? Op de heuvel aan de andere kant zou de mooiste kerk van Lissabon moeten liggen en ik heb de moed nog niet opgegeven om eindelijk eens een uitzonderlijk mooi kerkinterieur te zien. Via snel aflopende smalle straatjes en de hoge steile trappen van Alfama daal ik af naar de benedenstad en loop daar in een vloek en een zucht van de ene kant van het centrum naar de andere. Werkelijk alles in deze stad is aan te lopen. Nu kiezen hoe ik met de minste moeite naar de bovenstad kan klimmen. De steilste klim is de straat van het trammetje van de elevador van Gloria, verderop is het nog wel net zo hoog maar stijgen de straatjes en trappen veel geleidelijker. Op mijn gemakje klimmend, bereik ik de Praça de Principe Real en loop vandaar naar de miradouro de São Pedro de Alcântara in de richting van de Igreja de São Roque en …….loop de kerk straal voorbij. Niet voor de eerste keer. Ik realiseer me dat ik hier op zaterdag ook ben langs gekomen en dat het gebouw me toen evenmin opviel. De binnenkant is spectaculair. De pracht en praal van de kapellen benadert bijna die van de Braziliaanse barokkerken in Ouro Preto en Salvador. Goud, ivoor, marmer, engeltjes, prachtige beelden en schilderijen, het is allemaal in aanzienlijke hoeveelheden in deze 16e eeuwse door de Jezuïeten gebouwde kerk aanwezig. De kerkschatten worden goed beveiligd, als ik voorover leun om iets van wat dichterbij te bewonderen, beginnen de alarmbellen door de stille grote kerk te schallen. Arrestatie blijft uit, er komt zelfs niemand op me af voor een strenge terechtwijzing, kennelijk ben ik nummer zoveel die volkomen onschuldig op zijn plaats wordt gezet. Saint Rock wordt de kerk in een Engelstalige folder die in de kerk ligt genoemd, zou dat in het Nederlands Sint Rots zijn? Genoeg kerken gezien voor vandaag, via de bovenstad zak ik af naar de rivier. Hier en daar staan de laatste getuigen van de grote brand van 1988 in de vorm van gebouwen die nog niet gerestaureerde of herbouwd zijn. Op de Praça do Comércio sta ik voor mijn gevoel opeens midden in Buenos Aires, het is echter min of meer een fata morgana. Het plein herinnert in niets aan de Argentijnse hoofdstad, maar de tentoonstelling die er is te zien des te meer. “De aarde vanuit de hemel gezien” is een expositie van de Franse fotograaf Yann Arthus-Bertrand die al maanden in het park tegenover ons huis in Buenos Aires staat opgesteld. Precies dezelfde fototentoonstelling staat hier op het plein in Lissabon. Het is een tentoonstelling die de hele wereld rondreist en in 2003 nog in Amsterdam op het Stoperaplein was te zien. In Lissabon staan de foto’s op een sfeerloos kaal plein in plaats van onder de sfeervolle groene bomen van de Plaza San Martín, maar toch. Het geeft me sterk het gevoel dat het tijd wordt om terug naar ons thuis ver van huis te gaan. Dinsdag, 7 september 2004. De laatste volle dag in Lissabon is restjesdag. Op een heuvel tegenover het Gulbenkian Museum zag ik zondag een mooie nieuwe moskee in aanbouw. Mooi in mijn ogen tenminste. Een ontwerp dat overduidelijk moet zijn geïnspireerd de eenvoudige met gele klei gebouwde moskeeën die je aan de zuidelijke rand van de Sahara in West Afrika zo vaak ziet. Die bedehuizen hebben aan de buitenkant een opgang die als een slang om de minaret krinkelt om de muezzin in de gelegenheid te stellen vanaf een hoger gelegen punt de gelovigen tot het gebed op te roepen. Mooie traditionele bouw in een modern jasje in tegenstelling tot zo´n overdreven kleurrijke hoge moskee die Turkse of Marokkaanse moslims zo graag in Nederlandse steden bouwen. Ik kan me niet voorstellen dat een moskee zoals deze in het vaderland weerstand zou kunnen oproepen. Bij de ingang zit een uit Afrika afkomstige bewaker aan wie ik vraag of het mogelijk is de moskee van binnen te bekijken. Dat is geen enkel probleem. Hij heet Abudu en is oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van Mozambique. Net zoals elders langs de oostkust van Afrika wonen daar veel moslims, de erfenis van de intensieve handelsbetrekkingen met het Arabische schiereiland voordat Afrika in 1884/85 in Berlijn onder de machtigste Europese staten van toentertijd werd verdeeld. Abudu leidt me rond door het niet al te grote moderne en eenvoudige gebedshuis. De centrale gebedsruimte doet Calvinistisch streng aan. Slechts een spreekgestoelte voor de iman, verder geen opsmuk of versiering die de aandacht van Allah zou kunnen afleiden, zoals in de sobere Hervormde kerken die ik me herinner van erg lang geleden. Hoewel, in de moskee gaat men zelfs nog een stapje verder. “Hier beneden mogen alleen de mannen naar binnen” wordt me uitgelegd “daar boven is de ruimte voor de vrouwen, anders zouden de mannen kunnen worden afgeleid. Je weet hoe gemakkelijk dat gaat als er vrouwen in de buurt zijn.” Dat beamen, is het enige dat ik kan doen. In de gang een bord waarop de datum volgens de Islamitische en Christelijke jaartelling staat, de tijd dat de zon op en ondergaat en de uren voor het gebed voor deze dag. We kunnen lekker over Afrika kletsen. Als zeeman is hij bijna overal geweest en is verrast dat ik de minuscule voormalige Portugese kolonie São Tomé ken. Het eiland ligt precies op de evenaar op een uur vliegen uit de kust van Gabon. In de jaren dat ik in Libreville woonde, ben ik er een paar keer met mijn toenmalige Gabonese geliefde voor een lang weekeinde naar toe gevlogen. Niet dat er veel was te beleven, gewoon voor de afwisseling want net als Gabon was het een tamelijk saaie bestemming. De Portugezen hadden het eiland lang als tussenstation voor de slavenhandel naar de Nieuwe Wereld gebruikt en het zeer vruchtbare vulkaaneiland in een gigantische cacaoplantage omgetoverd. Toen São Tomë in 1975 onafhankelijk werd en een Marxistisch bewind de teugels in handen nam, waren vrijwel alle Portugezen al vertrokken met achterlating van een ver van het moederland verwijderd Portugese hoofdstad met dezelfde naam in de tropen. Dat totaal verwaarloosde stadje op een totaal verarmd eiland bezocht ik in de tweede helft van de jaren 1980 een paar keer. Als een soort tegenprestatie voor de zoete herinneringen aan Afrika die het spontane moskeebezoek in Lissabon bij me oproept, spoor ik Abudu aan de collectie Islamitische kunst in het museum aan de overkant te gaan bekijken nadat hij me bekende er nog nooit naar binnen te zijn geweest. Ik haal de computer uit mijn rugzak en laat hem de foto’s zien die ik er heb gemaakt. De koranteksten overtuigen hem ervan dat het misschien best de moeite waard zou kunnen zijn om er op een zondag, als de toegang gratis is, eens naar toe te gaan Met de ondergrondse en de tram ga ik nog een keer naar Belém om de kerk van het Mosteiro dos Jerónimos en het Padrão dos Descobrimentos te bezoeken. Met de bouw van de kerk werd aan het begin van de zestiende eeuw begonnen om de succesvolle reis van Vasco da Gama naar India te herdenken. Da Gama zou in de kapel die eerder op dezelfde plaats door Hendrik de Zeevaarder was gebouwd, hebben gebeden voor de goede afloop van zijn ontdekkingsreis hebben gebeden. De buitenkant van de kerk is rijk gedecoreerd, het interieur is imposant, maar ik heb de afgelopen dagen teveel kerken van binnen gezien en begin aan kerkmoeheid te lijden. Aan de overkant van het park tegenover de kerk ligt aan de Taag het monument dat werd opgericht om de 500ste sterfdag van Hendrik de Zeevaarder, de inspirator van de Portugese ontdekkingen, te herdenken. Het tijdens de regering van de rechtse dictator Salazar gebouwde monument ziet er socialistisch-realistisch uit. Het heeft de vorm van een karveel, het kleine scheepstype uit de 15e en 16e eeuw. Op de “boeg” Hendrik de Zeevaarder met in zijn kielzog de ontdekkers Vasco da Gama (India), Pedro Cabral (Brazilië) en Bartolomeus Dias (Kaap de Goede Hoop) en anderen die een belangrijke bijdrage aan de grootsheid van het Portugese wereldrijk van destijds hebben geleverd. Bovenop het 54 meter hoge monument is een terras met een mooi uitzicht over de rivier en Belëm en op het mozaïekachtige gedenkteken op het plein ervoor. Dat is een in een grote windroos gevangen wereldkaart waarop met jaartallen is aangegeven welke plekken in welk jaar door de Portugezen werden ontdekt. Een eerbetoon van het toen nog “aparte” Zuid Afrika om Portugal te bedanken voor de ontdekking van Kaap de Goede Hoop. Woensdag, 8 september 2004..Tot mijn teleurstelling heb ik in de Portugese hoofdstad tevergeefs naar een volkenkundig museum gezocht. Daar begrijp ik niets van. De Belgen, die een beduidend kortere koloniale historie hebben, tonen een rijke collectie in het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Daar zouden in de kelders bovendien vele duizenden objecten liggen die nog nooit zijn tentoongesteld. Zijn er tijdens die honderden jaren van Portugese ontdekkingsreizen en kolonisering dan nooit eens mooie objecten mee terug naar huis genomen of gestuurd? Het regent en het is kil. Op straat lopen een paar Portugezen van Afrikaanse afkomst al met een winterjack aan. Tijd om via Nederland terug naar Buenos Aires te gaan waar het voorjaar tenminste in aantocht is, in plaats van de herfst. |