DAGBOEK KUALA LUMPUR - 2 (15082004)

Zondag, 8 augustus 2004 - vervolg. De straten waar ik gisteren niet verder kon wandelen wegens het ontbreken van trottoirs kan ik vandaag vermijden. Zo bewijst het vastlopen en omlopen alsnog z’n nut. Een taxi nemen zou natuurlijk het gemakkelijkste zijn, veel te gemakkelijk naar mijn zin. De snelste route naar het oude spoorwegstation is de rivier volgen tot aan de oude moskee en een stukje verderop geleidelijk rechts uit de flank gaan. Het is ’s ochtends om 11 uur eigenlijk al te warm voor een wandeling. Zelfs langzaam aan doen helpt niet om het transpiratievocht terug te dringen.

Eerder dan ik dacht, komt de achterkant van het zeer herkenbare station in zicht. KL is veel compacter dan de stadsplattegrond suggereert en afstanden zijn dientengevolge veel korter. Tot mijn verbijstering is het gebouw helemaal fout gemoderniseerd. “Verziekt” drukt eigenlijk beter uit wat hier is uitgehaald door de “opknappers.” Aan de achtergevel van het uit 1892 daterende complex is over de hele lengte een plastic overkapping over het trottoir gehangen om de zich naar de trein spoedende reizigers te beschermen tegen de zon of regenwater. Dwars voor een andere gevel is een voetbrug over het spoor gebouwd. Het lijkt echt nergens op. Het station is architectonisch een evenbeeld van de gebouwen van het koloniale bestuur, ook hier veel koepels die een tegen de gevel geplakt trappenhuis bekronen. Open galerieën op alle verdiepingen, Arabisch aandoende kozijnen zonder ramen. Letterlijk luchtige gebouwen ontworpen door Britse architecten in wat zij zelf als “de Moorse stijl” omschreven. Gelukkig ziet de voorkant van het station er nog min of meer onaangetast uit. Het is best een bizar gebouw. Waarom heeft een station al die torentjes zonder functie nodig, wat is het nut van al die koepeltjes en minaretjes? Geen enkel toch? Het is meer in de sfeer van het oog wil ook wat of is dit juist heel kenmerkend voor de Moorse stijl? Het laatste denk ik.

Tegenover het station ligt het hoofdkantoor van de nationale spoorwegen, wat statiger maar eveneens Moorse stijl. Schuin daar weer achter ligt de “Masjid Negara - de Nationale Moskee” een gebouw waar die stijl gepast zou zijn geweest. De moskee ziet er juist lekker strak en functioneel uit, voor zover dat voor een gebedshuis mogelijk is. Leuke pictogrammen bij de ingang “Toeristen Welkom” schoenen verboden, roken verboden, draagbare telefoon uit, korte broek verboden, lange broek verplicht, korte rok verboden, kaftan tot op de voet en hoofddoek verplicht. Voor de dames die toevallig geen kaftan of hoofddoek bij zich hebben, staat er een rek dat volhangt met beide voor moskeebezoek kennelijk onontbeerlijke attributen. Schoenen uit, sokken uit en op blote voeten de moskee in. Het is binnen wonderbaarlijk koel dankzij een natuurlijke ventilatie. De bewaker van de grote centrale gebedsruimte vraagt of ik Moslim ben. Na mijn ontkenning zegt hij dat de moskee gesloten is. Iedereen die bevestigend antwoordt, mag echter wel naar binnen om op zijn gemak te filmen of te fotograferen. Noodgedwongen moet ik mijn foto’s van de mooie blauwe glas in lood ramen van op afstand schieten. Hoewel ik mij enigszins gediscrimineerd voel, kijk ik rond op de plekken waar moslims minder in zijn geïnteresseerd. Zo ontdek ik de school die een verdieping lager ligt. Daar hangt buiten de klaslokalen op de muur een uitgebreide handleiding over hoe een goede moslim zijn gebeden dient te zeggen, inclusief alle gebedshoudingen. Dat vind ik wel aardig, wat me echter verbaast is de herhaalde waarschuwing dat men zijn waardevolle eigendommen goed in de gaten dient te houden. Herinneringen aan mijn jaren in Libreville, de hoofdstad van Gabon, strijden om voorrang. Eén daarvan is dat de gemiddelde nachtwaker tijdens een sollicitatiegesprek als meest betrouwbare referentie zijn geloof opgaf “ik ben moslim, dus te vertrouwen want ik steel niet!”

Even voorbij de moskee is het Maleisische Museum voor Islamitische Kunst gevestigd. Wit gepleisterde gevel, slechts de ingang is omlijst met een eenvoudige, maar mooie decoratie waarin de kleur blauw de boventoon voert. Boven de ingang, hoe kan het ook anders, een tekst uit de Koran. De doelstelling van het museum “het bevorderen van het begrip en de waardering van de kunsten, culturen en levenswijze van deze fantastische en glorieuze beschaving” is niet gering. Het maakt zelfs de niet Moslim nieuwsgierig naar de collectie, die de grootste ter wereld zou zijn. In de benedenzaal een speciale expositie die “Dancing ink and brush - dansende penseel en inkt” heet en Chinese karakters door de eeuwen heen laat zien. Gelukkig zijn er een paar in het Arabisch gepenseelde Koranteksten te zien, zodat er toch nog een Islamitisch aspect kan worden getoond. Het is echt iets voor de liefhebbers, de meeste bezoekers houden het al snel voor gezien. In de hoger gelegen zalen wordt de vaste collectie van het museum thematisch gegroepeerd getoond. Juwelen, aardewerk, korans, munten, wapens, textiel, enzovoort. De vraag die mij bezig houdt is wat de tentoongestelde voorwerpen tot Islamitische kunst verheft. Wat is er nu zo islamitisch aan een kris of een mooie gedecoreerde schaal? Het feit dat er een korte tekst uit de Koran op staat? Daar lijkt het wel op. Dat maakt de collectie, hoewel misschien best de moeite waard, gelijktijdig redelijk saai. Het allerergste vind ik de grote zaal met schaalmodellen van een aantal belangrijke moskeeën in de wereld en een galerij waar een wereldklok de gebedstijden aangeeft met ernaast een luispreker waaruit aan de lopende band koranteksten klinken en een beeldscherm waarop diezelfde tekst kan worden gevolgd.

Niet met de bedoeling om iets te kopen, maar uit pure nieuwsgierigheid neem ik een kijkje in de grote museumwinkel. Niet veel aan, tenzij je liefhebber bent van “van alles en nog wat met een tekst uit de koran erop.” De leukste koopjes zijn in de kinderafdeling te vinden. Wie zou er niet dolgelukkig zijn met het bordspel “Quran Challenge - a fun way to learn the quran” of met het educatieve kinderboekje formaat Nijntje met de titel “Vader heeft een baard.” Vader heeft als goede Moslim dus inderdaad een baard, broertje heeft dus geen oorbellen, zusje weer wel, en zo verder. Aan de piercing of tatoeage zijn ze nog niet toe. Zo worden de vooroordelen van “de levenswijze van deze fantastische en glorieuze beschaving” dus aan de volgende generatie worden door gegeven.

Maandag, 9 augustus 2004. “Kijk uit dat je niet in het water valt” is het welkom dat ons in Restaurant Frangipani ten deel valt. Als mijn ogen aan het halfduister zijn gewend, ontdek ik een soort ondiep zwembad dat het grootste deel van de begane grond van het restaurant in beslag neemt. Aan de rand van het water schuif ik aan voor het werkdiner van vanavond. Omdat er geen plaats genoeg was in de geboekte auto’s boden collega Chris en ik aan om een taxi te nemen. Dat is niet zonder risico, want het is een bekend gegeven dat de taxichauffeurs van KL nauwelijks de weg in hun eigen stad kennen en wij helmaal niet. De langdurige aanwijzingen die door de hotelportiers aan de chauffeur werden gegeven, gaven niet de indruk dat hij echt wist waar wij naar toe moesten. Na een kwartier of zo stopte de taxi midden op de populaire winkelstraat Bukit Bintang en mompelde de man iets dat op “Frangipani” leek. Achterdochtig als we waren, vroegen we hem om het restaurant aan te willen wijzen, wij konden het namelijk niet ontdekken. “Daar ergens” was de reactie. Wij vertelden hem de taxi niet uit zullen gaan voordat we de naam van het restaurant met eigen ogen konden zien. Na wat stommerdje spelen, stapte de chauffeur uit om navraag te doen. Hoe zeer hij ook z’n best deed, niemand had van het restaurant gehoord. “Ze hebben je bij het hotel toch verteld waar je naar toe moest?” Dat bleek maar half waar te zijn “ergens op Jalan Bintang - Bintang Road” was de aanwijzing die hij had gekregen. We reden wat achteraf straten door en kruisten Bukit Bintang halverwege, vlakbij het station van de monorail. Uit mijn rechter ooghoek zag ik de neonverlichting van Planet Hollywood waar tegenover, volgens de wat desperaat wordende chauffeur althans, het restaurant zou moeten zijn. Collega Chris vertelde hem nogmaals dat we de auto niet uit zouden gaan voordat we voor de deur van Frangipani zouden staan, punt uit! Ten einde raad vroeg de taximan of wij het telefoonnummer van het hotel bij ons hadden. Ja dus. Hij belde, stapte weer in en reed een heel andere straat in waar we na een paar minuten voor Restaurant Frangipani konden uitstappen. Schaapachtige verontschuldigingen toen ik hem bedankte voor de rondrit door de stad.

De vergadering die volgt is nuttig, het eten erg lekker tot en met het verrassende toetje. Net als de twee collega’s die naast mij zitten, heb ik trek in tiramisu. “One shot?” vraagt de bediening. Een wat vreemde vraag die in Engelstalige landen meestal door een barkeeper wordt gesteld om er achter te komen of je een gewone of dubbele portie sterke drank wilt nuttigen. Alledrie denken we dat het over een likeurtje bij de tiramisu gaat en begrijpen er niets van als we ieder drie borrelglaasjes met vocht geserveerd krijgen en er aanwijzingen worden gegeven in welke volgorde die glaasjes dienen te worden geleegd. Voor het eerst van mijn leven drink ik tiramisu. Niet slecht, maar volgende keer toch liever weer de variant met de lange vingers.

Dinsdag, 10 augustus 2004. Na bijna een week proberen heeft iemand kaartjes te pakken gekregen voor de Twin Towers. Niet dat je helemaal omhoog mag. Hét grote evenement is om naar de eenenveertigste verdieping te gaan en daar de loopbrug tussen de twee torens over te steken. Ik had gehoopt om op tijd uit mijn vergadering te kunnen ontsnappen, want de kaartjes zijn alleen geldig op het uur dat erop staat aangegeven. Kom je eerder of later dan moet je wachten of heb je gewoon pech gehad. Dat laatste overkomt mij, de vergadering duurt maar voort en zo mis ik deze kans.

Voor morgen heb ik een trip naar de historische stad Malakka op het programma staan. In de excursie die mijn werkgever aanraadt heb ik geen zin. Hoewel het iets meer voorbereiding vereist, regel ik dit soort zaken zelf minstens net zo goed en een heel stuk voordeliger. Hoe laat vertrekt de bus, waar vandaan, wat kost het? Ooit ben ik met de bus van Malakka naar KL gereisd en had toen gemakzuchtig een kamer genomen in het hotel dat er bovenop staat. Dat busstation heet Puduraya, op de kaart ontdek ik een station van de stadsspoorweg, dat Pudu heet. Aan het loket vraag ik of er voor Puduraya op het station van Pudu moet worden uitgestapt, waarop bevestigend wordt geknikt. Vol zelfvertrouwen stap ik in de lekker gekoelde trein, maar in Pudu weigert het tourniquet mij door te laten. “Verkeerde station” roept een vriendelijke beambte “je moet zeker naar het Puduraya busstation? Twee stations terug!” Heerlijk toch dat je in KL niet eens op het verkeerde station kunt uitstappen. Of je het wilt of niet, je komt altijd goed terecht!

Diep in de nacht bekruipt me het gevoel van “tijdens de verbouwing gaat de verkoop gewoon door” als een collega in Buenos Aires meldt dat het tijd wordt om te gaan lunchen. Op dinsdagmiddag welteverstaan. In Kl is het inmiddels ver na middernacht en al woensdag. Ik wens haar smakelijk eten en zij wenst mij welterusten. Woensdagochtend om zeven uur in KL zit een andere collega in Santiago de Chile nog op dinsdagavond om zeven uur op kantoor en wil me spreken. “Hoogste tijd voor je om naar huis te gaan” mail ik heel sociaal als excuus, want ik sta op het punt om naar Malakka te gaan.

Wordt vervolgd.