FIESTA URBANA (21072004)

De verkeersopstopping op zaterdagmiddag in het centrum van Buenos Aires is wel wat raar, maar ik besteed er verder geen aandacht aan. De bijna rituele late weekendlunch in ons favoriete restaurant is op dit moment een heel stuk belangrijker. Pas als mijn maag is gevuld, wordt mijn nieuwsgierigheid weer geactiveerd. Een deel van de Calle Viamonte wordt geblokkeerd door doormidden gezaagde olievaten waarin houtblokken liggen te branden. Een demonstratie op zaterdag? Dat is haast onmogelijk. Zelfs de piqueteros, de vrijwel dagelijks demonstrerende langdurig werklozen, rusten tijdens de weekeinden uit. En net zoals de werkende Argentijnen verdwijnen ze gedurende de zomer- en wintervakantie een paar weken uit het straatbeeld.

Direct na de vaten staat de hardrockband “Patada de Loco” te spelen. De zanger schreeuwt zich de longen zowat uit zijn lijf. Na de hardrockband zitten er drie rijen witte plastic babypoppen op het wegdek, keurig in het gelid. Naast de handtekening van de maker staat “begin hier te lezen” op het asfalt. Om de tekst te kunnen ontwaren, moet je om alle poppen heen lopen. “Nacemos y nos crean del mismo ¡che! - We zijn op dezelfde manier geboren en gemaakt ¡che!” “Che” is een veel gebruikt en onvertaalbaar Argentijns stopwoordje. Achter de poppen staat een in een dwangbuis geklede paspop, ’t Is net een commandant die zijn troepen overziet. Achter hem zit een poppenechtpaar met kind in een cirkel waaronder “protección - bescherming” staat geschreven. Terwijl ik het kunstwerk bekijk, komt de maker op me af “Ben je in kunst geïnteresseerd?” vraagt hij. Enof ik dat ben. Martin Villalba heet de bedenker van deze mega-installatie, die fantasieloos “Dolls” is gedoopt. “Hier heb je veel ruimte voor nodig, dat doe je zeker niet al te vaak?” Dat valt volgens Martin reuze mee, hij heeft zijn grote installaties waar ook ter wereld geëxposeerd. “Zowel op de openbare weg als in galerieën.” Ik vraag hem om een toelichting op zijn werk te geven, hij vindt dat ik de tekst maar moet gaan lezen. Even later draait hij wat bij. Hij zal me zijn telefoonnummer geven en het adres van zijn website. We gaan naar het tafeltje waar zijn vrouw en kind hem gezelschap houden. Op straat liggen naast de kinderwagen twee poppen van papier-maché. Het zijn afdankertjes “die gaan zo meteen thuis de vuilnisbak in.” Alle poppen zijn van een streepjescode voorzien die verwijst naar de eenheidsworst die de huidige maatschappij is. “Kijk zo eindigen we straks allemaal, in het gekkenhuis, in een dwangbuis!” zegt hij wijzend naar de paspop. Alsof dat figuurlijk al niet het geval is.

Ik bevind me zowaar in het tweede “fiesta urbana” dat zich laat vertalen als “stadsfeest.” Het is echter meer een straatfeest, een moderne braderie. Geen oude, maar nieuwe ambachten, geen klompendansen, maar buikdansen en candombé, geen kantklossen maar moderne kunst. Een tangozangeres met wollen handschoenen aan, een rockband met heel erg nodige ijsmutsen en oorwarmers op. De stoelen en tafeltjes die uitnodigend op straat zijn gezet, blijven leeg. Er staat een gemene koude wind, het is alles behalve terrasjesweer. Zelf vlucht ik noodgedwongen af en toe een café in om een kop warme koffie te scoren. Een Cubaanse groep vraagt zich waarschijnlijk af waarom ze niet op hun lekker warme eiland zijn gebleven en de onvrijheid van het bewind van Fidel Castro maar op de koop toe hebben genomen. Ondanks hun dikke winterjacks en sjaals, staan ze het al zingend over de zon af te pikken van de kou. Hoewel ik geen liefhebber van “Arabische dansen” ben, bewonder ik de danseressen die na de Cubanen optreden, om hun moed welteverstaan. Met slechts een behaatje en een harembroek aan dansen ze erop los alsof ze midden in een Arabische woestijn zijn, terwijl de toeschouwers zichtbaar staan te blauwbekken.

Om de hoek een expositie van leerlingen van de “Vereniging ter Stimulering van de Schone Kunsten” die twee straten verderop haar hoofdkwartier heeft. De gevel van dat gebouw is buitengewoon smakeloos gedecoreerd. Het lijkt erop dat het een reflectie is van de kwaliteit van het werk dat binnen wordt gemaakt. Wat mij betreft zou hetgeen hier op straat staat nog wel wat extra stimulering kunnen gebruiken, er is niet veel aan. Op slechts een of twee artiesten na. Het fleurige werk van de schilderes Mena Alejandra kan er mee door. Haar met brede streken geschilderde portretten steken zonder meer boven de onbenullige landschapjes en stilleventjes uit. Het meest verrassend vind ik echter de schilderijen van Rodrigo de la Cruz Acuña. Veel treinen, stations, volle perrons, wanhopige passagiers en de engel de doods, die er voor mijn gevoel als vanzelfsprekend bij aansluit. “Ik hoor niet bij die lui hoor!” distantieert hij zich onmiddellijk van het broddelwerk van de naast hem exposerende collega’s.

Rodrigo de la Cruz, dat zoals hij uitlegt zijn voornaam is, woont in Ezeiza. Dat stadje ligt met de auto via de snelweg op een dik half uur uit het centrum van Buenos Aires. Rodrigo heeft echter geen auto, hij reist met de trein. Van tijdens het spitsuur forenzende collega’s weet ik dat zoiets geen onverdeeld genoegen is en dat is wat Acuña met zijn doeken wil laten zien. Het werk spreekt me erg aan. Is het de thematiek, zijn het de kleuren, de mystiek? Zijn schoonzoon komt mij gezelschap houden. Nicolas is fotograaf en legt vooral het vaak brute politieoptreden in de Argentijnse hoofdstad vast. Terwijl hij kletst, blijf ik naar de doeken kijken en ontdek steeds weer nieuwe aspecten. Het wordt vroeg donker, gelukkig exposeert Acuña voor een fel verlichte winkeletalage. “Waarom koop je er niet een?” moedigt schoonzoon mij aan. Dat wil ik graag, maar welke? Het wordt een wat groter doek met een perronscène die in mijn ogen de strijd om het dagelijks bestaan zeer treffend weergeeft. Rook en vuur, veel beweging en veel kleur. De koop wordt snel gesloten, we willen allebei naar huis. Voor mij zijn dat minder dan driehonderd meter wandelen met één schilderij. Rodrigo en Nicolas moeten met een stuk of tien onverkochte doeken met de trein terug naar Ezeiza. Dé manier om inspiratie op te doen voor meer kleurrijke berichten uit het inferno van Buenos Aires.