DE WEEK VAN DE BANDONEÓN - 2 (16072004)

Nadat ik op zondag 11 juli, de 90ste geboortedag van Troilo, de boodschappen voor deze week heb besteld, loop ik tegen 10 uur “Het Hoekje - La Esquina de Aníbal Troilo” binnen om koffie te gaan drinken. In Buenos Aires worden de boodschappen gelukkig nog heerlijk ouderwets thuis bezorgd. Aan de gevel van de confiteria hangen een portret van Troilo en de afbeelding van een stoel waarop een bandoneón staat. Daarnaast staat “De bandoneón voelt zich triest en alleen. Zijn eigenaar is weg, zijn ziel is weg. Pichuco is niet meer” geschreven. Vlakbij de ingang de onvermijdelijke bronzen herdenkingsplakken, binnen een muur met foto’s, tekeningen en schilderijen waarop de grote meester alleen of met andere tango grootheden is afgebeeld. Tot mijn ergernis klinkt de stem van Sade uit de luidsprekers in plaats van een tango. Niet dat ik een hekel heb aan de muziek van de zangeres, die net zoals mijn geliefde uit Nigeria afkomstig is, maar hier verwacht ik echter de muziek van Troilo of tenminste een tango.

’s Middags is er op de koudste dag van het jaar, vanmorgen vroeg was het onder nul, weinig belangstelling bij het graf van Pichucu op de mega begraafplaats van Chacarita. Er liggen haast geen bloemen. Bij het graf van ex President Perón, wiens dertigste sterfdag op 1 juli werd herdacht, ligt het straatje nog vol met verleppende kransen. Zelfs bij het graf van de tangolegende Carlos Gardel is het drukker. Vier oudere heren zijn aan het schoonmaken. Ze poetsen de bronzen platen, ruimen de dode bloemen op en geven met graagte uitleg aan de weinige passanten. Ze hebben een bandrecorder bij zich waaruit uiteraard de stem van de “Carlitos” opklinkt. Ze zijn hier iedere zondag, vertellen ze. Ik mag hun plakboeken inzien en krijg als aandenken een paar slechte fotokopieën met foto’s van Gardel.

In de vooravond beleeft de film “Los Guardianes del Ángel - De Bewakers van de Engel” zijn voorpremière in het Culturele Centrum Generaal San Martín. De grote zaal zit nauwelijks halfvol. Het merendeel van de bezoekers zijn overduidelijk op een of andere manier bij het maken van de film betrokken geweest, dan wel familie of vrienden. De anderhalf uur durende documentaire, die volgens de aankondiging over het leven van Troilo zou gaan, gaat daar slechts zeer zijdelings over. Het is dan ook alles behalve een traditionele documentaire. Een aantal Argentijnse musici en tekstdichters haalt herinneringen op, de bandoneonspelers onder hen spelen een deuntje, maar er wordt vooral veel gedanst. Het is in mijn ogen een technisch gezien buitengewoon professionele film en de filmmuziek is zeer de moeite waard. Doch het enige dat ik na afloop meer te weten ben gekomen over het leven van Troilo is dat hij een fanatiek supporter was van de voetbalclub River Plate en dat hij niet te lang voor hij overleed eindelijk met zijn het orkest in het heilige der heilige, het Teatro Colón, mocht optreden.

Op maandagavond 12 juli kom ik onder lichtelijk valse voorwendsels aan een kaartje voor het formele slotconcert in het Teatro Colón. Een bevriende vertegenwoordigster van de Nederlandse radio en televisie heeft mij aangemeld als zijnde van de schrijvende pers om aan kaartjes te komen. “La prensa Holandesa” meldt ze geroutineerd brutaal bij de afdeling perscontacten, wij krijgen onze kaartjes en klimmen de trappen op naar loge nummer 7. Het Tango Orkest van de Stad Buenos Aires staat op het podium en wordt daar afgewisseld door ouwe getrouwen die nog in of met het orkest van Troilo hebben gespeeld. Het orkest speelt de zoetgevooisde tango’s vrijwel op de automatische piloot. De ouwe getrouwen spelen met wat meer passie, maar het lijkt regelmatig verdacht veel op een klassiek strijkje. Dat is misschien wel waarvoor de porteños zijn gekomen. De gitarist is nog niet eens klaar met zijn solo als een vrouw al orgastisch ”Bravo! Bravo maestro!” begint te schreeuwen. De zangeres Nelly Vazques houdt het gelukkig na één nummer voor gezien, haar stem moet het al jaren geleden hebben begeven. Desondanks wordt haar gekras met een gul applaus beloond. En dan die diploma uitreiking. Aan het eind van de avond ontvangen alle veteranen van de Stadsregering van Buenos Aires een diploma vanwege het simpele feit dat ze ooit samen met Pichucu op de planken hebben gestaan.

Het optreden op dinsdagavond 13 juli van het Carlos Buono Quinteto in het Culturele Centrum van de Coöperatie is een toegift. Volgens het officiële programma horen ze zelfs helemaal niet thuis in deze herdenkingsweek. Van Buono is dan ook bekend dat hij vaker de tango’s van Piazzolla speelt, dan die van Troilo, misschien zit de kleine zaal daarom wel stampvol. Een optreden van Bueno ruim twee jaar geleden zal ik niet licht vergeten. Op het hoogtepunt van de Argentijnse crises zaten er hooguit twintig bezoekers in een zaal met ongeveer driehonderd stoelen. Kort na het begin liep een Braziliaanse familie luidruchtig weg, toen waren er nog vijftien. Buono en zijn mannen deden net of ze voor een uitverkocht huis optraden en speelden enthousiast verder. Hetzelfde plezier stralen ze vanavond uit. Vlak voor het tijd is voor toegiften krijgt Buono een “originele kopie” van een bekend tangoschilderij. De 62 jarige bandoneonspeler barst bijna in tranen uit “nog nooit eerder zijn wij voor een tangofestival uitgenodigd” zegt hij geëmotioneerd “vanavond krijgen we eindelijk de erkenning waar we al zo lang voor vechten!” Een mooier slot van de “Week van de Bandoneón” had ik me nauwelijks kunnen voorstellen.