BOTICÁRIO (07062004)

Ondanks de nadrukkelijke waarschuwing van mijn werkgever om het niet te doen, neem ik in Barra de Tijuca gewoon een geel met blauwe taxi om vrienden aan de andere kant van Rio de Janeiro op te gaan zoeken. Ze wonen op de grens van de stadsdelen Laranjeiras en Cosme Velho. Vlakbij het Museum voor Naïeve Kunst en het spoorlijntje naar de top van de Corcovado, de plek waar het gigantische Christusbeeld staat dat over de stad waakt. Vanaf het terras van hun appartement, dat op de bovenste verdieping van het flatgebouw ligt, kijk je of je wilt of niet tegen Jezus op.

Voor veel minder dan de helft van wat een “veilige” taxi kost, rijdt de chauffeur me probleemloos via de kortste weg van Barra naar Laranjeiras. Geluk gehad? Flauwe kul! Net zoals ik op deze zaterdagmorgen, nemen dagelijks duizenden Cariocas zonder enig probleem een taxi. Ik vermoed al jarenlang dat mijn werkgever aan een milde vorm van paranoïde lijdt. Tot dat het tegendeel wordt bewezen natuurlijk.

Hoewel ik foto’s van een door de fameuze architect Oscar Niemeyer ontworpen schoolgebouw zou willen gaan maken, stelt de gastvrouw voor naar de Largo do Boticário - het Plein van de Apotheker te wandelen. Achteraf gezien een veel beter idee, het wordt zelfs een kleine ontdekkingsreis. Onderweg er naartoe passeren we de “Bica da Rainha - het Kraantje van de Koningin.” Een wat weggestopt monumentje waar een paar honderd jaar geleden water kon worden getapt dat geneeskrachtige eigenschappen zou bezitten. Koningin Maria van Portugal, vandaar de naam, zou deze plaats hebben gefrequenteerd toen het Portugese hof tijdens de Napoleontische bezetting van het vaderland in Rio de Janeiro resideerde. Een fabeltje?

Als het al een fabeltje zou zijn, is het in ieder geval wel een fabeltje dat omzichtig in stand wordt gehouden. Via het station, waar vandaan je met de meer dan honderd jaar geleden aangelegde spoorlijn naar een prachtig uitzicht over de stad kunt klimmen, en het ernaast gelegen Museo Internacional de Arte Naif do Brasil lopen we naar de Largo. Vanaf de drukke Rua Cosme Velho is het plein vrijwel onzichtbaar, ik ben er met de auto ontelbare malen onbewust langs gereden. Het plein is te bereiken via een steegje en een bruggetje over de Rio Carioca. Nou ja rivier, het is niet meer dan een onbetekenend bergafwaarts stromend beekje dat even verderop onder de straat verdwijnt. Een bord probeert de herinnering aan vroeger levend te houden: “De Tamoyo indianen baadden zich hier. Zij geloofden dat er geesten met magische krachten in het water woonden. Volgens de overlevering schonk het rivierwater schoonheid aan vrouwen en viriliteit aan mannen.” Tijd voor een spontaan bad zou je zo denken, maar daarvoor ziet het water er veel te vuil en dus weinig uitnodigend uit.

Voor mij is het min of meer vanzelfsprekend dat de apotheker Joaquim da Sliva Souto zich in 1831 juist op deze plek, aan wat toen nog de rand Rio was, vestigde. Rond het lommerrijke plein werden huizen in de koloniale Portugese stijl gebouwd. Die zouden echter alweer voor het eind van dezelfde eeuw worden vervangen door andere huizen van de destijds in zwang zijnde eclectische stijl. Hoewel eclectisch “het kiezen van het beste“ betekent, is het in mijn ogen meer een allegaartje van bouwstijlen geworden. Een van de voornaamste huizen heeft op de eerste verdieping een houten uitbouw die je in Spaanse steden tegenkomt en een gevel die van de Amsterdamse grachten afkomstig zou kunnen zijn. Later vervielen de huizen opnieuw en werden gerestaureerd met bouwmaterialen afkomstig van de historische panden in het centrum van de stad die werden gesloopt om de brede Avenida Presidente Vargas aan te leggen. Een paar zijn ondertussen voor de zoveelste keer aan een stevige opknapbeurt toe. De stucwerk op de gevels begint los te raken en in sommige sponningen zitten plastic vuilniszakken in plaats van vensterglas. Erg jammer.

In het voorportaal van een ander huis staat een artiest te aquarelleren. Het is de Chileen Carlos Solar Barrios. We maken kennis en spreken op de grens van het oude Rio Spaans met elkaar in plaats van Portugees. Raar. Als hij er achter komt dat ik Nederlander ben, wordt de penseel neergelegd. Hij moet me persé het huis laten zien waarvan een deel van gevel is bekleed met Delfts blauwe tegeltjes. Molens, zeilschepen, een dorpje aan de rivier. Aan het balkon erboven hangen dweilen te drogen “en die komen uit Brazilië” grapt hij. Over “eclectisch” gesproken. Als ik over zijn in Rio werkende landgenoot Selerón begin, reageert Solar Barrios alsof ik hem hard op z’n pik heb getrapt. Selarón is de bedenker van de “Escada do Convento” het grootste openbare kunstwerk ter wereld in het centrum van Rio, vlakbij de boogjes van Lapa. “Die lul” zegt ie “stelt artistiek natuurlijk geen moet voor. Een trap heeft ie gemaakt, meer niet! Dat is toch helemaal niets? Nee dan mijn werk!” Waarop hij mij een boek laat zien dat een paar jaar geleden ter gelegenheid van de viering van de 500ste verjaardag van de ontdekking van Brazilië werd gepubliceerd en waarin veel van zijn aquarellen staan afgebeeld. Zoet figuratief werk, niet echt mijn smaak.

We dwalen nog wat over het met groot formaat kasseien bestrate historische plein alvorens weer op huis aan te gaan. Dat betekent mijn reistas ophalen, taxi, vliegveld en terug naar Buenos Aires. Onderweg naar het vliegveld passeer ik een hedendaagse versie van de “Boticário.” Moderne winkels die gemakkelijk zijn te herkennen aan het groene logo. Daar wordt, à la de Bodyshop, respect voor de natuur beleden en worden schoonheidsproducten verkocht die zijn geproduceerd met natuurlijke grondstoffen. “Zouden ze daarvoor, net als destijds Tamoyo indianen, mooi makend water uit de Rio Carioca gebruiken?” speelt er heel even door mijn hoofd. Nee natuurlijk niet, dat zou wat al te veel van het goede zijn.