GALLERY NIGHTS (31052004)

Buenos Aires op de laatste vrijdagavond van de maand mei. Het is bijna winter, tijd voor het nieuwe seizoen van de Gallery Nights. Tijdens de zomermaanden heeft zoiets geen zin, dan is de stad in de weekeinden totaal verlaten. Vanavond wordt er op een paar podia in de open lucht gemusiceerd. Op straat voor de kunstgalerieën is het een drukte van belang en binnen niet minder. Elegant publiek, dat met een glas champagne elegant in de hand in het halve schemer en de kou een elegant gesprek voert. Een van de sponsors van dit evenement is het huis Chandon, de Argentijnse dochter van “Moët et…...” Vandaar dat de champagne ongeremd vloeit.

Al ik tegen half acht bij Galerie Vermeer binnenstap, krijg ik al een glas in mijn hand geduwd voordat ik de gelegenheid heb gehad om de deur achter mij dicht te doen. Vermeer is één van de bijna zestig deelnemende galerieën die alle op korte afstand van elkaar in de stadsdelen Retiro en Recoleta hun winkel hebben. Toevallig ligt de kleine galerie Vermeer aan het begin van mijn wandeling. Er zijn werken te zien van de in 1983 op 44 jarige leeftijd overleden Armando R. Donnini. Tekeningen, schilderijen, aquarellen en alle drie technieken door elkaar. Mysterieus, figuratief, met een soms wat sadistische inslag. In dat genre spreekt “la Golpiza - de aframmeling” mij erg aan. Een slagerij met een vrouw die door de slager letterlijk aan de haak is geslagen, klaar om te worden uitgebeend.

Om de hoek bij Galerie Miguel Fuks klassieke Argentijnse meesters, dat wil zeggen schilders die tussen de vijftig en honderd jaar geleden leefden en werkten. Onder deze noemer vallen onder meer de Nederlandse namen Stephen Koekkoek en Jacques Witjens. Ernaast, bij Galerie Aldo de Sousa is onder de titel “obra del mar - werk van de zee” nieuw werk van de jonge Argentijn Daniel Bano te zien. Kleurrijk, maar voor mijn gevoel gejatte thematiek. Op zoek naar Galerie Andrada, steek ik de brede Avenida de 9 de Julio over. Daar kunnen de nieuwste schilderijen van Victor Chab worden bewonderd. In Vermeer ontmoette ik iemand met een Chab catalogus onder zijn arm en informeerde waar zijn werk is te zien. “Libertad en Quintana” gaf hij mij als coördinaten en vertelde er gelijk bij dat de artiest in de galerie aanwezig was.

Het wordt een weerzien met Chab, die ik in september 2002 voor het eerst in het Palais de Glace heb ontmoet. Zijn schilderijen zijn buitengewoon boeiend. Veel mooie ronde vrouwelijke figuren die geen menselijk hoofd of helemaal geen hoofd hebben. Vaak mooi versierd met ingewikkelde tatoeages en seksueel geladen. Ik zou er uren naar willen kijken, het wordt slechts een half uur want de doeken zijn financieel onbereikbaar. Ik raak in gesprek met Chab, we drinken een glas, ik mag zoveel foto’s maken als ik maar wil. “Kan ik hem opsturen wat ik over hem heb geschreven en ga schrijven?” Hoe zou ik zo’n verzoek kunnen weigeren.

Terug aan onze “eigen” kant van de 9 de Julio bekijk ik bij Galerie VYP het werk van Diego Jacobson, dat in de catalogus als “spiritueel” wordt beschreven. In mijn ogen lijkt de acrylverf in een vloek en een zucht op het linnen te zijn gesmeerd. Het ziet er echt als een haastklas uit. Maar wie ben ik? Even verderop in Galerie Zavaleta Lab hangt werk van Marcela Böhn onder de titel “Süsses Leben.” “La vida dulce” zeg ik tegen de in de Keulen wonende Argentijns/Duitse schilderes, die mij er gelijk van beschuldigd dat ik Duits zou spreken. Dat doe ik wel, maar heb daar vanavond geen zin in, mijn hoofd staat op “Spaans” geprogrammeerd. Bovendien begint ze Amsterdam op te hemelen. Dat is het allerlaatste waarop ik in Buenos Aires zit te wachten, mijn hart is immers aan Rotterdam verpand. Haar schilderijen zijn inderdaad zoet. Zoete kleuren en lieve afbeeldingen die uit het allerdaagse leven zijn gegrepen. Een roze baby, een boerderij, haar vriendje?, mensen op de tribune bij een sportwedstrijd. Bij Galerie Arroyo is de kunst te zien die volgende week zal worden geveild. Onder andere mooie en heel erg dure schilderijen van Quinquela Martín. Bij Galerie Palatina staan metalen constructies van Julian Agosta. Voor de door Japan geïnspireerde vrouwenportretten die María Victoria Hueyo in het super de luxe Sofitel exposeert, bestaat veel belangstelling. Die sla ik dus over.

“Jij bent geen Argentijn! Waar kom je vandaan?” Ontkennen heeft geen zin. Zonder iets te hebben gezegd, ben ik al gedetermineerd. Als mijn uiterlijk me niet verraadt, dan is het mijn accent wel zodra ik mijn mond open doe. “Hoe weet je dat?” is mijn eigenlijk wat overbodige tegenvraag. Het antwoord is minder afgezaagd dan ik verwachtte “jij neemt rustig de tijd om naar de schilderijen te kijken, je bent de enige.” Dat is waar. Verder dan vluchtige blikken in het voorbijgaan komen de meeste passanten niet. Dat zijn dus wél Argentijnen. Zo komt een gesprek op gang met Gerardo Medina, een kunstenaar die in de open ruimte van een klein winkelcentrumpje even voorbij het hotel voor de deur van een min of meer bevriende antiquair vier schilderijen heeft hangen. Bevriend zolang hij van de in openbare ruimte verkochte kunstwerken zijn commissie vangt. De doeken zijn kleurrijk en er is haast te veel op te zien. Gerardo vraagt me of ik geïnteresseerd ben om zijn tekeningen te zien. Aardig werk, waarin eveneens van alles gebeurt. Hij heeft al er een paar verkocht die in een lijst zitten die er absoluut niet bijpast. “Zo gaat dat met Argentijnen” legt hij uit “de doeken die buiten hangen hebben geen lijst en worden daarom niet verkocht. Alles moet in een lijst zitten of herkenbaar zijn. Zoals die honden en eendjes aan de overkant.” Na deze les in “hoe een Argentijn zijn kunst koopt” zit mijn Gallery Night erop. De culturele accu is weer voor een tijdje opgeladen.