BEVRIJDINGSBABY (05052004)

Mijn vlucht uit Londen landt vrijdagavond om ongeveer kwart over zes op Schiphol. Het duurt even voordat de ”slurf” aan het vliegtuig wordt gekoppeld, lange rijen bij de paspoortcontrole, een half uur wachten op mijn ene koffer. Op het station wordt iedere vijf minuten omgeroepen welke treinen er vandaag niet zullen rijden. Nederland op Koninginnedag. Na wat kunst- en vliegwerk, de stoptrein naar Leiden en daarna verder met de stoptrein naar Dordrecht, wandel ik even voor achten Rotterdam CS uit.

Onderweg naar ons appartement zie ik vanuit de tram de vaderlandse rituelen die bij 30 april horen. Oranje is de kleur die overheerst in haast alle kledingstukken, het oranjezonnetje straalt nog na. Op veel plaatsen staan openluchtpodia waar wordt gemusiceerd, gedanst en vooral stevig gedronken. Veel televisiezenders doen verslag van het bezoek van de Koninklijke familie aan Warffum en Groningen. Op een andere zender is iedereen die de trekking van de Staatsloterij bijwoont in oranje uitgedost, het lijkt erop dat vandaag geen andere kleur mag worden uitgezonden. Oranje boven! Als het tijd is voor het traditionele Koninginnedagvuurwerk barst een enorme onweersbui los, Nederlandser kan het nauwelijks.

Op de vierde mei een heel ander ritueel. Geen vlaggen met wimpels, maar de vlaggen half stok. Geen oranjezonnetje, maar een ijskoude wind en regen. Aan de vooravond van bevrijdingsdag worden de doden herdacht. In de Rotterdamse Schietbaanlaan is er tussen de huisnummers 40 en 42 een poort die tegelijkertijd een bijzonder monument is. Normaal wordt de ruimte steevast door een ondoordringbaar hek afgesloten, maar vandaag staat het tot mijn verbazing en verassing open. Tot 1943 was dit de achteruitgang van het toentertijd om de hoek gelegen Joods Ziekenhuis voor Israëlitische Oude Lieden en Zieken. Op die plaats staat al zolang ik me kan herinneren een schoolgebouw. Tegenover de poort, in een uithoek van de voormalige binnenplaats waar nu de speelplaats van de school is, stond toen het lijkenhuisje. Zo konden de overledenen discreet uit het zicht van de andere patiënten naar hun laatste rustplaats worden gebracht. Op 26 februari 1943 werden alle patiënten en het medische personeel door de Duitsers via de poort naar de vernietigingskampen afgevoerd. Nu staan er bankjes en hangen er foto’s ter herinnering aan het Joodse leven in Rotterdam. Voor de bronzen plaquette ter nagedachtenis brandt een stormlamp, er liggen wat bloemen. De schoonzus van onze eerder dit jaar overleden buurman was hier verpleegster, zij had het geluk op de dag van de razzia geen dienst te hebben.

’s Avonds volg ik de nationale herdenking op de televisie, kijk naar documentaires over de oorlog en mijmer na. Over Meneer Prins die in januari overleed. Hij zat jaren ondergedoken en overleefde de oorlog. Over mijn achternicht Nel Pierik die eind februari overleed en in de oorlog koerierster bij het verzet was. Over mijn voormalige schoonvader Jo Borgmeijer die midden vorig jaar overleed. Hij was marinier en verdedigde in mei 1940 de Rotterdamse Maasbruggen, daarna zat hij vijf jaar lang in het verzet tegen de bezetter. Hen herdenk ik vanavond. Ik erger me eraan dat het verkeer voor ons huis om acht uur alleen maar tot stilstand wenst te komen als de stoplichten op rood staan.

Op vijf mei is het ’s morgens tenminste droog, de vlaggen wapperen weer in top. Een paar uur voor de terugreis naar Buenos Aires wandel ik in Rotterdam langs wat monumenten waar gisteren de gevallenen werden herdacht. Aan de kop van de Westersingel en op het Stadhuisplein veel kransen. Bij de “De verwoeste stad” van Zadkine minder dan tien boeketten. Bij “de Boeg” het monument aan de Boompjes ter nagedachtenis van de tijdens de oorlog omgekomen zeelieden opnieuw veel kransen. Bij het monument “Loods 24” aan de overkant van de Maas weinig bloemen. Die havenloods werd door de Duitsers gebruikt als “verzamelpunt” voor Joden uit Rotterdam en de Zuid Hollandse eilanden, voordat ze werden gedeporteerd. Een stuk muur van de al lang afgebroken loods is in een monument veranderd. Bij het Mariniersmonument op het Oostplein liggen eveneens weinig bloemen. Zijn de mariniers, die Rotterdam als leeuwen hebben verdedigd soms vergeten?

Vanaf het Oostplein neem ik de metro terug naar huis. Een jeugdige medepassagier zegt tegen een vriend “Bevrijdingsdag is voor mij veel belangrijker dan Kerstmis of Nieuwjaarsdag.” Dat stemt tot nadenken. Wat betekent bevrijdingdag eigenlijk voor mijzelf? Als “bevrijdingsbaby” heb ik de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, maar de gevolgen des te meer. Mijn ouders woonden in Gennep, waar de geallieerden in 1944 aan de ene kant van de Maas lagen en de Duitsers aan de overkant. Na de oorlog bleek hun huis letterlijk een puinhoop. Net zoals het huis van mijn grootouders dat in 1944 “per ongeluk” door de Engelsen werd gebombardeerd. Zij verwarden Nijmegen met Keulen.

Ik werd verwekt toen de oorlog nog maar nauwelijks was afgelopen en ontmoette een vaderland vol armoede. Niet dat ik daar destijds mee zat, bijna iedereen was toen arm. Mijn vader was in dienst van de Nederlandse Staat, die haar dienaren tot het midden van de jaren 1960 niet al te rijkelijke beloonde. Naoorlogse armoe of misschien eerder het niet al te breed hebben en iedere cent om te moeten keren voor hem uit te geven, heeft mijn leven tot op de dag van vandaag nadrukkelijk beďnvloed. Ik wil nooit zo arm worden als mijn ouders toen waren en ben daardoor niet in staat om 100% te genieten van het geld dat ik heb. Nee, nog niet eens voor 50%. Wat dat betreft mag ik dan wel een bevrijdingsbaby zijn, maar zowat zestig jaar na de oorlog ben ik tot mijn grote spijt nog steeds niet echt bevrijd.