WELKOM OP UW AMBASSADE! (13042004)

“Ben u hier ingeschreven?” wordt mij op strenge toon gevraagd als ik ergens in 1981 op de Nederlandse Ambassade in Londen een “bewijs van woonplaats” probeer te bemachtigen. Dat heb je namelijk nodig als je vanuit het buitenland je Nederlandse rijbewijs wilt verlengen. Wist ik veel, ik had me toch in Nederland bij de burgerlijke stand uit laten schrijven? “Dan moeten wij u een boete opleggen, want volgens de Nederlandse wet bent u verplicht zicht binnen zoveel tijd na uw vestiging in het buitenland in te laten schrijven bij de Nederlandse Ambassade. Welkom thuis, maar niet heus. Ik voel me behoorlijk afgezeken. “Kan ik met mevrouw van der Salm spreken?” is mijn volgende vraag. Dat is een oud collega van mijn voormalige geliefde die volgens zeggen op de Londense Ambassade zou werken. “Verwacht ze u?” Nee, dat niet en leg uit wie ik ben. Rita ontvangt mij, we praten wat, zij praat met haar collega’s en de zaak wordt zonder verder gesputter of boete geregeld. Welkom op uw Ambassade!

“Zit die vent van Shell er nog?” Het is ruim tien jaar later als ik in de wachtkamer van de Nederlandse Ambassade in Lagos, Nigeria zit te wachten tot de consul mij kan ontvangen. Ik had van te voren telefonisch belet gevraagd, waarschijnlijk een reden te meer om mij in mijn sop te laten gaar koken. Ik ben in Afrika gewend geraakt om lang te moeten wachten en heb een krant en tijdschrift bij me. Mij beledigen of hopen dat ik moe van het wachten word en wel weg zal gaan, zijn scenario’s die al jaren niet meer opgaan. Als ik een ding heb geleerd van mijn jarenlange verblijf in Gabon en Nigeria is het wel “geduld oefenen.” Die vent van Shell zit er dus nog en er zit helaas niets anders op om hem te ontvangen. Het doel van mijn bezoek is de visumaanvrage van mijn Nigeriaanse geliefde toe te lichten. “Heeft u een uitnodiging, u weet toch dat u haar niet kan uitnodigen?” Of ik dat weet en of ik die heb, geschreven op briefpapier van de Tweede Kamer der Staten Generaal, een betere referentie bestaat toch niet?. “Hoe kom je hieraan?” Achterdocht heerst. Wij hebben een jaar of twee eerder de dochter van een lid van de Tweede Kamer ontmoet. Zij en mijn geliefde waren gelijk gestemde zielen en raakten innig bevriend. Haar vader was zo vriendelijk geweest de onontbeerlijke uitnodiging te sturen. Ik geef tekst en uitleg. “Hoe kent uw verloofde deze mensen eigenlijk?” De consulaire ambtenaar en degene die de brief heeft geschreven, zijn beiden afkomstig uit de Ambonese archipel, hij moet toch weten wie de gastheer is? “Waarom belt u hem niet even op om de uitnodiging te verifiëren?” Het nummer van de Tweede Kamer staat in het briefhoofd en ik geef hem het privé telefoonnummer. Ik weet dat aan alle eisen is voldaan, maar hij deelt mij mee het dossier in behandeling te zullen nemen en dat ik over een week of zo maar eens moet bellen. Na die week wachten werd het visum in het paspoort gestempeld. Toen ik het paspoort ging afhalen, kon ik niet laten om het kantoor van de verbouwereerde consul in te lopen en hem hartelijk te bedanken voor de vlotte wijze waarop hij het dossier had afgewikkeld. Welkom op uw Ambassade!

Rio de Janeiro was een verademing. Kwam het doordat mijn geliefde en de het consulaire echtpaar zondags naar dezelfde kerk gingen? Ik geloof van niet, de hele sfeer was er een stuk vriendelijker. De consul hielp ons erg bij de aanvrage voor het Nederlands staatsburgerschap van mijn geliefde en was op een gegeven moment veel kwader dan wij toen het allemaal niet van een leien dakje liep. In zijn ogen werden er buitenproportionele eisen gesteld, in de onze niet minder. “Je moet een proces aanspannen tegen het Ministerie van Justitie!” adviseerde hij met de beste bedoelingen. We hebben dat maar niet gedaan. Wie zijn kont tegen de krib gooit, zit uiteindelijk zelf met de blauwe plekken. Eindelijk eens een keer welkom, zij het op een Consulaat Generaal!

Toen ik me in het najaar van 2001 aan het loket van de Nederlandse Ambassade in Buenos Aires meldde om mij in te laten schrijven, werd me wel drie keer verteld dat daartoe er geen enkele verplichting bestond. Sinds Londen was de regelgeving van “verplicht” in “vrijwillig” veranderd. Toen werd ik met een boete bedreigd omdat ik me niet had aangemeld, nu moest moeite toen om wel te worden ingeschreven. “Privacy wetgeving, weet u wel?” Nadat ik had uitgelegd dat er voor mijn geliefde een aanvrage voor de Nederlandse nationaliteit liep, riep een onzichtbaar iemand “hoe heet die man? Oh, daar hebben we een envelop van BZ voor liggen!” De envelop bevatte essentiële documenten die verband hielden met het dossier van mijn geliefde. Hoe zou dat ooit bij ons terecht gekomen zijn als ik me inderdaad niet had ingeschreven? Welkom op uw Ambassade!

Oktober 2002, we liggen min of meer in de clinch met de Immigratie en Naturalisatie Dienst. Als een aanhoudende Haagse collega eindelijk belet krijgt bij “iemand die wat in de melk heeft te brokkelen” zegt die niet te begrijpen waar het allemaal over gaat. “Ik heb het dossier voor mij liggen. Het Koninklijk Besluit waarin aan mevrouw de Nederlandse nationaliteit wordt toegekend, is al meer dan een maand geleden getekend en direct daarna doorgestuurd naar de Nederlandse Ambassade in Buenos Aires.” De collega belt mij, ik bel de Ambassade. Degene met wie ik spreek, vergeet haar hand op het mondstuk van de telefoon te legen. “Ik heb iemand aan de lijn, die wat wil weten over het dossier van zijn vrouw!” Uit de verte hoor ik terug roepen “Hoe heet ie? Ja, daar hebben een brief voor, we moeten hem binnenkort eens bellen” Ik maak liever gelijk een afspraak. De volgende dag melden we ons aan het loket van de Ambassade. Na bijna door de bureaucratische molens te zijn vermalen, is het dan toch zover. Wij vinden het een feestelijke gebeurtenis. Ik heb mijn camera meegenomen om de plechtige uitreiking van het document vast te leggen. Ik had beter moeten weten. ”t Heeft lang geduurd hé?” waarna het Koninklijk Besluit door de gleuf onder het glas van het loket werd doorgeschoven. “Tot ziens!” Mijn geliefde begreep er niets van. We hebben het gebouw sindsdien maar gemeden. “Welkom op uw Ambassade!” gaat nu helaas ook voor haar op.